Vierde zondag van Pasen (2000)

B-cyclus · Paastijd · 4e zondag van Pasen · wit

Jezus noemt zich de goede herder, en als wij Jezus willen navolgen dan moeten ook wij goede herders zijn. Nu zijn wij niet zo vertrouwd met het beeld van een herder maar we kunnen ons er best wat bij voorstellen. In de evangelietekst vinden we een paar belangrijke elementen die bepalend zijn voor een goede herder.
De eerste is: hij geeft zijn leven voor zijn schapen. Dat klinkt vrij dramatisch als we dat tenminste letterlijk verstaan, maar in feite moet je hier niet aan de dood denken maar juist aan het leven: heel je leven toewijden aan degenen die aan je zorg zijn toevertrouwd, je helemaal geven, je helemaal inzetten voor die anderen.
Het tweede element is dat een goede herder trouw blijft, dat hij degenen die van zijn zorgen afhankelijk zijn, niet in de steek laat, ook als het moeilijk wordt, als er gevaren dreigen. Juist dan mag een goede herder niet van zijn taak weglopen.
Het derde element dat uit het evangelie naar voren komt is dat een goede herder niet alleen zorg draagt voor zijn eigen clubje maar ook voor anderen, die buiten zijn clubje vallen, misschien buiten elke groep in een gemeenschap.
Deze drie elementen zijn zonder meer terug te vinden in Jezus die zich heel uitdrukkelijk de goede herder noemt. De vraag is: zijn ze ook terug te vinden in ons, in onze houding naar anderen toe? Ouders zijn bij uitstek de herders van hun gezin. Het is vanzelfsprekend dat ouders hun leven geven voor hun kinderen, ze geven het leven aan hun kinderen en daarmee dragen zij ook zorg voor hen, niet alleen als ze klein zijn, maar ook als ze groot geworden zijn en hun eigen levensweg gaan. Die zorg zit er a.h.w. bij ingebakken.
En toch zou je in deze tijd de vraag kunnen stellen: zorgen alle vaders en moeders wel goed genoeg voor hun kinderen? Als een boer die schapen houdt en ze wil verplaatsen naar een andere wei, dan pakt hij een emmer voer, en alle schapen lopen haast vanzelf achter heem aan. Als een moeder of vader de kinderen alleen mee krijgt of iets kan laten doen als we bijvoorbeeld snoep beloofd wordt dan zijn ouders verkeerd bezig. Het is vaak de weg van de minste weerstand, en als beide ouders de hele dag gewerkt hebben en dan ’s avonds voor hun kinderen moeten zorgen, dan is het wel eens verleidelijk om die gemakkelijkste weg te volgen.
Zorgen voor kinderen is ook zorgen dat ze op eigen benen leren staan. Ouders die teveel zorgen, teveel tot in de kleinste details, die zijn ook niet goed bezig, want een kind moet ook ruimte krijgen om zelf zijn grenzen af te tasten, een eigen weg te gaan. Het element trouw zit ook wezenlijk vast aan het ouderschap. Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat er soms ouders zijn die hun kinderen in de steek laten, of laten vallen als een baksteen als ze iets gedaan hebben dat zij, de ouders, niet kunnen en willen accepteren. En toch, helaas gebeurt het nu en dan. Dan zijn het duidelijk geen goede herders.
Ook het derde element van goede herders hoort bij goede ouders. Naast de zorg voor hun gezin, die op de eerste plaats komt, moeten ze ook zorg dragen voor anderen, de kinderen van de buren, kinderen die komen spelen, kinderen in dezelfde klas of op dezelfde school. Ook daar ligt een stuk zorgzaamheid als opdracht. Voor hoeveel vrijwilligers activiteiten op school wordt geen beroep op de ouders gedaan. Hoe vaak ligt er niet een stuk opvang voor kinderen uit de buurt, wier ouders na schooltijd nog niet thuis zijn van hun werk.
Als ouders zeggen: ik zorg alleen voor mijn gezin en aan alle anderen heb ik geen boodschap, dan zijn het in mijn ogen geen goede herders, geen goede ouders. Want hun eigen kinderen groeien toch altijd op niet alleen in hun gezin maar ook in een grote kring eromheen.
In het evangelie staat nog iets over macht, macht om leven te geven, macht om leven te nemen. dat zijn moeilijke woorden. Maar echter bij goede herders , bij echte goede ouders gaat het niet over een machtspositie, ze zijn geen machthebbers maar wel zorgdragers met een heel grote verantwoordelijkheid.

Zoeken in Preken Online