Er is iets wat Jezus nooit had moeten doen: zich laten dopen. Johannes diende een doopsel van bekering toe aan mensen die hun zonden beleden en zochten naar vergeving. Niets wijst erop dat Jezus zich moest bekeren en van enig zondebesef was bij Hem nooit iets te merken. Neen, de doop hoefde voor Hem niet. Dat Hij zich toch liet dopen, heeft iedereen verbaasd. Alle evangelisten maken er melding van en in het evangelie van Matteüs laat de Doper zelfs uitdrukkelijk protest horen: ‘Ik zou door U gedoopt moeten worden, en U komt naar mij?’ (Mt 3,14).
Hoe moeten we dit verhaal dan opvatten? Sommigen zien er een roepingsverhaal in: Jezus zou zich op dat moment duidelijk(er) bewust geworden zijn van zijn goddelijke zending. Ik vrees dat men bijzonder weinig argumenten kan aandragen om dat hard te maken. Veel juister is het deze perikoop te lezen als een theofanie, letterlijk een Godverschijning. Dit gebeuren laat zien wie Jezus is: de Zoon, op wie Gods welbehagen rust. Dat moet niet zozeer aan Jezus zelf duidelijk gemaakt worden, maar aan de omstanders ter plaatse en, over hun schouders heen, aan ons.
Maar dan is het des te verrassender dat dit juist in een doop moet gebeuren. De vraag van Johannes blijft nog helemaal overeind: ‘Waarom laat Gij U dopen?’ Op Johannes’ vraag geeft Jezus, alweer in het Matteüsevangelie, een raadselachtig antwoord: ‘Zo behoren wij de gerechtigheid volledig te vervullen’ (Mt 3,15). Wat wordt hiermee bedoeld? Allicht dit: ‘Ik moet de wil van mijn hemelse Vader doen, helemaal en tot het einde toe.’ En blijkbaar behoort daartoe dat Hij, Jezus, op de plaats gaat staan waar zondige mensen naartoe trekken om vergeving te krijgen. Niet voor eigen zonden komt Hij daar, maar om mee te gaan met al die andere mensen die wel zondaars zijn. Dat is wel degelijk een revelatie en het is geen toe¬val dat ze daar plaatsvindt.
Spontaan denken wij dat de zondige, donkere kant van ons leven ons buiten God brengt. Dat is ook zo. Zonde en kwaad horen bij God niet thuis. Hij neemt het niet dat mensen zondigen, al doen ze het allemaal. Ook Jezus was hierin streng en onverbiddelijk. Pas als we dat goed beseffen, kan het verhaal van vandaag beginnen.
De blijde tijding van her evangelie ligt nu juist hierin: God komt niet pas naar ons toe als kwaad en zonde uit ons leven weg zijn. Dan zou Hij wel heel lang moeten wachten! Zijn omgang met ons begint daar waar wij beseffen dat we zondige mensen zijn en vergeving nodig hebben. Jezus was zeer scherp voor degenen die meenden geen bekering en vergiffenis nodig te hebben. Slechts wie beseft wel zondig te zijn, kan op weg gaan naar vergeving. En op die weg komt Jezus hem tegemoet. Zelf heeft Hij geen zonde gedaan, maar Hij gaat wel mee op de weg van de zondaar. Op die Zoon, die deze weg gaat, rust het welbehagen van God zelf.