Probeert U het zich eens voorstellen.
Op zondagochtend komt er een
onbekende in de kerk hier in Tiel,
hij gaat hier op deze plaats staan,
leest uit de bijbel, en gaat dan preken.
Iedereen hangt aan zijn lippen,
iedereen is vol bewondering voor wat deze man of vrouw zegt.
Hij of zij
spreekt heel anders,
dan de pastoor of pastoraal werker
of mensen
zoals ikzelf,
een parochiaan van de werkgroep Woord en
Communievieringen.
En, trekken we de parallel met het evangelie wat we
zojuist hoorden nog verder door, dan staat er iemand op in de kerk,
die
als een bezetene begint te schelden en schreeuwen tegen de onbekende
voorganger.
Maar met een enkel woord van de onbekende voorganger wordt
deze bezetene rustig.
Wat zou er na afloop gebeuren?
We zouden er in
de ontmoetingsruimte en buiten voor de kerk met elkaar over praten:
wat
is hier toch aan de hand,
wat betekent dat toch, deze onbekende
voorganger, die echt wat te zeggen heeft,
die een bezetene tot rust
brengt,
die een bezetene weer mens maakt?
Helaas - het is niet zo -
u zult het vandaag moeten doen met een overweging van mij,
waarbij ik
maar af moet wachten of mijn woorden U helpen de bijbelwoorden van vandaag
beter te verstaan.
Maar wat zei Jezus nu tegen de mensen,
wat was er
anders aan zijn nieuwe leer?
Daar lezen we in dit stukje evangelie
niets over.
En ook in de rest van dit eerste hoofdstuk van het Marcus
evangelie lezen we van Jezus maar heel weinig woorden.
We horen meer
van daden.
Wel horen we de dreigende woorden van de bezetene die Jezus
toeschreeuwt,
bang als hij is voor de verandering die Jezus kan brengen.
Maar die bezetene zegt ook iets anders van Jezus:
Jezus is de Heilige Gods!
Ook de bezetene kan soms de waarheid zeggen:
Jezus is een mens naar Gods
hart, zelfs de mens naar Gods hart.
Â
&bdquoJezus
onderrichtte als iemand die gezag bezat",
hoorden we zojuist in
het evangelie.
Nu is in onze tijd het woord “gezag” besmet:
gezag wordt gezien als de baas spelen, macht uitoefenen.
Zeker in onze
maatschappij is het respect voor gezag soms ver te zoeken.
Dat is
waarschijnlijk een overreactie op een tijd,
waarin gezag te veel
gewaardeerd werd.
Maar gezag kun je ook verdienen,
wanneer maar
blijkt, dat wat je zegt, echt betekenis heeft voor mensen.
Â
De weinige woorden van Jezus tot de bezetene hebben echt betekenis voor die
mens.
Hij is van zijn bezetenheid genezen: Jezus maakte hem weer tot
mens!
En dat niet met machtsvertoon, maar met slechts zeven woorden.
“Zwijg stil en ga uit hem weg”.
Jezus is geen gewone mens,
maar een mens waar gezag van uitgaat,
niet omdat hij uit de hoogte
optreedt, maar omdat hij afdaalt tot elke mens,
ook al is die
mens in de ogen van anderen gewoon een rare gek.
Dan kom ik uit bij de
eerste lezing van vandaag,
waar gesproken wordt over een profeet die
uit het volk zal opstaan.Â
Een profeet is in de bijbel geen
toekomstvoorspeller,
een betekenis die we er vandaag aangeven,
als
we bijvoorbeeld een weersvoorspeller een weerprofeet noemen.Â
Nee, een profeet is een mens, die spreekt namens God, die spreekt zoals God
zou willen.Â
Mozes, die in deze lezing uit het boek
Deuteronomium aan het woord is, is zo’n profeet:
Mozes heeft met Gods
hulp het joodse volk bevrijd uit de slavernij in Egypte.
Mozes heeft
van God op de berg Sinai, of
zoals deze berg in deze lezing genoemd
wordt, de Horeb,
de tien geboden ontvangen,
de tien richtingwijzers
voor het leven, zoals God dat van ons vraagt:
leven met respect voor
alle mensen,
vooral voor de zwaksten in de samenleving.
Mozes is
daarom de belangrijkste profeet voor de joden,
en via Jezus ook voor
ons Christenen.
Mozes is met zijn volk onderweg naar het beloofde land,
maar zal dat niet meer binnengaan: hij is oud en ziek.Â
Maar hij
belooft aan zijn volk een profeet,
die net als Mozes namens God kan
spreken.
Dat brengt een probleem met zich mee,
want hoe kunnen wij
nu weten wie er namens God spreekt?
Er zijn er zoveel die zeggen dat te
doen,
en die spreken elkaar nog tegen ook.
En mensen kunnen elkaar
veel kwaad doen,
door te beweren uit Gods naam te handelen.
Wij
moeten dus kritisch kijken.
In de verdere geschiedenis van het joodse
volk horen we van profeten als Jesaja en Jeremia.
En de grootste
profeet aller tijden is natuurlijk Jezus.
Van die profeten zijn ons uit
de bijbel veel woorden bekend.
Die woorden namens God, hebben altijd
eenzelfde kern:
ze zijn gericht op God en medemens,
op het in de
praktijk brengen van de tien wegwijzers,
die we via Mozes ontvangen
hebben.
Soms ze spreken ook over oorlog en ellende,
maar dan wordt
dat gezien als straf voor het niet volgen van die richtingwijzers.
De
woorden van profeten zijn vooral gericht op de medemens,
die zwak of
gekwetst is.
Zoals Jezus in het evangelie van vandaag de bezetene weer
tot mens maakte.
In de geschiedenis van het christendom hebben we vele
profeten gezien,
die dit voorbeeld van Jezus in hun tijd en op hun
plaats waarmaakten.
Tegenwoordig noemen we die we dan meestal geen
profeet maar heilig.
Voorbeelden zijn Franciscus en Dominicus.
Maar
ook in onze tijd zijn ze er, die mensen die er zijn voor anderen:
moeder Theresa, moeder van de armsten der armen in India,
Martin Luther
King, die zijn bevrijdingsstrijd voor zijn zwarte medeburgers met de dood
moest bekopen.
Maar het zijn niet alleen beroemdheden, die profeten
zijn.
Op klein niveau van gezin, vriendenkring of familie is ontzettend
veel zorg voor anderen,
vaak zonder dat anderen het zien.
Mantelzorgers heten ze tegenwoordig,
en geloof maar dat er veel goeds
gebeurt,
en het is goed, dat daar de laatste jaren meer waardering voor
is gekomen.
In de liefde, in de zorg, in de caritas die bijvoorbeeld
mantelzorgers tonen,
laten zij God steeds weer aan mensen zien.
“Ubi
caritas et amor, Deus ibi est”
Waar vriendschap, zorg en liefde
is, daar is God,
dat zullen we straks zingen.
Zo mogen wij erop
vertrouwen,
dat er altijd weer mensen zijn die God zichtbaar maken
onder de mensen.
Zo hebben wij ook de opdracht,
om zelf iets van God
te laten zien aan onze medemens.
God is liefde - liefde is God.
4e zondag door het jaar (2006)
B-cyclus · Tijd door het jaar · 4e zondag · groen