Eigenlijk weten we niet zoveel over de heilige familie. We kennen de verwarrende boodschappen aan Maria en Jozef. We weten dat ze in Nazaret leefden. We kennen de wonderbare geboorte van Jezus in Betlehem. Vandaag horen we de woorden van Simeon. Ze brengen Maria en Jozef niet minder in verwarring. ‘Uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord’. We weten dat Jozef in het bouwbedrijf werkzaam was. Hij was een vakman. We vertalen gewoonlijk: een ’timmerman’. We weten dat Maria en Jozef het offer der armen brachten. Jezus was een kind uit een bescheiden gezin. Meer weten we niet.
Is het nodig meer te weten over dit gezin uit Nazaret? Zegt het Evangelie gewoonlijk niet het essentiële? Het essentiële weten we ook over de heilige familie. Maria en Jozef geloofden wat hun gezegd werd. Dat is het essentiële.
De opdracht van Maria en Jozef was van bijzondere aard. Jezus’ opdracht had een absoluut enig karakter. In hun bijzondere opdracht stond God drie mensen nabij, telkens op een bijzondere wijze, en op een bijzondere wijze gaf elk van hen aan God zijn, haar bijzonder vertrouwen.
De heilige familie bestond niet uit gewone mensen. Gewone mensen bestaan niet. Er bestaan niet eens gewone stenen, planten of dieren. Elk steentje heeft zijn eigen glans, elk plantje zijn eigen schoonheid, elk dier zijn eigen geschiedenis. Elke mens heeft zijn eigen geheim. Een familie is een verweving van twee of meer geheimen, een openbaring en bescherming van twee of meer liefdes, een ontwikkeling van twee of meer levensdraden tot een eigen weefsel, met telkens een bijzondere, nooit een gewone tekening, met telkens een eigen kleur. Een bijzonder geschenk is liefst ‘met de hand gemaakt’. De liefde in een familie is met het hart en de geest gemaakt. En elk hart en elke geest verschilt oneindig van de ander.
Het geloof van Maria, het vertrouwen van Jozef, de overgave van Jezus, zijn de draden waarmee het oudste gewaad van de Kerk geweven is. Het Messiaanse volk is geboren uit hun antwoord aan God. Wij vieren niet een gezellig, klein, familiaal onderonsje in Nazaret. Wij herdenken het begin van het wereldwijde, alle tijden omvattende leven van God in zijn Kerk. Wij vieren de aanvang van de nieuwe tijd, waaraan geen einde meer komt. Elke nieuwe tijd wordt geboren uit groot geloof. Het begin ervan is eigenlijk onzichtbaar. Aan Abram werd een zoon beloofd, een talrijk nageslacht en een land. Abram was nochtans oud. Het leek er niet op dat Sara nog kinderen zou krijgen. Toch geloofde Abram in Jahwe’s belofte en zag hij daarin zijn rechtmatige beloning. Uit geloof was hij immers weggetrokken uit zijn land: hij had zijn familie verlaten, op de belofte van zegen die hij ontvangen had. Het is uit zijn vertrouwen, uit het geloof van Sara, dat Isaak geboren werd. Het is in geloof dat hij Isaak ten offer bracht. Hij geloofde ‘dat God zelfs de macht heeft om doden ten leven te wekken’. Alle levenskracht van Israël, heel zijn verbazende geschiedenis is geboren uit het geloof van de eerste stamvader.
Wanneer de tijd daar is voor de wedergeboorte van Israël, vindt God twee mensen die in Hem geloven, die bereid zijn, telkens weer, hun bestaan in zijn handen te leggen, en vindt Hij zijn Zoon bereid om als mens, in telkens vernieuwd vertrouwen, zijn plannen uit te voeren. De oude Simeon, die de ouders en het kind in de tempel ontvangt, spreekt, vervuld van de Geest, zijn profetie uit: ‘mijn ogen hebben thans uw Heil aanschouwd dat Gij voor alle volken hebt bereid; een licht dat voor de heidenen straalt, een glorie voor uw volk Israël’. Wat in Nazaret begonnen is, bij mensen die in zuiverheid geluisterd hebben, elk naar zijn en haar goddelijke bijzondere roeping, dat is het wat we vandaag vieren. Elk van u heeft een bijzondere roeping. Elk van u kan die met hart en geest zuiver leren onderscheiden. Elk van u kan de roeping van de andere respecteren. Elk heeft zijn eigen plaats in Gods bestel. Er zijn geen gewone mensen. Er zijn alleen banale mensen en mensen die geloven in hun roeping.