Er is binnen de Kerk altijd een eenheid tussen leven en geloven, vieren en beleven. Zolang als mensen zich gedragen weten door een zelfde manier van denken en handelen lijkt de Kerk op een rimpelloze vijver. Op momenten dat er verschil van mening komt, ontstaat een stuk onrust. Vaak gaat het niet over geloofspunten, maar over de manier waarop wij denken dat wij mogen en moeten leven. Om juist het geluk van mensen te dienen spreekt de Kerk zich uit over belangrijke zaken van ons leven. Het gaat om het beschikken over ons eigen leven of dat van anderen, het omgaan met elkaar en geen rechten opeisen die niet onze rechten zijn, een verhandeling over liefde en seksualiteit, eros en agape. Dit alles grenst aan het terrein van de moraal. Wanneer de Kerk zich hierover uitspreekt zien wij dat mensen vaak eenzijdig in beweging komen. Degenen die het niet eens zijn met dit standpunt organiseren protestbijeenkomsten, dringen op soms onbeschaamde wijze hun mening aan andere mensen op en roepen dat de Kerk zich vooral moet beperken tot het terrein van het kerkgebouw. “Wat heeft de Kerk met ons leven te maken”, klinkt in alle toonaarden. En mensen die het er wel mee eens zijn houden zich als toeschouwers op de achtergrond, afwachtend wie er nu gelijk zal krijgen.
Ook in het evangelie gaat het over de vraag: aan wie hoort het leven toe? Jezus sprak met de mensen over het leven met God op een wijze die gezag afdwong. Mensen voelden: “Als ik Jezus hoor spreken, voel ik dat ik mij door Hem ook dingen laat zeggen’. Dit bracht mensen tot een nieuwe manier van leven. Maar ook ontmoette Jezus mensen die in de macht waren van een onreine geest. Zij hadden niet meer de macht over zichzelf, maar waren overgeleverd aan de macht van het kwaad. Op het moment dat Jezus hen tegemoet treedt, ontstaat er een strijd tussen goed en kwaad. De onreine geest begon te roepen: “Jezus van Nazereth, wat hebt gij met ons te maken. U bent gekomen om ons in het verderf te storten. Ik weet wie U bent: de Heilige Geest. U bent gekomen om ons in het verderf te storten. Het zijn herkenbare geluiden die in allerlei toonaarden nog steeds te horen zijn. Het wonderlijke is echter dat het goede uiteindelijk overwint, zij het niet zonder slag of stoot. . “De onreine geest schudde hem heen en weer, gaf nog een luide schreeuw en ging uit hem weg”. Dit alles maakte een grote indruk op allen die erbij waren.
Niet voor niets heeft de Kerk ook als beeld meegekregen dat zij ‘Lichaam van Christus is’. Het is een verwoording waarin juist de goddelijke kracht naar voren toe treedt. Op velerlei manieren probeert de Kerk mensen een boodschap mee te geven waarmee zij gelukkig kunnen worden en waardoor hun leven toekomst krijgt in God. Het wordt haar niet in dank afgenomen wanneer zij rijken vraagt om te delen met de ander (wat hebt u met ons te maken). Of wanneer zij afkeurend spreekt over de uitbuiting van de mens op alle mogelijke manieren (ze gunnen ons niet dat wij plezier hebben). En ook wanneer zij de hardheid van de economische wetten oorzaak noemt van het verstikken van het sociale gevoel (ieder moet maar zorg dragen voor zichzelf). Het proberen uit te roeien van de kwade geest kan alleen maar gebeuren wanneer mensen voelen: hier is de heilige geest werkzaam. Soms is zwijgen beter dan spreken. Dat was niet alleen de kracht van Jezus, maar dat is ook onze kracht. Zeker in dit jaar krijgt de Heilige Geest bijzondere aandacht. Moge zij ook steeds meer groeien in ons bestaan.
Geloven is nooit neutraal (2006)
B-cyclus · Tijd door het jaar · 4e zondag · groen