Misschien was Jezus nooit zo mens, zo medemens als hier. Hij was een mens in de rij. Hij stond in de file: hij wachtte bij de rivier, de Jordaan. Geen voorkeursbehandeling, hij stond gewoon in de rij. Zoals alle anderen wachtte hij. Hij wilde gedoopt worden. Dat verlangden toen alle mensen die gerechtigheid wilden. Hij was één van hen, één van ons. Hij wilde de weg gaan van het niemandsland naar het iemandsland. Dat is toch gedoopt worden: iemand willen zijn, erbij horen, een naam hebben.
Dat wilde dus Jezus. Hij ging aan de kant staan van de oude verloren mens die het nieuwe zocht. Hij wilde de overgang aan den lijve voelen. Hij stond dus met lijf en leden in het water en liet zich dopen. Hij was nu zoals alle mensen: opgetekend, ingeschreven, geregistreerd, gezegend: een mens met een naam. Dat is een groot feit. Een mens is verschenen in de rivier.
En nu keert het verhaal om. Nu kantelt het. Hij die aan de kant van de mensen stond, de mensenzoon, wordt nu zoon van God. Dat is natuurlijk Marcus op zijn best: de zoon van de mensen is zoon van God. Hij kan niet zoon van God zijn als hij niet eerst broeder is van mensen. Hier begint voor Marcus alles. Hier begint zijn eigenlijke evangelie: die kleine, gewone, solidaire mens is de mens van Gods welbehagen, Zijn Zoon, een God-mens. Boven hem ging de hemel open: nu is iemand overgegaan van het oude naar het nieuwe. Hij was uittocht uit het oude, uit het verleden, naar het nieuwe. Met hem begint de wereld nieuw, opnieuw. Hij krijgt een nieuwe naam omdat hij mens wilde zijn zoals wij. Nu kan hij die ingetreden is in ons troebel water, ook uitstijgen uit onze troebelheid en zijn nieuwe weg gaan. Hij is nu de begenadigde, de gezegende, de uitverkorene, Gods zoon. Hij zal het oude openbreken tot een nieuw bestaan.
Dat is eigenlijk elke doop. Wij willen uittreden en wij willen intreden. En… als wij dat echt willen, gaat ook voor ons de hemel open, en we krijgen een naam, een zending. Wij zijn Gods gezegenden, mensen van tel, mensen onder zijn zegen. Dan gaat voor ons de hemel open.
Kan het mooier voor een mens: gedoopt zijn is staan onder een milde stem! Leven onder Gods gesternte.