Een melaatse kwam naar hem toe. Hij viel op zijn knieën voor hem neer. Hij pleitte met zijn rechterhand over zijn mond: ‘Als u wil, kunt u me genezen!’ Jezus keek naar hem, zijn eigen schepsel, zijn broer, en hij de tranen schoten in zijn ogen uit medelijden. Hij zei: ‘Natuurlijk wil ik dat. Genees.'
En omdat hij van eerdere genezingen geleerd had wat een misverstanden en volksoplopen de genezing zou veroorzaken als ze bekend zou worden, voegde hij eraan toe: ‘Vertel het alsjeblieft aan niemand, behalve dan aan de priesters die je nodig hebt voor een gezondheidsverklaring.'
Maar de man vertelde het niet alleen aan de priesters. Hij vertelde het iedereen, links, rechts en overal. En daar kwamen ze weer, de honderden en duizenden, uit op iets dat hun geen moeite kostte. Ze wilden genezen zoals die melaatse.
Het is met hen als met die patiënten waar dokters en verpleegsters het soms over hebben. Zieke mensen die alleen maar uit zijn op een injectie, een poeder, of een pil, maar die niet van plan zijn om hun eet- en drinkgewoonten, hun roken, hun levensstijl of wat dan ook de werkelijke oorzaak van hun ziekte is, te veranderen.
Ze lijken op lijders aan de een of andere geslachtsziekte, die best bereid zijn om allerhande soorten behandelingen te ondergaan, maar die er niet eens over denken om hun promiscuïteit op te geven.
Ze zijn zoals zovelen van ons, die best allerlei zaken die in onze maatschappij fout gaan, willen bediscussiëren en die zaken tijdens die discussies zelfs willen oplossen. Hoe de dingen beter verdeeld zouden kunnen worden. Hoe de armen geholpen, de dronkaards genezen, de prostituees opgevangen, de vluchtelingen en wezen gevoed, en de oorlogen gestopt zouden kunnen worden. In het ene onderzoek na het andere, in talloze vergaderingen en op symposia.
Maar gebeuren doet er bijna niets. Het blijft allemaal aan de oppervlakte, het reikt niet dieper dan de huid.
Jezus zei: ‘Natuurlijk wil ik je genezen. Maar vertel het aan niemand. Houd het geheim. Want dat is niet alles. Als je het rondvertelt zullen ze nooit begrijpen wat ik eigenlijk kom doen.’ De genezen melaatse hield zijn mond niet. Hij was niet echt veranderd. En Jezus kreeg gelijk. Ze kwamen om ook genezen te worden van hun kwalen en kwaaltjes.
Wij komen nog vaak steeds naar hem op die manier, we gaan naar hem voor de gemakkelijke oplossing - de genezende kracht van zijn hand terwijl we zelf onveranderd blijven. We zijn best bereid om om genezing te smeken, maar we zijn veel minder bereid om te luisteren naar wat hij zegt over de veranderingen, de bekeringen die we dienen te ondergaan om deze wereld te veranderen in een plaats waar iedereen zich thuis voelt. Het rijk van God waarin niemand meer ziek wordt vanwege de ellende, die de wereld waarin we nu leven automatisch met zich meebrengt. Het koninkrijk van God waar hij, zijn moeder en zoveel andere vaders en moeders, profeten en dichters, dromers en filosofen steeds over droomden en nog dromen.