Die vier mannen denken geen moment aan de zonde van hun verlamde kompaan. Ze hebben vernomen dat die man uit Nazaret zieken kan genezen. Niets is hun te veel om de zieke tot bij Jezus te krijgen. Door het dak laten ze de lamme neerzakken tot vlak bij Jezus. Er dienen verder geen woorden aan vuilgemaakt te worden. Hun vertrouwen in de genezer spreekt boekdelen. Op het eerste gezicht doet Jezus’ reactie helemaal niet terzake. Men brengt Hem toch immers geen zondaar, maar een zieke. Althans, zo zien wij dat. Jezus’ tijdgenoten denken daar anders over. Zij zien meteen een verband tussen ziekte en zonde. In het evangelie van Johannes bijvoorbeeld vragen de leerlingen bij het zien van een blindgeborene: ‘Heeft hij dat te wijten aan zijn eigen zonde of aan die van zijn ouders?’ (Joh 9,3).
Jezus heeft reeds naam gemaakt als genezer. In de opbouw van het evangelieverhaal wordt nu een stap verder gezet. De genezing zal inderdaad plaatsvinden, maar ze is slechts het zichtbare teken van een dieper reikend en op zichzelf onzichtbaar gebeuren: de vergeving van zonden. Niemand maakt bezwaren tegen Jezus’ wondere genezingen. Integendeel, van alle kanten brengt men zieken bij Hem. Maar op het moment dat Hij daar de vergeving van zonden mee verbindt, krijgt Hij hevige tegenwind. Men kan piekeren over de vraag waar Hij de kracht vandaan haalt om zieken te genezen. Maar als de vergeving van zonden te berde komt, is geen twijfel mogelijk: die kracht kan alleen van God komen. Jezus’ tegenstanders nemen het niet dat Hij zich die goddelijke volmacht toeeigent. Jezus’ conflict met de schriftgeleerden is fundamenteel religieus. Hij maakt aanspraak op een volmacht die alleen God toekomt. Als de Mensenzoon de macht heeft om zonden te vergeven, dan is Hij dus bekleed met de goddelijke volmacht.
Jezus knipt de band tussen ziekte en zonde door. Toch is de genezing in dit verhaal het teken van een dieper liggend gebeuren: de vergeving van zonden. Jezus zal niet zeggen dat iedereen ziek is. Hij laat er echter geen enkele twijfel over bestaan dat iedere mens zondig is. Voor Hem is dat zelfs erger dan ziekte! Uit de genezing van de lamme blijkt dat Jezus meer is dan een soort wonderdokter. Om dat te begrijpen moet de lezer die in goede gezondheid verkeert dieper doordringen in zichzelf. Hij moet beseffen dat hij zondaar is en dat hij daar op eigen kracht niet van ‘geneest’. Alleen God en zijn gevolmachtigde kunnen vergeving schenken.
De schriftgeleerden nemen aanstoot aan het feit dat Jezus zonden vergeeft. Zou dat ook de grootste reden tot ergernis zijn voor hedendaagse lezers? Ligt de grootste reden tot ergernis niet in het feit dat de goede man uit Nazaret ons onverbloemd doet verstaan dat we zondaars zijn? Hij is niet alleen gekomen voor de zieken, maar voor alle mensen. Omdat ze allemaal Gods vergeving nodig hebben.