De hype van programma’s over het leven zoals het is, lijkt een beetje over. Of we dat spijtig moeten vinden of niet, laat ik aan uw wijs oordeel over. Wat ik persoonlijk wel jammer vind, is dat er geen programma’s zijn over het leven van Jezus zoals het was. Bij gebrek aan camera’s, moeten we het stellen met het geschreven woord. In het stukje evangelie van vandaag lezen we hoe een doodnormale dag verloopt in Kafarnaüm. Als we dit stukje evangelie combineren met dat van vorige week, krijgen we een mooi beeld van evangelisatie. Vorige week gebeurde het vooral met woorden, deze week zet Jezus de woorden om in praktijk. Hij spreekt niet alleen over de Blijde Boodschap, Hij zet het ook om in daden en wordt als dusdanig Blijde Boodschap. Ik denk dat de christelijke boodschap nood heeft aan de twee: verkondiging in woord én verkondiging in daden.
Nu weten we allemaal dat er weinig mensen zijn die uitblinken in woord en in daad. Er zijn mensen die uren boeiend kunnen vertellen over de Blijde Boodschap, er zijn er die het niet van woorden maar van daden moeten hebben. We moeten de brieven van Johannes er maar op na lezen om te beseffen dat geloof zonder daden niets voorstelt. Maar we weten ook dat alleen goed doen niet het ideale beeld is van de gelovige. Gelukkig vormen we een gemeenschap waar de een de ander kan aanvullen. Maar het blijft belangrijk dat beide aspecten aan bod komen. We leven dan misschien in een wereld waar het geen kwaad kan dat je veel goeds doet voor anderen, maar als je getuigt vanuit welke inspiratie je het doet, ga je voor sommigen te ver. Dat getuigen over je geloof hoort niet thuis volgens sommige in de publieke arena, het hoort tot je privé-leven. Het jammere van de zaak is dat veel christenen toegeven aan die druk en dus alleen nog goed doen zonder ook maar enige verwijzing naar de inspiratie van waaruit ze het doen. Eigenlijk zeggen ze luidop dat ze beschaamd zijn over hun geloof. Is dat erg? Ik denk het wel, wie raakt geboeid door een boodschap die door de volgers als beschamend gezien wordt? Nochtans is er niets beschamends over ons geloof, wel soms over mensen die het proberen te beleven, maar dat is menselijk. Laten we dus ophouden om ons geloof als inspiratie en krachtbron te verbergen.
Moeten we dan te pas en te onpas getuigen van ons geloof? Is het niet belangrijker goed te doen voor anderen, moeten ze ook absoluut weten waarom? Daarover kunnen we lang discussiëren, een pasklaar antwoord zal er niet komen. In het evangelie lezen we dat Jezus mensen geneest, nergens staat er dat Hij verwijst naar God maar misschien was dat te vanzelfsprekend om te vermelden? Ik denk dat gewoon boerenverstand ons vertelt dat we het niet te pas en te onpas moeten ter sprake brengen, maar dat we, wanneer men er naar vraagt, we het ook niet moeten verzwijgen.
Iets anders wat me opvalt in de tekst van vandaag is dat men de mensen, vooral zieken bij Jezus brengt. Zijn wij ook bekend als mensen die genezing brengen? Daarmee bedoel ik niet dat we als een soort geneesheren zieken moeten genezen. Wat dan wel? Zijn er ziektes waar wij vanuit ons geloof wat genezing kunnen brengen? Zijn wij bekend als mensen die een luisterend oor hebben, die zonder vooroordelen mensen toelaten in hun leven, waar vergeving nog bestaat? Zijn wij als gemeenschap bekend als een gemeenschap waarin iedereen terecht kan, niemand geweigerd wordt? Bij sommigen van ons is dat ongetwijfeld het geval. Het zijn de mensen die vandaag het risico lopen overvraagd te worden. Het is een feit dat onze gemeenschap kleiner wordt en dat dus al het werk over steeds minder mensen moet verdeeld worden. Natuurlijk moeten we eens kijken wat we nog willen doen, maar dan nog zullen we handen te kort komen. De noden zijn groot en velerlei, hoe moeten we daar als gemeenschap mee omgaan? Ik meen dat enige bedachtzaamheid niet slecht is. Wat zegt het evangelie ons vandaag? Dat Jezus mensen geneest maar ook dat Hij een eenzame plaat opzocht om te bidden. Ook dat tweede mogen we niet vergeten. Niemand houdt het vol om full-time goed te zijn zonder dat je je zelf ergens kan aan voeden. Dat voedsel schenkt God ons onder andere in gebed, verhalen uit de Bijbel, de eucharistie, … We hoeven ons niet schuldig te voelen om ook daar tijd te maken, ook al vinden velen van onze tijdsgenoten dat het tijdsverlies is. Dit voortdurend herbronnen is noodzakelijk en is geen vlucht voor de vele noden.
Tot slot lees ik in het evangelie van vandaag een oproep om onze evangelisatie niet te beperken tot onze eigen kring. Ik weet het, het is heel verleidelijk, het geeft ons een zalig gevoel soms. En toch moeten we het bekende soms eens durven verlaten, niet zomaar, maar omdat we diep vanbinnen willen dat iedereen het goede nieuws te horen krijgt. Misschien moeten we onszelf eens durven verrassen.