EEN ONGELUK
Van 28 januari tot en met 4 februari ben ik een week in IsraëL geweest. Het was mijn derde reis door het land van de bijbel; het land waar door de eeuwen heen zoveel gebeurd is; het land ook dat tot op de dag van vandaag zo dikwijls in het nieuws is……. Afgelopen dinsdagavond was ik weer veilig thuis…..en dan op woensdagmorgen het krantenbericht over het vreselijke helicopter ongeluk in het grensgebied met Libanon, een streek waar ik een paar dagen tevoren nog rondgereisd had. In een geweldige klap 73 doden - 73 jonge levens abrupt afgebroken - 73 jonge mensen met allerlei idealen en toekomstverwachtingen - en dan opeens vuur, dood en onmetelijk verdriet en ontzetting bij de geliefde nabestaanden. Natuurlijk ook onbegrip en de vraag : waarom? Waarom ziekte, lijden en dood? Vragen waar de mensen door de eeuwen heen mee worstelen en een antwoord op proberen te krijgen. Vragen die ook centraal staan in de lezingen van vandaag.
JOB
De eerste lezing is een stukje uit het boek Job. Een boek dat behoort tot de wijsheidsliteratuur en omstreeks 400 voor Christus geschreven werd. Het boek stelt de vraag naar het waarom van het lijden. Waar komt het lijden vandaan en wat heeft God te maken met het lijden van de mensen? Job is het prototype van de mens die door het lijden getroffen wordt. Eens was hij een rijk man, gelukkig getrouwd, gezonde kinderen, heerboer met een bijzonder grote veestapel. Zo te zien geen vuiltje aan de lucht en een goede toekomst voor hem en zijn gezin lijkt verzekerd. Maar van de ene op de andere dag raakt hij al zijn vee kwijt en worden zijn kinderen gedood. Een mooie toekomstdroom gaat aan diggelen. Hij is beroofd van alles: zijn mooie veestapel, waar hij zo trots op was en bovenal van zijn kinderen waarin hij over de dood heen verder zou le ven…… En tot overmaat van ramp wordt hij door een smerige huidziekte geplaagd: zijn lichaam is met vuil en wormen overdekt, van top tot teen etter en kloven. En zittend op de mestvaalt hoort Job dat zijn vrouw hem in de steek laat en zo is hij alles kwijt! En dan komen drie vrienden naar hem toe.\
“WAAR HEB IK HET AAN VERDIEND?”
De dialogen tussen hen en Job beslaan het grootste deel van het boek. Die drie vrienden verkondigen de algemeen heersende overtuiging van Israël dat God een rechtvaardige God is, die het goede beloont en het kwade straft. Als het iemand voor de wind gaat, als hij in goede doen is, dan heeft hij dat zelf verdiend, omdat hij rechtschapen en vroom leeft.En als het noodlot of een ramp iemand treft, dan komt dat omdat hij gezondigd heeft. Zo worden de rampen die Israël overkwamen door de profeten telkens geduid als voortkomend uit de zonde,uit de ontrouw aan God. Job moet dus wel zwaar gezondigd hebben dat dit zware lot hem treft. Zijn vrienden raden hem aan dat hij schuld bekent; dan zal God het weer goed maken. Maar Job is zich van geen kwaad bewust. Hij heeft altijd voorbeeldig geleefd, hard gewerkt, zich trouw gehouden aan de wet : waar komt dan zijn lijden vandaan? Job weigert mee te gaan in het systeem van oorzaak en gevolg, waarin het lot van de mens gezien wordt als voortkomend uit zijn goede en kwade daden. Er is moed voor nodig om dat systeem te verlaten, want ondanks alle schijn van rechtvaardigheid biedt het houvast. Nog steeds zeggen mensen: “Waar heb ik dat aan verdiend”, of “waarom moet dat juist mij nu overkomen”, als ze vinden dat het lot dat hen treft “onverdiend”, “oneerlijk” is. Maar het alter- natief voor een God die geluk en lijden aan mensen schenkt als beloning of straf is een grillige God, die onberekenbaar lijden en geluk naar ons toezendt. Hoe kun je op zo’n God bouwen? Hoe kun je in zo’n God geloven? Of heeft God niets van doen met ons levenslot?\
GEEN ANTWOORD
Het bijzondere van het boek Job is dat Job geen antwoord krijgt op de vraag waarom hij door het lijden getroffen werd. God rechtvaardigt zich niet, hoezeer Job Hem ook aanklaagt en om uitleg, een redelijk antwoord vraagt. Maar in de laatste hoofdstukken van het boek openbaart Hij zich wel als een God die niet te manipuleren en te grijpen is, als de Schepper die het vermogen van mensen ver overstijgt. Tegenover de onbeantwoorde vraag naar het waarom van het lijden stelt de schrijver van het boek de almacht - en dat is geen willekeur - en het mysterie van God. Dat mysterie daagt ons uit om te durven leven met vragen. Het leven dat we van de scheppende God hebben gekregen is een mysterie dat we niet in onze greep kunnen krijgen met pasklare antwoorden en oplossingen. Maar wel een mysterie waaraan we ons in gelovig vertrouwen kunnen overgeven; geen dom noodlot dat ons willekeurig treft. Voor dat mysterie buigt Job, aan die God vertrouwt hij zich, ondanks al les toe. En dan, uiteindelijk, komt aan Jobs ellende een eind. Omdat hij zich in geloof heeft overgegeven. Geen overgave aan een blind noodlot, maar overgave aan een God die ten diepste met de mens begaan is. Dat is niet gemakkelijk, maar het kan wel.\
UW WIL GESCHIEDE
Ik heb een vrouw gekend die heel veel meegemaakt heeft in haar leven: o.a. de dood van drie van haar kinderen, een schoondochter en twee schoonzoons en twee kleinkinderen. Dat kon ze allemaal aanvaarden met de woorden : “Uw wil geschiede!” En voor haar was dat geen dooddoener of overgave aan het noodlot, maar een gelovige overgave aan God en het leven met alles wat dat met zich meebrengt.En daardoor kon ze het leven aan tot op hoge leef- tijd en was ze ook een vrouw die haar familie bij elkaar hield door lijden en verdriet heen. Ze koesterde zich niet in het lijden,maar door haar grote geloof kon ze er bovenuit groeien en ermee verder leven. Dat zijn waardevolle mensen die gelovig midden in het leven staan en waar menige “kleingelovige” zich aan kan optrekken. Ook het evangelie van vandaag beantwoordt de vraag naar de zin van lijden en ziek-zijn niet, maar laat wel zien wat mensen kunnen doen als ze geconfronteerd worden met ziekte en lijden in hun omgeving. Ze kunnen proberen genezing te brengen, proberen te troosten: waar mogelijk verlichting te brengen van de pijn en van het ongeluk. Het lijden van de een is niet bedoeld om het goede in de ander op te roepen, maar mensen zijn er wel om voor elkaar het leven zo gelukkig en draaglijk mogelijk te maken. Daarin gaat Jezus ons voor!
\