OPENINGSWOORD
Broeders en zusters, welkom bij deze heilige eucharistieviering. Het hebben van een “nee-nee-sticker” op je brievenbus geeft je niet de garantie, dat je kunt ontkomen aan allerlei reclame-aanbiedingen. Dan krijg je ze wel op t.v. te zien. En ook als je geen t.v. hebt, dan zie je ze wel op straat of in de krant. Allemaal dingen die voordelig zijn, zeggen de adverteerders. Men zegt dat wij de economische crisis te danken hebben, grotendeels of helemaal, aan het buitensporig zoeken van eigen voordeel.
De grote apostel Paulus zegt vandaag in de tweede lezing, dat wij niet ons eigen voordeel moeten zoeken, maar dat van de gemeenschap.
Horen wij dat weleens op t.v.? Ja, als er ergens een ramp is gebeurd. Maar hoort het zoeken van andermans voordeel tot het dagelijkse streven van de gemiddelde Nederlandse burger?
Paulus zelf doet het. Hij mag daarom met recht zeggen: Volg mij hierin na, zoals ik Jezus Christus navolg.
Misschien is de economische crisis, die volgens sommige mensen nog vele malen erger zal worden, nog ergens goed voor: dat mensen uiteindelijk leren om toch weer wat meer naar het algemeen belang te kijken. Zoeken wij, christenen, naar wat voordelig is voor een ander. Geven wij het goede voorbeeld.\
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. Heer onze God, waar uw woord weerklinkt en Gij het hart raakt van een mens, wordt alle onreinheid weggenomen. Maak ons ontvankelijk voor uw woord: laat ons nooit twijfelen aan uw vergeving, maar steeds weer verkondigen dat Gij ons vrijgesproken en gereinigd hebt in Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer. Die met U leeft en heerst … . Amen.\
PREEK
Broeders en zusters, mensen van een bepaalde tijd, plaats of cultuur kunnen soms van een of andere werkelijkheid een idee hebben, een voorstelling, die helemaal niet klopt. Hoeveel eeuwen zijn er bijvoorbeeld niet mensen geweest, die dachten dat de aarde een platte schijf was en dat de zon om de aarde draaide!? Maar na verloop van tijd leren wij door studie de dingen beter kennen.
Tussen haakjes, de ooit zo verguisde Galileo Galileï, die als eerste leerde dat de aarde om de zon draaide, zal vandaag in een eucharistieviering - ik denk in Rome - worden geëerd. Galileï is wel ooit door de inquisitie veroordeeld, maar die veroordeling is nooit door de toenmalige paus, Urbanus VIII, ondertekend. En hij werd eigenlijk ook niet veroordeeld vanwege zijn uitspraak dat de aarde om de zon draaide, maar vanwege de theologische gevolgen daarvan. Mensen zouden dan namelijk kunnen beweren - ten onrechte natuurlijk - dat God in de Bijbel tegen ons heeft gelogen. Maar het is goed dat Galileï in dit jaar 2009, het jaar van de astronomie, ook door de Kerk in het zonnetje wordt gezet.
Maar we hadden het eigenlijk over een mogelijke, verkeerde voorstelling van zaken. In Jezus’ tijd leefden veel zieken geïsoleerd van de gezonde mensen. Men was bang voor besmetting. Dat was natuurlijk een begrijpelijke gedachte, maar - en nu komt het verkeerde idee - men dacht ook dat ziekten altijd een straf van God waren en daarom moesten de mensen met een besmettelijke ziekte sowieso maar uit de gemeenschap worden gestoten. Zij verdienden niet om bij de mensen te horen. In het Johannes-evangelie bijvoorbeeld horen wij mensen m.b.t. een bepaalde man aan Jezus vragen: Meester, wie heeft gezondigd, hijzelf of zijn ouders, dat hij blindgeboren werd" (9, 2). Jezus zegt dan, dat noch die man, noch zijn ouders hebben gezondigd.
Als Jezus Christus in het evangelie van vandaag een man met een besmettelijke ziekte de hand reikt, dan laat Hij op de eerste plaats zien, dat Hij niet van geïsoleerde posities houdt, Hij wil dat alle mensen voor elkaar openstaan, ziek of gezond, maar óók laat Hij zien, dat ziekte in ieder geval niet altijd een straf van God is. Door de zieke bij de hand te nemen zegt God: Kom maar, je hoort er bij. Ik houd ook van jou. Ook jíj bent mijn kind.
“Jij hoort er bij”. Dat is wat Jezus Christus denkt. Vroeger en nu. En dat geldt ook als je gezond bent. Er zijn altijd wel mensen om ons heen, die zich eenzaam en verloren voelen, soms ook uitgestoten. En wat Christus wil is dat wij ons over elkaar ontfermen, zoals Hij zich over héél de mensheid heeft ontfermd.
Wij zouden het verlangen naar gezondheid echter niet moeten overdrijven. Jezus zegt, dat het beter is met één oog de hemel binnen te gaan dan met twee ogen verloren te gaan. Zo geldt ook, dat je beter iets kunt mankeren, maar wèl vrienden hebt, dan dat je kerngezond, maar eenzaam door het leven gaat. Nòg fijner is natuurlijk dat je èn gezond bent èn vrienden hebt, maar zo is het leven niet altijd.
Pijn doet niet alleen een of andere ernstige ziekte, maar ook dat je daardoor bijvoorbeeld je werk of andere bezigheden moet opgeven. Pijn heb je niet alleen door het missen van een dierbare, maar ook doordat je bijvoorbeeld ‘s avonds alleen voor de t.v. zit.
Jezus kon echte wonderen doen. Hij hoefde mensen maar bij de hand te nemen. Wij kunnen wonderen van liefde verrichten door mensen het gevoel te geven dat zij ondanks een ziekte of handicap toch belangrijk zijn, dat hun leven zinvol is. Wij kunnen mensen bij de hand nemen en iets met ze gaan doen, al is het maar een praatje maken, zodat ze niet alleen zijn. Als wij als katholieken weer eens meer met zieken zouden praten over de verlossende waarde van Jezus’ lijden en over de waarde, die dus ook hun lijden kan hebben, ons lijden ook, zouden tegenwoordig niet zoveel mensen spreken over een onwaardig levenseinde met de mogelijke verkeerde keuze, die daarop kan volgen.
Er zijn ziektes in een mensenleven waar wij niets aan kunnen doen, maar er zijn nog genoeg ellendige situaties over waar wij wèl iets aan kunnen doen door … minder te roddelen, méér te luisteren, door minder te oordelen en meer geduld te hebben, door begrip op te brengen en ons af te vragen: hoe zou ik me voelen in een dergelijke situatie?
Broeders en zusters, niet alleen individuele mensen kunnen ziek zijn, maar ook een hele maatschappij kan ziek zijn. Ik ga geen voorbeelden geven, want ik heb geen trek in heftige discussies - van discussies wordt onze wereld niet beter - maar als ik persoonlijk nadenk over de Tien Geboden van God en ik kijk vervolgens eens rond in Nederland en de rest van de wereld, dan ben ik weleens benieuwd wat God van ons vindt. Ik weet het niet met zekerheid, maar ik kan me niet voorstellen dat er andere tijden in de geschiedenis zijn, dat er zo massaal tegen de Tien Geboden werd gezondigd als nu. Misschien gaat de steeds groter wordende crisis - op teletekst stond te lezen, dat in Brabant en Zeeland gevaar bestaat voor massaontslagen - uitlopen op een grote zuivering van de wereld. Eerlijk gezegd: ik hoop het! Op ellende zit natuurlijk niemand te wachten. Op een betere wereld wel. Maar soms moet de mensheid eerst door een diep dal voordat er weer iets nieuws, iets veel mooiers, kan komen.
God kan inderdaad wonderen doen, zoals wij het in het leven Jezus Christus en in het leven van vele heiligen ontelbare keren hebben kunnen zien gebeuren. Maar laten wij eerst zelf wonderen doen, wonderen van liefde. Als wij over de brug komen, komt God vanzelf. Wij gaan misschien heftige tijden tegemoet. Dat betekent ook dat alleen radicale middelen helpen. Premier Balkenden had het er geloof ik over dat misschien onorthodoxe middelen moeten worden gebruikt, vrij vertaald: krachtige, radicale middelen om de tot een oplossing te komen. Laten wij ook radicaal worden in de liefde. Liefde tot God, liefde tot de naaste. De regering komt met slappe maatregelen niet verder. Wij komen met een slappe, lauwe liefde tot God en de naaste ook niet tot een betere wereld. Eisen we weinig van een ander en heel veel van onszelf. Maken wij het verschil door in een tijd van geestelijke crisis extra liefde te hebben.\
SLOTWOORD
Wij hadden het over een verkeerde voorstelling van zaken en over grote liefde. Ik vertel een verhaal van Victor Hugo.
De bisschop van Digne leefde als een sober, maar gastvrij man. Zijn huis stond open voor armen en daklozen, en voor elke hongerige gast werd de tafel feestelijk gedekt. In het midden prijkte een grote zilveren kandelaar en naast het sobere servies lag prachtig zilveren bestek. Ook deze kostbare erfstukken wilde de bisschop zo met zijn gasten delen.
Op zekere dag echter bleek na de maaltijd alle mooie bestek van tafel verdwenen. De huishoudster van de bisschop alarmeerde de politie en niet lang daarna werd een zwerver met het gestolen zilver aangetroffen.
De bisschop voelde zich beschaamd door de actie van de huishoudster. “Is dat zilver dan van ons?”, zei hij. “Behoort niet alles toe aan de armen?”
Toen werd de zwerver met zijn buit door een agent naar het huis van de bisschop gebracht. “Ik ben blij je te zien,” zei de bisschop tegen de man. “Graag had ik je ook mijn zilveren kandelaar gegeven. Waarom heb je die laten staan?” Onthutst vroeg de politieman aan de bisschop of deze hem werkelijk zelf het tafelzilver had gegeven?
“Als u denkt dat hij het van hier gestolen heeft, vergist u zich, want deze man is mijn gast,” zei de bisschop. En hij bracht de politieman naar de deur en gaf de zwerver zijn vrijheid terug. “Maar voordat je weggaat, mijn vriend, geef ik je ook deze kandelaar cadeau,” zei de bisschop. Beschaamd en bevend over zijn hele lichaam, want hij besefte niet wat hem hier overkwam, liet de arme man de kostbare kandelaar in zijn hand duwen. “Ga in vrede, mijn vriend,” zei de bisschop, “mijn deur staat altijd voor je open. En vergeet nooit dat je mij beloofd hebt dit zilver te gebruiken om een goed mens te worden.”
Ofschoon de zwerver zich zo’n belofte niet kon herinneren was hij zo diep geraakt door het gebaar van de bisschop, dat hij werkelijk een goed mens werd.
Misschien, beste medegelovigen, gaat ons de actie van deze Franse bisschop een of twee bruggen te ver. Misschien hebben wij vanwege een gebrek aan dergelijke actieve liefde daarom ook zo weinig mensen, die zich van hun slechte daden afkeren.
Wij hoeven niet beroemd te zijn, niet geleerd, mag wel natuurlijk, maar wij moeten en kunnen wel groot zijn in de liefde tot God en de naaste. Kijken wij de komende week, ieder voor zichzelf waar wij nog kunnen groeien in de liefde.