5e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

Homilie op de 5e zondag door het jaar B: “Een dag uit het leven van Jezus”

(Job 7, 1-7 en Mc. 1, 29-39)

Tielt, 8 februari 2015

Weet je wat er het moeilijkste is in een vergadering? Het einde: als de vraag gesteld wordt: “Wanneer houden we de volgende bijeenkomst?” Dan komen de agenda’s boven of die G.S.M. waarin alle data opgeslagen zijn waarop je niet vrij bent? Zo moest ik eens vaststellen dat er in de volgende twee maanden geen enkele avond was waarop de 8 leden van die V.z.W. vrij waren. Dat is toch erg, vind je niet? En dat in een maatschappij waarin mensen zoveel vrije tijd hebben. Het is net als in dat zinnetje in de eerste lezing waarin duizenden jaren geleden Job zei: “Mijn dagen verschieten sneller dan een weversspoel, ze lopen af, de draad is ten einde.” Onze vrije tijd zit zo eivol dat we geen tijd meer hebben. En zeker niet meer kunnen wachten! We zijn geen meester meer van de tijd, maar de tijd speelt over ons de baas.

Vandaag kunnen we ons spiegelen aan twee mensen die heel verschillend tegen het gebruik van de tijd aankijken: Job en Jezus.

Met Job gaat het niet zo best. “Hij kent, zo zegt hij, vruchteloze maanden en nachten lang van getob. ’s Avonds denk ik: wanneer wordt het morgen? en ’s morgens: wanneer wordt het avond? En zolang het licht is ben ik ziek van onrust.”

De ervaring van Job is dikwijls ook de onze. We hebben momenten dat we door de drukte helemaal uit koers geslagen zijn. Je moet het zelfs druk hebben of althans druk doen om in te zijn, om als belangrijk aangezien te worden. Om in de mode te zijn moet je dikwijls je agenda bovenhalen. Het staat te zeggen: “Ik heb geen of weinig tijd!” Vooral de gepensioneerden hebben het dikwijls heel druk en kunnen niet wachten. Geen wonder dat het helse ritme van het leven zoveel mensen kapot maakt, dat zoveel mensen het in onze maatschappij niet meer zien zitten en dwaasheden begaan zoals onverantwoorde verkeersagressie of zelfs zelfmoord. Soms weten mensen niet meer waaruit of waarin. Die man Job, die zo terneergeslagen is omdat hij geleefd wordt door de tijd, die man Job dat ben jij, dat ben ik.

En dan Jezus. Het evangelie van vandaag zou je kunnen betitelen zoals dat vroeger graag geziene T.V.-programma: “Een dag uit het leven van Jezus en Klein Pierke.” Deze keer niet van een minister of bedrijfsleider, maar een gewone dag uit het leven van Jezus. Een goed gevulde dag: Hij preekt, geneest zieken en drijft duivels uit. Maar Hij is niet zoals Job, niet zoals wij, speelbal van de tijd. Hij maakt tijd voor de mensen, tijd om te bidden en zich te bezinnen. Hij ondergaat de gebeurtenissen niet. Hij beheerst de tijd. Soms kan Hij ook zeggen: “Dat hoef ik nu nog niet te doen of dat zullen anderen wel doen.” Hij bepaalt zelf zijn koers.

Wij daarentegen gelijken soms op een stuk hout in een bergstroom. We worden links en rechts tegen de rotsen geslingerd. Nu zal je misschien zeggen: “Hout drijft toch boven.” Dat is juist. Maar in de stroomversnellingen en in de draaikolken wordt dat stuk hout naar beneden gezogen. Zo is het vaak met ons in de jachtige levensstroom. Wij gaan kopje onder. Hout drijft enkel boven als het water rustig is. Slechts als we momenten van rust en bezinning in ons leven inbouwen, kunnen we onze opgejaagde kop boven water houden, gaan we weer beseffen voor wie en wat en waarvan we leven, gaan we weer tijd vinden voor de mensen om ons heen.

Ik las daarover ooit eens een mooi sprookje. Je weet, sprookjes zijn altijd ernstig en onthullen een diepe levenswijsheid. Luister maar:

“Een prinses kreeg op haar verjaardag van een oude fee een draad op een klosje. Dat was haar levensdraad die langzaam zou afrollen, elke dag, vanzelf. Elke dag een beetje. Maar als ze wilde zou de prinses er ook een eindje aan kunnen trekken en zo een stukje van haar leven overslaan. Dat gebeurde. Eerst borg de prinses het klosje nog veilig weg, maar al gauw kwam het voor de dag als ze kiespijn had of toen ze met koorts te bed lang. Telkens weer als het tegenzat, trok ze een eindje aan de draad en sloeg een moeilijk stukje levensloop over. Totdat ze vroeger dan iedereen oud en ziek in bed lag en het einde van de levensdraad al zag naderen. Met spijt zag ze de afgerolde draad en zuchtte: “Kon ik het nog maar eens inhalen! Kon ik al die afgerolde, niet doorleefde uren, nog maar eens beleven!”

De kunst van het leven steekt in het doorleven van elk uur en elke tijd die God ons gunt. Niet alleen de mooie, gezonde en zonnige momenten, maar ook de pijnlijke en zieke uren en tijden vol tegenslag. Die laatste leren ons misschien meer genieten van de vele mooie ervaringen die we meemaken.

Ze leren ons mensen in ons midden meer te waarderen en het geluk te zoeken in wat blijvende vreugde biedt.

Laat de levensdraad langzaam afrollen, elke dag, vanzelf. Trek er niet aan en sla zelfs een moeilijk stukje in je leven niet over.

Of wens je te sterven zonder echt geleefd te hebben?

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online