Herder zoekt kudde

B-cyclus · Paastijd · 4e zondag van Pasen · wit

Wij westerlingen zijn erg actief. Heel onze beschaving is een indrukwekkend bewijs van ons kennen en kunnen. Niet dat alles daarin even fraai en goed is. Maar dat we ‘doe-mensen’ zijn, is een feit. Er wordt wel eens beweerd dat het Bijbelschristelijk geloof daar veel mee te maken heeft. Inderdaad, reeds bij zijn schepping krijgt de mens de opdracht door zijn arbeid de aarde vruchtbaar en bewoonbaar te maken.

Toch is daarmee niet alles gezegd. Het is zelfs ronduit verkeerd het hele evangelie te willen lezen als aansporing tot handelen. Neem nu de uitspraak van Jezus: ‘Ik ben de goede herder.’ Hij kent zijn schapen en Hij geeft zelfs zijn leven voor ze. Zegt Jezus dat om ons tot handelen aan te zetten? Is de ‘les’ van deze gelijkenis dat ook wij op onze beurt goede herders moeten zijn? Dat wij ons moeten inzetten voor anderen en zelfs bereid moeten zijn om daarvoor ons leven te geven? Dat zal allemaal wel waar zijn, maar daarover gaat het hier niet.

De eerste bedoeling van het evangelie - en van heel Jezus optreden - is ons duidelijk te maken wie God voor ons is en wat Hij met ons doet. We kunnen beter even wachten met onze eigen inzet, om eerst goed te luisteren naar wat de Heer over zichzelf zegt. Hij kreeg van zijn Vader de opdracht om tot het uiterste te gaan in zijn liefde voor de mensen. Blijkbaar zal dat ook de gave van zijn eigen leven vragen. Zoveel immers houdt God van de wereld.

Dat Jezus de goede herder is, zegt veel over Hem. Maar Hij zegt daarmee ook iets over ons - en misschien horen we dat niet zo graag. Als Hij herder is, dan zijn wij… schapen. Dat zijn nogal domme wezens. Als ze helemaal aan zichzelf overgelaten worden, zijn ze verloren. Daarom leven ze in kudden. Maar ook die zijn kwetsbaar. Er lopen immers roofzuchtige wolven rond. Daarom zijn er herders nodig, die zorgen voor de kudde. En zelfs dan moet je nog goed uitkijken, want niet iedereen die zich voor herder uitgeeft, is betrouwbaar. Er lopen huurlingen tussen.

Dat gaat regelrecht in tegen onze westerse idealen. Wij moeten ons leven zelf in handen nemen, zo heet het, om vrij en onafhankelijk onze eigen weg te gaan. Westerlingen zijn niet alleen bijzonder actief, ze zijn ook heel individualistisch. De goede herder ziet het dus wel even anders. Zeker, Hij wil dat elk schaap het zo goed mogelijk heeft. Maar juist daarom moet het in de kudde blijven, onder de bescherming van een goede herder. Die weet waar er gevaar dreigt. En als het zover komt, beperkt Hij zich niet tot het geven van aanwijzingen voor zelf-redzaamheid’. Want op eigen kracht redden de schapen het niet. Ook in de kudde blijven ze nog weerloos.

Het beeld is duidelijk genoeg. Mensen zijn broos en kwetsbaar. Ze hebben elkaar nodig. En ook dan nog kunnen ze niet alles zelf beredderen. Hoe actief ook, we moeten ons laten leiden. Door een goede herder.

Zoeken in Preken Online