Jezus geneest een melaatse: wat wil dat zeggen? Wat moeten wij met dit getuigenis? Wij, moderne mensen, wij weten amper wat melaatsheid is. Melaatsheid begint met de aantasting van je zenuwstelsel. De zieke raakt ongevoelig in de tenen en vingertoppen en dat zet zich steeds verder door. En dan volgt die ernstige aantasting en verminking van huid en ledenmaten die we alleen maar kennen misschien van filmbeelden uit verre, arme landen.
In de Nieuwe bijbelvertaling wordt melaatsheid vertaald met het
woord ‘huid vraat’: je huid wordt opgegeten. En je huid dat is je
belangrijkste contact orgaan met de buitenwereld: je koesteren de
behaaglijke zon op je huid of je bedekt het tegen natte kou, je voelt
hoe je met tederheid wordt aangeraakt of ruw en hardhandig aangepakt.
Je huid is ook je belangrijkste afweerorgaan ook om ziekte kiemen en de
vuiligheid van het leven buiten je lichaam te houden.
Melaatsen, mensen met huidvraat, wanneer die medische diagnose is
gesteld kun je verder gaan en zeggen dat melaatsheid iets te maken
heeft me isolement, het contact verliezen met de buitenwereld om je
heen. Melaatsheid heeft iets te maken met kwetsbaarheid, je afweer
verliezen.
Geïsoleerde mensen, kwetsbare mensen. die zijn er ook in onze z.g. moderne samenleving in overvloed te vinden: Mensen die vervreemd raken van hun omgeving of aller naasten en vereenzamen; mensen die om hun huidskleur, afkomst, religie of geaardheid buitengesloten worden; mensen die verarmen en daardoor sociaal geïsoleerd raken; mensen die, door psychische problemen, het contact met de werkelijkheid verliezen; Kwetsbare mensen die geen verweer hebben tegen de harde werkelijkheid, dat schimmige spel van machten en krachten om hen heen. Wij moderne mensen, wij weten dus in zekere zin wel degelijk wat melaatsheid is. Misschien herkennen wij zelfs enige symptomen in ons eigen leven: hebben we zelfs soms geen verweer bij alles wat op ons afkomt, hebben we soms dat eenzame gevoel dat je de werkelijkheid niet meer vatten kunt.
Zo’n kwetsbare geïsoleerde mens richt zich tot Jezus. Hij doorbreekt
het taboe waarmee zijn isolement zwaar is afgezegeld zoals we in de
eerste lezing uit het boek Leviticus konden horen. Deze melaatse berust
niet in zijn lot van afgeschreven zijn. Hij doet wat hem verboden is,
wat ook nu soms taboe is, namelijk je kwetsbaarheid laten zien en
erkennen dat je een ander nodig hebt om te kunnen leven. Hij doorbreekt
het taboe van de melaatse, en dat van de sterke mens die zichzelf
genoeg is wanneer hij toenadering zoekt tot de Heer en zegt: ‘Als Gij
wilt, kunt Gij mij reinigen.’
En Jezus gaat nóg een stap verder wanneer hij hem aanraakt en het
verlossende woord spreekt: ‘Ik wil, wordt rein.’ En vervolgens wordt de
melaatse aangespoord om weer in de gemeenschap te treden van God en de
mensen door het volbrengen van het offerritueel.
Anders gezegd: Jezus stuurt hem naar de tempel, tussen de mensen,
dicht bij God. In dit verhaal wordt het ideaal verwoord van ons gelovig
zijn, van wat Kerk zou moeten zijn: een uitgestoken hand reiken aan
mensen die buitengesloten raakten, mensen die hun afweer verloren en
kwetsbaar raakten. Hén de hand reiken vanuit een oprechte wil hen weer
met zichzelf, met God en de mensen ‘in het reine’ te brengen, hen hun
plaats terug te geven in de kring, te herstellen in eigen kracht. Maar
dat is geen gemakkelijke opgaaf. We voelen ons eerlijk gezegd
gemakkelijker in opsplitsingen en verwijdering van ‘vreemde’ elementen:
liefst leven wij in een kerk van gelijkgestemden, een groep van gelijk
geaarden.
We voelen ons dikwijls het best bij een duidelijk onderscheid. Het is
geen gemakkelijke opgave je hand uit te strekken naar een kwetsbare,
geïsoleerde mens. Het is veiliger, eenvoudiger, plezieriger ook om bij
de groep van de sterken te horen. Jezus ziet het anders, zo getuigd het
verhaal over zijn leven. Heel zijn gestaan lijkt er juist op gericht om
mensen uit hun isolement te halen, hen met zichzelf, met God en met de
medemens te verzoenen. Hij is Gods uitgestoken, reddende hand, voor
alle mensen aan de kant. Vaak missen wij daartoe de kracht, de durf en
creativiteit.
Terwijl we telkens weer om ons heen zien hoe eenzaamheid en
uitsluiten van kwetsbaarheid de samenleving dood, de ziel eruit haalt
hoe blijvend isolement kan lijden tot verharding en geweldexplosies
daar waar mensen zich aan de kant gezet en afgewezen voelen,
onbegrepen, ongezien in hun kwetsbaarheid.
Het evangelie is een uitnodiging om te doen wat ondenkbaar is en
ongehoord: het isolement doorbreken aan beide zijden van de
scheidslijn. Maar dat niet alleen: want de melaatse, zo stelden we
vast, kan ook u en ik zijn: mensen vervreemd geraakt, ongevoelig en
verminkt, gevangen in onvermogen, kortom: mensen die - hoe dan ook -
niet goed in hun vel zitten en zich daardoor in het leven soms alleen
voelen staan. Maar die door God worden wij gezien, zijn hand raakt ons
aan, in Jezus, zijn Zoon, deze dag, dit uur, wil Hij ook ons in het
reine brengen met onszelf, met God en met elkaar wanneer wij in oprecht
geloof toenadering zoeken tot Hem.