7e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 7e zondag · groen

Vandaag wil ik met u stilstaan bij twee momenten uit het zojuist gelezen verhaal. Het eerste moment is dat waar staat: ‘Toen Jezus hun geloof zag…’, en het andere is waar Hem godslasterlijke taal wordt verweten omdat Hij zegt: ‘Je zonden zijn je vergeven.

Blindheid, melaatsheid en verlamming waren veel voorkomende ziekten in de dagen van toen, en iemand die erdoor getroffen werd, was er echt hopeloos aan toe. Vorige week zeiden we het al: naast alle ellende en pijn die zo’n handicap meebracht, werd die ziekte je ook nog verweten als straf voor zonde, begaan door jou of je (voor)ouders. Mede daardoor voelen zulke mensen zich hopeloos alleen, door God gestraft, door hun omgeving afgeschreven.

De vier die een van die verschoppelingen over het dak heen naar Jezus toe dragen, zijn een uitzondering, en geven er blijk van al iets van zijn boodschap begrepen te hebben: opkomen voor hen die zijn afgeschreven. Met halsbrekende toeren laten ze de lamme voor Jezus’ voeten neer.

En dan staat er niet, zoals anders wanneer Jezus met een zieke wordt geconfronteerd: ‘Toen hij zijn (of haar) geloof zag… maar: ‘Toen Jezus hun geloof zag…'.

Dat betekent dus dat je geloof kunt zien. En je ziet dat geloof dus wanneer het zich uit in zorg voor mensen.

Misschien, heb ik wel eens gedacht, had die lamme zelf geen of weinig vertrouwen in die Jezus, maar degenen die hem droegen, volop.

Soms moeten wij geloven in plaats van hen die het niet meer kunnen. Soms kan ons geloven anderen dragen, bij Jezus brengen en genezen.

Een tweede boeiend aspect in dit zondagse verhaal is dat Jezus verweten wordt dat Hij zonden vergeeft. Dat is niet zo vreemd als we bedenken dat de joodse gelovigen van toen zijn opgevoed met de gedachte dat kwaad er niet is om te vergeven, maar om te vergelden: oog om oog en tand om tand, want het recht moet zijn loop hebben, en alleen JHWH kan vergeven. Wanneer Jezus tegen iemand zegt dat zijn verleden hem vergeven is, vindt men dat dus hoogst aanmatigend en brutaal tegenover God. Alleen JHWH kan vergeven; mensen kunnen dat niet. En het is voor de gelovigen van toen heel choquerend geweest dat die jonge rabbi uit Nazaret voortdurend en tot het laatst toe - ‘Heer, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen - mensen vrijsprak en zonden vergaf.

Daarmee doet Hij, wat volgens Jesaja de Heer zelf al heeft gezegd: ‘Denk niet meer aan het verleden, en sla geen acht op wat al lang voorbij is’. En Jahwe gaf toen al het goede voorbeeld: hoewel Israël zich niet om Hem bekommerd heeft, en zijn geduld op de proef gesteld heeft, zegt Hij: ‘Desondanks vergeef ik u, en denk Ik niet meer aan uw zonden’. Die vergevensgezindheid heeft Hij dus niet van vreemden.

Wat zou onze wereld, onze samenleving, er een stuk beter uitzien als we, zoals die vier, anderen wat meer op handen zouden dragen, en als we, net als Hij, minder op vergelding uit waren en royaler zouden zijn met vergeving.

Zoeken in Preken Online