De gebeurtenissen van de laatste tijd kunnen je veel onzekerheid geven. Ik denk dan aan de financiële crisis, aan de situatie van de kerk, van de parochies,
en misschien is er ook van alles gebeurd in uw eigen huis of familie. En als er dan weer een nieuw jaar aanbreekt, dan vraag je je af: Hoe zal het met ons gaan? En: wat is er eigenlijk nog wél zeker in dit wankele bestaan?
Tegelijk denk ik dan: hoe het ook allemaal uitpakt,
wat mij, wat ons ook overkomt, ik weet dat we een stevige basis hebben. We gaan onze weg samen met de Eeuwige. Hij woont onder ons en in ons en dan zien we wel, toch? Want dat is geloven: vertrouwen dat God ons vasthoudt, dat Hij met ons meetrekt, ons leidt en behoedt op onze levensweg.
Dat lees ik in veel Schriftverhalen. Een van de oudste, zeker 3½ 000 jaar oud, is het verhaal van de uittocht, een oerverhaal, een mythe over ons leven. Het vertelt dat een mensen worden weggeroepen uit een slavenland. Ze trekken dóór het dreigende doodswater van de Rode Zee. Er volgt dan een onzekere zwerftocht van 40 jaar, haast een levenlang dus, door de woestijn van het leven. Maar de Eeuwige trekt mee en geeft zijn Woord als leeftocht voor onderweg. Dat brood, dat Woord eten is: leren mens te worden en menswaardig te leven. Na die lange tocht staan ze dan eindelijk aan de oever van de grensrivier de Jordaan. Het oude land en de dorre woestijn achter de rug. En aan de overzijde het beloofde land, het leven zoals dat bedoeld is.
Zij wagen de overtocht op hoop van zegen en bereiken met Gods hulp zwemmend en varend dat nieuwe land.
Rond het jaar dertig van onze jaartelling komt er opnieuw iemand uit de woestijn: Johannes.
Zijn naam Jochanan betekent: God is genadig.
Deze profeet is weer helemaal gegrepen door dat oerverhaal over ons mensen. Hij roept ons op om uit alle godverlatenheid weg te trekken en de doortocht te maken naar het land en het leven waar God woont met de ons mensen.
Hij gaat aan de oever van de Jordaan staan en begint te dopen. Hij dompelt mensen onder in de grensrivier.
De Eeuwige wil niet anders dan met ons meetrekken, zegt hij, maar jullie lopen de verkeerde kant op:
met je rug naar het nieuwe land en nog steeds met de ogen gericht naar de woestijn. Als je het leven niet wilt verliezen, keer dan óm! Daarom staat hij daar te dopen. Niet dat je door die doop automatisch aan de goede kant staat. Nee, het gaat om dat ómkeren, zo van: mijn oude levenswijze laat ik verdronken achter in het water en ik kom boven, opnieuw geboren, voor een nieuwe wijze van bestaan, nu verbonden met God en met al wat leeft.
Ook Jezus komt bij die grensrivier aan. Hij is 30 jaar en heeft tot dan toe geleefd als timmerman, of als visser op het meer. Ook Hij wordt geconfronteerd met de oproep van Johannes. Maar Hij blijft niet aan de vloedlijn staan. Hij laat zich onderdompelen in de grensrivier. En dan staat er: Terwijl Hij na zijn doop in gebed was gebeurde het dat de Geest over Hem kwam. En Hij hoort de roepstem van de Eeuwige, van buiten of in zijn binnenste: Jij bent mijn geliefde zoon, kind naar mijn hart. Zo slaat Hij met de Geestkracht, het wezen van God in zich, de richting in naar het land van het leven. Hij in Mij en Ik in Hem, zal Hij later zeggen.
Want zo gaat dat als de Eeuwige met heel zijn volheid in jou mag wonen en je ziel vervult.
Met die Johannes is het tragisch afgelopen, zoals u weet. Hij was nog niet uitgedoopt of hij werd het slachtoffer van een tiran die hem opsloot en ombracht.
Maar dan is er al een hele beweging op gang gekomen, waarvan hij de voorloper is. Het verhaal dat hij begon gaat in Jezus verder en tien, twintig, honderdduizend volgen Hem.
Ook U en ik zijn met Hem gedoopt en maken deel uit van die beweging. De vraag is alleen: heeft ons leven wel ooit een echte ommekeer gemaakt? Zijn wij inderdaad die grensrivier over getrokken? Of is de vloedlijn tot nu toe nog steeds ons eindpunt en zijn we blijven leven in het niemandsland, zonder dat we een echte keuze maken? Heb ik het slavenland en de woestenij werkelijk de rug toegekeerd en ga ik nu,
met God in mijn ziel, zelfbewust het land van gerechtigheid tegemoet?
Durf ik met de hand op mijn hart te kiezen voor de richting die Jezus gekozen heeft: voor een fundamentele band met God? Dat zijn erbarmen
ook mijn levenshouding wordt? Dat ik mij bewust ben van mijn band met al wat leeft en dat ik mensen tegemoet treed met zijn liefde in mijn hart
en mijn handen?
Bij mij persoonlijk is het meestal toch wat dubbel.
Ik kies voor het land, maar ja, iedere dag komt er zoveel op mij af. Natuurlijk, op mijn goede momenten zing ik graag van God als mijn herder en eet ik uit zijn hand. En als wij hier op ’t Zand zo bij elkaar zijn, vind ik het niet zo moeilijk om de hoop levend te houden. Dan doe ik van harte mee.
Maar wát als het je tegen zit, als je door verlies en schuld en gebrek bij God niet weet hoe verder?
Dan val je ineens hard terug op jezelf.
God erbij betrekken? Soms krijg je in je bitterheid geen gebed over je lippen!
Ja, dan komt het er op aan om toch samen met God
en zelfbewust te blijven voortgaan op de gekozen weg. Om met de rug naar de grote leegte te gaan staan,
het gezicht gericht op het land waarvan je weet dat het op je wacht.
Daar zul je wel aan moeten werken, alleen of samen met anderen, juist als het goed met je gaat. Door momenten van stilte en gebed te vinden.
Door bewust te kiezen voor de levenshouding van Jezus: Gods Geest toelaten in je leven en niets te doen los van Hem. Zijn stem weer horen: Jij bent mijn zoon, mijn dochter, Ik mag je graag, Ik ben met je.
Het leven blijft gebrekkig; er kan mij zomaar van alles overkomen. Maar dan weet ik toch altijd: Hij is er ook nog; Hij is mijn herder en reisgenoot; Hij gaat met mij mee zelfs daar waar niemand met mij gaan kan.
Met die gelovige visie wil ik in het leven staan.
Dat maakt me gerust en gelukkig.
Als je in de stilte probeert Hem te zoeken, Hem weer toe te laten in je ziel, je diepste zelf; als je niets meer doet buiten Hem om en Hem altijd weer in gebed raadpleegt, dan groeit er een verbondenheid die heel kostbaar wordt in je leven; een fundamenteel vertrouwen en een liefde die je aanzet tot goedheid en barmhartigheid. Samen met Hem en verbonden met Jezus en al die mensen die de grensrivier hebben doorwaad, sta je in voor gerechtigheid in onze samenleving. Dat is niet eenvoudig in deze tijd, maar het is wel je geluk!
De Schrift roept ons vandaag dus op om onze eigen doop te gedenken. Om daadwerkelijk om te keren en te kiezen voor de weg die Jezus gegaan is; en om daarvoor onze kracht te zoeken bij de Eeuwige, ons lieve leven lang. Wie durft gaan?
Doop van Christus (2009)
B-cyclus · Kersttijd · Doopsel van christus · wit