Het doen van goede werken is altijd onderdeel geweest van de Kerk. Het besef dat wij niet alleen voor onszelf moeten zorgen, maar ook oog moeten hebben voor mensen in noodlijdende gebieden heeft in de laatste eeuwen gestalte gekregen in de vele missionarissen die uitgezonden werden naar vele delen in de wereld. We doen de geschiedenis onrecht wanneer wij stellen dat deze mensen er op waren om mensen te bekeren. Gedreven door het geloof, maar ook gedreven door de wens om de mensen daar te helpen trokken zij er naar toe. Wanneer missionarissen terugkeerden werd met bezieling gesproken over wat ze allemaal gedaan hadden, waarbij het geloof op de achtergrond meespeelde. Een van de zaken waarbij zij veel betekend hebben is de gezondheidszorg. Ziekenhuisjes werden gebouwd, mensen werden bezocht en zieken kregen medicijnen of lichte ingrepen gebeurden ter plaatse. Zo kon men zien dat het beleven van het geloof in Jezus niet alleen maar uit mooie woorden bestond, maar ook het beter maken van mensen inhield.
Mensen beter maken hoort bij het leven van Jezus. Hij bevrijdde de schoonmoeder van Petrus van hoge koortsaanvallen. Mensen met allerlei ziekten vonden genezing, maar ook ziekmakende geesten dreef hij uit. Zo liet Jezus zien dat hij veel heil bracht. Dit woord gebruiken wij nauwelijks. Wel de uitdrukking: “daar zie ik geen heil in”. Misschien dat ons dat meer opvalt. Op medicijndoosjes is dit woord verpakt aanwezig. De heilzame werking van medicijnen wordt omschreven. Jezus zien als een gezondheidswerker, die bijdraagt aan het welzijn van mensen, doet zijn wezen tekort. Geld en middelen alleen zien als mogelijkheden om bij te dragen aan dat heil doen ook het gezicht van de Kerk vertroebelen. Zo zien wij dat organisaties die zich aanvankelijk bezig hielden met deelgebieden zich bij elkaar aansloten en met steun van de regering steeds meer uitgroeiden tot een grote organisatie. Beschikbare gelden namen toe. Het overkoepelend orgaan werd Cordaid genoemd en kreeg een grote zeggingsmacht. Het is een grote organisatie waar projecten uitvoerig worden bekeken, uitgewerkt en geëvalueerd. Toch merken wij ook dat de Kerk in dit geheel steeds meer een bescheiden positie inneemt en dat het onderscheid tussen de verschillende doelen steeds minder wordt. Wat moet gebeuren krijgt uitvoerig aandacht. Maar vanuit welke bron wij handelen vinden wij steeds mindert terug.
Jezus wil zichzelf niet in de belangstelling zetten. Waar dat het geval was trok hij zich terug. Gewoon dienstbaar zijn was zijn levensideaal. Hij wist dat Hij uit zichzelf weinig kon, maar dat alles wat hij deed en zei gedragen werd door de verbondenheid met de Vader. Op bepaalde momenten begaf hij zich naar een plaats waar hij alleen kon zijn om te kunnen bidden. Dat is wat missionaire werkers ook op de been gehouden heeft. Ofschoon ze er weinig over spraken was dat vaak hun kracht om hun taak te volbrengen. Bij datgene wat zij bereikten was er ook altijd een grote dankbaarheid tegenover God. Missionarissen waren ook mensen die er niet alleen maar waren voor een kleine groep. Het waren trekkers en avonturiers. Zo maakten zij in naam van Jezus mensen beter en brachten hun een beeld bij van een God die hun nabij wilde zijn. Memisa is tot stand gekomen om de gezondheid van de missionarissen zelf te dienen. Het is uitgegroeid om de zending van de missionarissen te ondersteunen als medische-missie-actie en zo bij te dragen tot een bevorderen van de gezondheid. Het wordt nu nog gepresenteerd als een onderdeel van gezondheidszorg in noodlijdende gebieden. Toch is waarschijnlijk ook de tijd rijp om in onze overweging mee te nemen het woord van paus Benedictus uit zijn brief: “liefdadigheid is geen vorm van sociale hulpverlening die toevallig bij het leven hoort of die men kan overlaten aan anderen. Zij maakt deel uit van het wezen van de Kerk’. Een mooie gedachte om los van mensen om ons heen eens rustig te overwegen.
Jezus de heiland (2006)
B-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen