In kwetsbaarheid gezien, geheeld (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 6e zondag · groen

Jezus geneest een melaatse: wat wil dat zeggen? Wat moeten wij met dit getuigenis? Wij, moderne mensen, wij weten amper wat melaatsheid is. Melaatsheid begint met de aantasting van je zenuwstelsel. De zieke raakt ongevoelig in de tenen en vingertoppen en dat zet zich steeds verder door. En dan volgt die ernstige aantasting en verminking van huid en ledenmaten die we alleen maar kennen misschien van filmbeelden uit verre, arme landen.

In de Nieuwe bijbelvertaling wordt melaatsheid vertaald met het woord ‘huid vraat’: je huid wordt opgegeten. En je huid dat is je belangrijkste contact orgaan met de buitenwereld: je koesteren de behaaglijke zon op je huid of je bedekt het tegen natte kou, je voelt hoe je met tederheid wordt aangeraakt of ruw en hardhandig aangepakt. Je huid is ook je belangrijkste afweerorgaan ook om ziekte kiemen en de vuiligheid van het leven buiten je lichaam te houden.
Melaatsen, mensen met huidvraat, wanneer die medische diagnose is gesteld kun je verder gaan en zeggen dat melaatsheid iets te maken heeft me isolement, het contact verliezen met de buitenwereld om je heen. Melaatsheid heeft iets te maken met kwetsbaarheid, je afweer verliezen.

Geïsoleerde mensen, kwetsbare mensen. die zijn er ook in onze z.g. moderne samenleving in overvloed te vinden: Mensen die vervreemd raken van hun omgeving of aller naasten en vereenzamen; mensen die om hun huidskleur, afkomst, religie of geaardheid buitengesloten worden; mensen die verarmen en daardoor sociaal geïsoleerd raken; mensen die, door psychische problemen, het contact met de werkelijkheid verliezen; Kwetsbare mensen die geen verweer hebben tegen de harde werkelijkheid, dat schimmige spel van machten en krachten om hen heen. Wij moderne mensen, wij weten dus in zekere zin wel degelijk wat melaatsheid is. Misschien herkennen wij zelfs enige symptomen in ons eigen leven: hebben we zelfs soms geen verweer bij alles wat op ons afkomt, hebben we soms dat eenzame gevoel dat je de werkelijkheid niet meer vatten kunt.

Zo’n kwetsbare geïsoleerde mens richt zich tot Jezus. Hij doorbreekt het taboe waarmee zijn isolement zwaar is afgezegeld zoals we in de eerste lezing uit het boek Leviticus konden horen. Deze melaatse berust niet in zijn lot van afgeschreven zijn. Hij doet wat hem verboden is, wat ook nu soms taboe is, namelijk je kwetsbaarheid laten zien en erkennen dat je een ander nodig hebt om te kunnen leven. Hij doorbreekt het taboe van de melaatse, en dat van de sterke mens die zichzelf genoeg is wanneer hij toenadering zoekt tot de Heer en zegt: ‘Als Gij wilt, kunt Gij mij reinigen.’
En Jezus gaat nóg een stap verder wanneer hij hem aanraakt en het verlossende woord spreekt: ‘Ik wil, wordt rein.’ En vervolgens wordt de melaatse aangespoord om weer in de gemeenschap te treden van God en de mensen door het volbrengen van het offerritueel.

Anders gezegd: Jezus stuurt hem naar de tempel, tussen de mensen, dicht bij God. In dit verhaal wordt het ideaal verwoord van ons gelovig zijn, van wat Kerk zou moeten zijn: een uitgestoken hand reiken aan mensen die buitengesloten raakten, mensen die hun afweer verloren en kwetsbaar raakten. Hén de hand reiken vanuit een oprechte wil hen weer met zichzelf, met God en de mensen ‘in het reine’ te brengen, hen hun plaats terug te geven in de kring, te herstellen in eigen kracht. Maar dat is geen gemakkelijke opgaaf. We voelen ons eerlijk gezegd gemakkelijker in opsplitsingen en verwijdering van ‘vreemde’ elementen: liefst leven wij in een kerk van gelijkgestemden, een groep van gelijk geaarden.
We voelen ons dikwijls het best bij een duidelijk onderscheid. Het is geen gemakkelijke opgave je hand uit te strekken naar een kwetsbare, geïsoleerde mens. Het is veiliger, eenvoudiger, plezieriger ook om bij de groep van de sterken te horen. Jezus ziet het anders, zo getuigd het verhaal over zijn leven. Heel zijn gestaan lijkt er juist op gericht om mensen uit hun isolement te halen, hen met zichzelf, met God en met de medemens te verzoenen. Hij is Gods uitgestoken, reddende hand, voor alle mensen aan de kant. Vaak missen wij daartoe de kracht, de durf en creativiteit.

Terwijl we telkens weer om ons heen zien hoe eenzaamheid en uitsluiten van kwetsbaarheid de samenleving dood, de ziel eruit haalt hoe blijvend isolement kan lijden tot verharding en geweldexplosies daar waar mensen zich aan de kant gezet en afgewezen voelen, onbegrepen, ongezien in hun kwetsbaarheid.

Het evangelie is een uitnodiging om te doen wat ondenkbaar is en ongehoord: het isolement doorbreken aan beide zijden van de scheidslijn. Maar dat niet alleen: want de melaatse, zo stelden we vast, kan ook u en ik zijn: mensen vervreemd geraakt, ongevoelig en verminkt, gevangen in onvermogen, kortom: mensen die - hoe dan ook - niet goed in hun vel zitten en zich daardoor in het leven soms alleen voelen staan. Maar die door God worden wij gezien, zijn hand raakt ons aan, in Jezus, zijn Zoon, deze dag, dit uur, wil Hij ook ons in het reine brengen met onszelf, met God en met elkaar wanneer wij in oprecht geloof toenadering zoeken tot Hem.

Zoeken in Preken Online