Het welzijn van de kudde is het geluk van de eigenaar (1997)

B-cyclus · Paastijd · 4e zondag van Pasen · wit

HET MEISJE EN DE DIEVEN


Ik stond in een platenzaak in Heerlen, alweer wat jaartjes geleden. De winkel is er niet meer. Het was een dependance van een grotere zaak. Achter de toonbank stond een van de dochters van de eigenaar. Ze was negentien jaar. Ze stond met een vriendin te praten. Kennelijk was ze tegelijk waakzaam, want ineens sprong ze vanachter de toonbank en stond in een oogwenk bij de grote glazen voordeur die ze snel op slot draaide. Twee opgeschoten jongens wilden er kennelijk zonder te betalen met enkele L.P.’s vandoor. Zonder dralen liep ze naar de telefoon en belde de politie. Het werd in de winkel doodstil. Hoe zouden de jongens reageren? Als ze een strafblad hadden leek de kans groot dat ze zich met grof geweld een uitweg door de etalageruit zouden banen. Maar ze bleven rustig, volledig geïntimideerd door het vastberaden optreden.
Ik bewonderde de moed van het meisje. Ze was de dochter van de eigenaar. Een huurling zou zich niet zo hebben gedragen. Die zou geen risico hebben genomen, misschien een machteloos protest vanachter de kassa hebben geroepen.
Jezus vertelt hetzelfde, niet over een platenzaak maar over een herder.\

BEREN, JAKHALZEN EN WOLVEN

Het leven van een herder was zwaar. Met een kudde onderweg zijn was gevaarlijk. Wolven, jakhalzen en zelfs beren kon je tegenkomen. Schapen moesten worden geschoren. Zieke dieren hadden verzorging nodig en ’s nachts moest je tijdig onderkomen vinden en intussen dwaalden ze een half jaar lang in eenzaamheid rond. Geen wonder dat er in Jezus’ tijd moeilijk mannen te vinden waren die herder wilde zijn. Daardoor stond de hele sector in een kwade geur. Herders golden als onbetrouwbare, contactgestoorde lieden.
In elk geval viel het verschil op tussen een kudde die door de eigenaar werd gehoed en die van een huurling. De eigenaar van een kudde riskeert zelfs zijn leven. Een ingehuurde arbeidskracht laat de wolf liever ontsnappen met de buit.\

HET VERSCHIL HUURLING - EIGENAAR

Wat is het verschil tussen een huurling en eigenaar?
Wel, het belang van de eigenaar valt samen met dat van de schapen. Hun belang is zijn belang; het welzijn van de kudde is ook het welzijn van de baas. Maar het belang van de huurling kan heel anders zijn dan dat van de schapen. Normaal merk je het verschil niet zo. Ook de huurling wil niet ontslagen worden, hij doet zijn plicht, maar als het erop aan komt, dan redt hij zijn hachje.
Jezus spreekt over kerkleiders. Hij had het met de Farizeeërs aan de stok. Je hebt huurlingen en eigenaars. Dat merk je als er wolven komen. De eigenaar vecht want het belang van de schapen is zijn eigen belang. De huurling vlucht. Je merkt het vooral aan hun houding tegenover afgedwaalde schapen, dieren die zwak zijn en achter blijven en zo de makkelijke prooi voor aanvallers zijn. Je kunt de eigenaar, de goede herder, herkennen aan zijn belangstelling voor de zwakste dieren.
Jullie, Farizeeërs, jullie schrijven mensen te snel af. Melaatsen vinden jullie onrein, tollenaars mogen niet meedoen, Samaritanen zijn buitengesloten, zondaars laat je vallen. Dat is de mentaliteit van de huurling.\

GODSBEELD

Jezus’ verwijt aan de kerkleiders herbergt ook een godsbeeld. God is als de goede herder bij uitstek. Zijn hart gaat uit naar het dier dat achterop dreigt te komen, dat verwond is en verdwaalt. Naar de achterblijvers gaat de meeste tijd en zorg. Want het belang van de mensen, dat is ook Gods belang. De vreugde van mensen is Zijn vreugde, het verdriet van mensen is Zijn verdriet. God wil immers Zijn Koninkrijk vestigen onder ons. Hij wil vrede stichten en gerechtigheid doen. Dat kan Hij niet zonder ons.
Daarom besteden wij vandaag ook aandacht aan roepingen. We bidden God om goede herders in onze gezinnen, scholen en bedrijven; in besturen van gemeente en land, en vooral in de kerk. Dat er jongens en meisjes mogen blijven die belangstelling hebben voor het evangelie, die erdoor geraakt worden en een plaats vinden in de kerk.\

BIDDEN OM GOEDE HERDERS

Laten we bidden voor de herders die er zijn. Dat ze zich niet gedragen als ingehuurde krachten die anderen buitensluiten en verketteren, maar dat ze juist vol zorg op bezoek gaan bij de achterblijvers. En dat zij Jezus’ woord herinneren: “Ik heb nog een andere kudde…” Zoals de paus in Sarajevo bad voor twee andere kuddes voor wie hij ook verantwoordelijkheid ervoer.\

HET GELEENDE RUGZAKJE

Lieve kinderen. Gijs en Nicolle liepen samen naar school. Ze droegen allebei een rugzakje met eten voor het overblijven en nog allerlei andere spulletjes. Ineens hoorde Nicolle een gevaarlijk zoemgeluid. Ze ging een beetje sneller lopen, maar een dikke hommel volgde haar rugzakje. Misschien was het de kersenjam van haar boterham, misschien ook de appel in haar rugzak, maar ze werd bang. Ineens zagen ze al drie bijen, of waren het wespen? Hoe meer Gijs en Nicolle om zich heen sloegen, des te feller werden de beestjes. Zo gauw als het ging deden ze hun rugzak af. Toen zetten ze het op een lopen. Nicolle liet haar tas langs de straat liggen, Gijs sleepte de zijne mee, achter zich aan.
Hijgend kwamen ze op school. De bijen waren achter gebleven bij de tas van Nicolle. “Heb jij geen tas bij je?” vroeg de overblijf-moeder aan Nicolle. Nicolle vertelde over een hele zwerm bijen die haar had aangevallen. “En waarom heeft Gijs zijn tas wel bij zich?”
Zal ik je dat eens verklappen, waarom Nicolle haar tas losliet en Gijs hem bleef vasthouden? Nou, de tas van Gijs was van Gijs. Hij had hem vorige maand op zijn verjaardag gekregen en er stond Zorro op. Maar de tas van Nicolle was niet van Nicolle. Die was van haar zusje geweest. Hij was eigenlijk maar geleend. Als je de baas bent, dan zorg je veel beter voor je spullen. Zo is het ook met God. Hij heeft de mensen gewild en hij laat ze bestaan, en daarom heeft hij zorg voor iedereen, en hij laat ze niet in de steek, ook niet als het gevaarlijk wordt.

Zoeken in Preken Online