De melaatse mens

B-cyclus · Tijd door het jaar · 6e zondag · groen


Volgens ons is kanker zowat het ergste wat een mens kan overkomen. Het is een vreselijke, een dodelijke kwaal. Mensen zijn in alle staten als ze vernemen dat ze een kwaadaardig gezwel hebben. Dan verduistert elk licht in hun leven: de grootste vijand, de dood, staat voor de deur. Daarom studeren en werken wetenschappers ernstig om deze gesel der mensheid te overwinnen. Als dat ooit mag gebeuren, zal de mensheid een grote stap voorwaarts hebben gezet. Wij zijn die weg aan het vinden.

Met de nodige nuancering natuurlijk kun je stellen: wat kanker is vandaag, dat was melaatsheid vele eeuwen terug. In bijbelse termen uitgedrukt: het was een taboekwaal. De mens werd daardoor ‘onrein’. Hij werd in een reservaat geplaatst en hij kon alleen door God worden genezen. Zo erg was deze huidziekte. De melaatse mens hield op een naaste, een medemens te zijn. Hij werd definitief van de ledenlijst geschrapt. Nu gebeurde het ook dat een melaatse genas. Dat was dan een daad van God en alle priesters moesten in beweging komen om dat te proclameren. Wij zouden wellicht vandaag ook een soort internationale V-dag afkondigen als kanker ooit definitief zal zijn overmeesterd.

Zo moeten wij vandaag Marcus lezen. Jezus raakt de melaatse aan en ’terstond verdween de melaatsheid en hij was gereinigd’. Met Jezus zet de mensheid een stap voorwaarts: er is nu méér van Gods werkzame nabijheid zichtbaar geworden op aarde. In die zin is dit een groot moment. Je moet bij Marcus zijn om dit bladzijde na bladzijde te lezen.

Toch zit daar nog veel meer aan vast. Er gebeurt een tweevoudige omwisseling in het rollenspel. Jezus wordt onrein door de onreine rein te maken, én… Jezus gaat de eenzaamheid in terwijl de ex-melaatse gemeenschap vindt. Met Hem zal eindelijk lukken wat in de oude boeken was gevraagd: maak de melaatse tot je naaste. Eindelijk!

Intussen is Jezus een eenzame onreine profeet geworden. Marcus zit daarmee goed in zijn thema: Jezus is een onbegrepen dienaar van mensen. ‘Hij kon zelfs niet meer openlijk in de stad komen.’ Zo staat het er letterlijk. ‘Hij verbleef buiten op eenzame plaatsen.’ Daarmee staat Jezus aan de kant van de vele mensen die ter wille van hun ideeën gemeden worden. Hij is voortaan hun vriend. Binnen het kader van de discussies en de opvattingen van die tijd mag je zelfs zeggen dat Jezus zelf de melaatse is geworden. Onrein, uitgestoten en… alleen God zal zijn redding zijn. Hij had een beter lot verdiend.

Taboes zijn blijkbaar heel, heel taal. En als de godsdienst ze verstevigt, zijn ze ook heel, heel gevaarlijk. Dat is de dubbelzinnige kwaliteit van de godsdienst. Hij wekt in de mens het hoogste en het laagste. Er gaat in ieder geval macht uit van het beroep op de heilige instantie die God is. Die macht heeft oorlogen gewekt en ze lang laten duren. Terwijl Marcus ons zegt dat Jezus met God aan zijn kant geen wonden slaat maar wonden geneest.

Daarmee weten we het opnieuw: de God van Jezus is een God die zich als antitaboe manifesteert. Wie de melaatse niet tot zijn naaste maakt, heeft van Gods geheim nog niets geproefd. Hij wordt zelf melaats.

De melaatsheid is de wereld nog niet uit.

Zoeken in Preken Online