OPENINGSWOORD
Beste mensen, allemaal welkom. Wij hebben een paar weken lang het feest gevierd van de Geboorte van Onze Heer Jezus Christus. Vandaag wordt de kersttijd afgesloten met het feest van de Doop van de Heer. Wij weten, hoe God tegen zijn eigen Zoon heeft gezegd: “Gij zijt mijn Zoon, mijn veelgeliefde; in U heb Ik welbehagen”. Dat horen wij strakjes in het evangelie.
Waarom is Jezus de veelgeliefde? Niet allereerst omdat Hij de Zoon is, maar omdat Hij in alles Gods wil heeft volbracht. Omdat Hij altijd dienstbaar was aan God en mensen. Niet alleen als het Hem uitkwam, maar altijd, zonder voorbehoud. Hij gaf zich van harte.
Dat is wat wij vandaag de dag in de wereld nodig hebben: mensen, die bereid zijn om offers te brengen. Een offer brengen is bereid zijn jezelf opzij te zetten, in het voordeel van een ander. En die ander, dat kan God zijn of één of meerdere medemensen. Het brengen van offers behoort tot de tekens van liefde, die wij God en elkaar kunnen geven en die liefde heeft onze samenleving zo nodig. Een van de vele redenen waarom tegenwoordig zoveel relaties stuklopen zou kunnen zijn dat mensen minder bereid zijn een offer te brengen.
Momenteel worden er iedere week over de hele wereld duizenden of tienduizenden mensen ontslagen. Ik denk, dat wij de toch al wankele vrede in de wereld alleen maar kunnen bewaren als wij bereid zijn meer offers te brengen, zodat iedereen in deze tijd van economische neergang in ieder geval het meest noodzakelijke kan krijgen. Ik begrijp, dat het voor mensen heel erg is als een compleet bedrijf naar Polen of naar India wordt verhuisd. Maar tientallen jaren lang of nog langer hebben wij te veel gehad en zij veel te weinig. Het is voor ons een mooie tijd geweest. Maar eigenlijk was het een oneerlijke tijd. Ik denk, dat wij nu gedwongen gaan worden tot wat wij niet vrijwillig hebben willen doen: echt delen met de armen.
Offers zullen niet alleen gebracht moeten worden door een handjevol kerkgangers, maar door iedereen. Daarom willen wij niet alleen het goede voorbeeld geven, we willen God ook vragen dat meer mensen bereid zijn tot het brengen van offers, in welke zin dan ook. Wij, gelovige mensen, hebben Gods kracht ontvangen in ons eigen doopsel en vandaag worden wij opnieuw gesterkt bij deze heilige eucharistieviering. Vieren wij dankbaar mee en vragen wij ook voor de anderen om Gods kracht.\
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. God, bij de doop in de Jordaan hebt Gij uw Zoon gezalfd met de heilige Geest en Hem met kracht bekleed. Hij is het woord van trouw dat Gij ons toespreekt. Wij vragen dat uw welbehagen op ons rust en dat ook wij al weldoende door het leven gaan. Door … . Amen.\
PREEK
Broeders en zusters, ons godsdienstig leven verloopt vrij regelmatig. Ieder jaar keren dezelfde feesten terug. Vooral de kersttijd en de paastijd hebben wel hun charmes - verhalen, liederen - die iets bijzonders in ons kunnen oproepen, maar eenmaal voorbij, vallen we weer gauw terug in het gewone leven. En dat moet ook. Het kan niet altijd feest zijn.
Jaar in, jaar uit was het bij de joden ook zo. Op de sabbat gingen ze trouw naar de kerk. Ze probeerden de wet te onderhouden, vierden de feesten en hoopten op de komst van de beloofde Redder.
En dan opeens waait er een frisse wind door het leven. Johannes de Doper begint zijn optreden. Hij is niet zo maar één van de vele geestelijke leiders, nee, hij heeft zich bijzonder voorbereid. Jarenlang in de woestijn gewoond, levend van sprinkhanen en wilde honing, droeg alleen een kleed van kameelhaar. Vrij van alle het aardse kon hij zich helemaal op God richten.
Gods genade zorgde er voor, dat Johannes enthousiast en inspirerend kon spreken over een naderend rijk van vrede. Hij pakte de mensen zelfs streng aan, zo van “als jullie je niet bekeren, worden jullie als bomen, die geen vrucht dragen omgekapt en in het vuur geworpen”, maar de mensen merkten, dat die boodschap recht uit zijn hart kwam, dat hij zo leefde en sprak om hen te helpen.
Beste mensen, is het ons weleens opgevallen, dat veel mensen in onze tijd bij het spreken over hun diepste gevoelens dikwijls verkleinwoordjes gebruiken? “Ik geloof, dat ik mezelf wel een gelukkig mens kan noemen. Een beetje geloof en een stukje vertrouwen moet je wel hebben in elkaar. Ik geloof wel min of meer in God of zo. Af en toe bid ik tot God.”
Enerzijds is het begrijpelijk, want het is niet gemakkelijk om over onze diepste gedachtes te praten. Wij lopen er niet graag mee te koop. Wij verdoezelen en verkleinen alles.
Anderzijds zit er ook iets in van: ik geef mezelf niet helemaal. Ik ga me niet binden. Ik moet nog terug kunnen. En zo doen veel mensen ook: zij geven zich met stukjes en beetjes, met voorbehoud, twijfelend aan zichzelf en aan anderen. In deze wereld komen wij echter niet verder met mensen waar wij maar een beetje op kunnen rekenen.
De wereld wordt enkel beter door mensen, die zich zonder voorbehoud geven, ook al kunnen zij van te voren niet alles overzien. Alleen met een totale inzet kan iets in beweging komen. En als het lastig wordt, zullen mensen moeten volhouden, desnoods zichzelf geweld aandoen.
Deze inzet vinden wij bij de doop van Jezus. In zijn tijd was het gewoon iemand onder te dompelen. Dat had een hele diepe betekenis: een mens duikt het water van het leven in, met de ogen dicht. Hij gaat kopje onder en als een nieuwe mens rijst hij op. Hij gaat naar de mensen en begint een nieuw leven onder leiding van de Geest, die over hem is gekomen.
De doop van Jezus was een belangrijk moment. Zoals Noach met zijn ark uit het water van de zondvloed opdook, zoals Mozes met het volk door de Rode Zee trok, zo staat hier de nieuwe leider: Jezus Christus. Ook Hij trekt door het water, gevolgd door zijn volk, de Kerk. Hij is de man van wie God houdt.
In de eerste lezing laat de profeet Jesaja zien wanneer God van iemand houdt: als hij zich inzet voor rechtvaardigheid. En Hij hoeft daarvoor niet te roepen en te schreeuwen. Wij kennen sommigen van die schreeuwers: als zíj de macht hebben, worden zij zelf de grootste profiteurs van het onrecht.
Nee, Jesaja, die zelf ook Gods Geest bezit, ziet het in een toekomstdroom gebeuren: Jezus Christus gaat weldoende rond. Hij staat onafgebroken aan de kant van de zwakkeren. De kleinsten zal Hij niet uit het oog verliezen. Hij is beschikbaar, zonder voorbehoud.
Jezus Christus kende geen aarzeling en geen voorbehoud. Hij zei niet: Ik ben af en toe een Goede Herder. Hij zei niet: Zalig de mensen, die een beetje zachtmoedig zijn.
Hij zei: uw ja zij ja en uw nee zij nee; Gij zijt het zout van de aarde. Bemin uw vijand. Wees volmaakt. Wees uit één stuk, zoals uw Vader. Oordeel niet. Geef, en u zal gegeven worden.
Maar zover komen we slechts als we onze twijfels en alle voorbehoud afleggen. Als wij ons totaal geven, dan zien wij pas wat er gaat groeien. Dat is zo in een huwelijk, in een gezin, in een vriendschap, op het werk en ook in een kerkgemeenschap.
Broeders en zusters, God leefde in Jezus Christus. Ja, Jezus was God, is God. En daarom kon Hij zo leven, zonder voorbehoud. Maar God leeft ook in ons. Met het doopsel hebben ook wij Gods Geest ontvangen.
Tegenwoordig kiezen zoveel mensen voor zichzelf. Ze verwachten wel van alles van God, maar wat doen zijzelf voor God!? Met dat kiezen voor zichzelf en hun eigen bezigheden zijn de kerken leger geworden, maar is de wereld er beter op geworden!?
Laten wij niet bang zijn voor inspanning, niet bang zijn ons gemakkelijke leventje te verliezen. Laten wij ons van harte geven aan man, vrouw, kinderen, vader, moeder, vriend of vriendin, buur, collega op het werk, aan God en zijn Kerk. Laten wij van harte leven. Dan zullen wij net als Johannes mensen weten te inspireren. Dan zal het rijk van vrede waarover Johannes sprak mede door ons weer een stapje dichterbij komen.\
SLOTWOORD
Eens maakte iemand een wandeling door een gebied met een steengroeve. Aan een eerste steenhouwer, die hij tegenkwam, vroeg hij: “Wat bent u aan het doen?” “Dat ziet u toch”, antwoordde de steenhouwer, “Ik houw stenen.” Even verderop vroeg hij aan een andere steenhouwer: “Wat bent u aan het doen?” Deze steenhouwer antwoordde: “Ik verdien € 15,- per uur.” Weer verderop vroeg hij aan een derde steenhouwer: “Wat bent u aan het doen?” En deze steenhouwer antwoordde: “Ik bouw een kathedraal.”
Broeders en zusters, je kunt eenvoudigweg zeggen wat je aan het doen bent: stenen aan het houwen. Je kunt zeggen wat je ermee verdient: € 15,- per uur. En je kunt ook zien, dat je een onderdeeltje bent van een groter geheel: met vele anderen samen ben je bezig om een kathedraal te bouwen.
Wij zijn maar kleine en eenvoudige mensen, maar met ons allen bouwen wij het Koninkrijk van God. Laten we niet gering denken over ons eigen werk. Geven wij onszelf met hart en ziel. Het geeft niet als dat een beetje ten koste gaat van onszelf, als van ons een offer wordt gevraagd. Goed voorbeeld doet volgen.