5e zondag door het jaar (2000)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

Verbeeld je: je zit aan een feestdiner, je zit te genieten van de heerlijke gerechten die ze je voorschotelen, en dan gebeurt het dat ze een grote foto voor je neerzetten met erop een uitgemergeld kind dat van de honger dreigt te sterven. Dan protesteer je. Dat geeft geen pas. Je weet wel dat mensen honger lijden, maar daar hoef je op dat moment toch niet aan herinnerd te worden.
De eerste lezing vraagt ons te kijken naar Job: dat gezicht vol ellende, vol verdriet. Daar zitten we helemaal niet op te wachten. Toch is het misschien goed die confrontatie niet uit de weg te gaan, want of we willen of niet: ziekte en narigheid zitten onherroepelijk aan ons leven vast. We willen natuurlijk alleen maar geluk en vreugde, maar wie niet bij verdriet kan stilstaan kan ook niet de echte vreugde beleven. Of zoals er vaak gezegd wordt: je beseft pas wat gezondheid eigenlijk is als je ziek wordt. En mensen die heel ernstig ziek zijn geweest, die staan later toch anders in het leven. “Ik heb veel geleerd door mijn ziekte”, hoor je dikwijls zeggen.
Dus, toch maar even naar Job kijken, de pechvogel. Hij had alles wat zijn hartje begeerde, en opeens kwam de ene Jobstijding na de andere, en heel zijn wereld stortte in elkaar. Zijn leven werd een grote leegte. Die leegte verwoordt hij heel scherp als hij zegt: ’s Avonds denk ik: wanneer wordt het morgen? en ’s morgens denk ik: wanneer wordt het avond?’
Het verhaal van die goeie mens Job, die geen mens kwaad deed, maar die wel zelfs allerlei kwaad, allerlei ellende over zich heengestort krijgt, dat is het levensverhaal van meer mensen. Overal vindt je gewone goed levende mensen die dan, soms van de ene dag op de andere, geschokt worden tot in hun diepste fundamenten. U hebt kanker, u kunt niet meer beter worden. Of: een dier-bare, die steun en toeverlaat was, valt opeens weg. Dan zijn ze net als die man Job: ze zien het niet meer zitten. Die lieve Heer is helemaal niet zo lief, en in plaats van bidden kunnen ze, heel begrijpelijk alleen maar klagend of vloekend in zijn richting kijken. “Waarom? Waarom ik? Waarom hij? Waar hebben we dat aan verdiend?” Op die vragen krijgen wij net zo min als Job een antwoord. Er is geen antwoord op. En wie een antwoord meent te weten, zit bijna altijd toch op een dwaalspoor. Als ernstige ziekte of invaliditeit mensen treft, dan vallen ze onherroepelijk in een heel diep gat, en het is een hele opgave om weer uit dat gat omhoog te kruipen. Maar meestal lukt ze dat, de een weliswaar iets gemakkelijker dan een ander.
Hoe mens uit dat gat omhoog krabbelt, dat hangt af van iemands innerlijke veerkracht, dat hangt af van de manier waarop hij geleefd heeft: of hij moeilijke dingen altijd uit de weg gegaan is, of dat hij de moed had om uitdagingen op te pakken. Het hangt ook heel veel af van de hulp die zo iemand krijgt van zijn omgeving, van zijn dierbaren, van zijn vrienden, van professionele krachten van vrijwilligers.
In de lezingen van vandaag ging de aandacht van de man Job naar de man Jezus, een man die aan de andere kant stond, en die al die mannen en vrouwen Job, in de zieken die bij hem gebracht werden, een helpende hand toestak. Dat was fantastisch. Iedereen zocht hem, die redder in de nood. En hij preekte: jullie moeten doen wat ik jullie heb voorgedaan.
Mensen als Job zijn er ook nu, in allerlei gradaties en variaties, dicht bij huis en verweg. Mensen die in de put zitten, mensen die ondersteuning nodig hebben, mensen die opstandig zijn: waarom moet mij dit overkomen; Mensen als Jezus zijn er ook, velen, mensen die vaak op een geweldige manier helpen. We kunnen denk ik allemaal wel voorbeelden daarvan aanreiken. Maar de vraag is wel: ben ik zo’n mens als Jezus? Ben ik een reddende hand voor iemand die in de put zit? Of loop ik er in een boog omheen, omdat ik me liever niet met die verdrietige dingen inlaat, omdat ik me geen houding weet te geven in de confrontatie met ziekte en droefheid?
Maar wie altijd in een boog om medemensen in nood heenloopt, die verdriet en lijden uit de weg gaat, die kan ook geen echte vrede beleven.

Zoeken in Preken Online