4e zondag door het jaar (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 4e zondag · groen

Lezingen aangevuld met gedachten van Michel Onfray, en een paar regels van de dichter Hans Andreus.

Beste dorpsgenoten,

Toen ik met mezelf aan het worstelen was over de vraag wat ik in de preek zou gaan zeggen over de lezingen die u zo juist gehoord heeft, kwamen er een paar beelden bij me op. Een van mijn vader. De laatste jaren van zijn leven kon hij bijna niets meer zien en hij kon zeker niet meer lezen. Maar hij had altijd zijn bril op. Ik sprak hem daar eens over aan. Zijn antwoord: “Die bril helpt me niets meer. Maar je denkt toch niet dat ik hem in de la laat liggen. Daar is hij veel te duur voor!”

Zo zit ik, en iemand als de paus nog veel en veel meer, met die bijbelteksten die meer dan 2000 jaar oud zijn. We kunnen er niets nieuws meer door zien maar we kunnen zulke mooie, beroemde boeken toch niet ongebruikt in de boekenkast laten staan.

Het andere beeld. Die woorden uit de bijbel zijn net Peelgrond: er is op geploegd en geakkerd en bemest en ontwaterd. Nog maar eens ploegen en nog maar eens zaaien brengt bijna niets meer op. Er zit geen structuur en groeikracht meer in. Maar je moet toch blijven doorakkeren zoals je grootouders dat gedaan hebben!

Nee, alleen met heel nieuwe technieken is er nog wat moois van te maken: kijk maar naar Hendriks Graszoden, leg verwarming in de grond en je kunt al heel vroeg asperges steken, bouw er tunnels of kassen op en je hebt het hele jaar door aardbeien. Maar het zal nooit de vette grond langs de Maas worden. Het blijft Peelgrond.

Dezer dagen las ik over een Franse filosoof, die goed katholiek is opgevoed bij de paters op school. En nu heeft hij het wel gezien. Toen hij 28 jaar was kreeg hij een hartaanval. Enkele jaren later kreeg zijn vrouw kanker. Daarna is hij met zijn boeken en lezingen een offensief begonnen tegen de drie godsdiensten die ieder geloven in één God: Jodendom, Christendom en Islam.

Hij schrijft veel dingen die dom en onhoudbaar zijn. Maar: hij schrijft ook: “Je moet de ander doen wat we zouden willen dat hij ons doet. Dus voorkomendheid, fijngevoeligheid, tederheid, genegenheid en alles wat het mogelijk maakt pijnen te vermijden en vervolgens genoegens tot stand te brengen.”

“Zorgen voor zoveel mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen.”

“Wat gij wilt dat de ander u doet, doet dat ook aan hem.” Die woorden schrijven we ook aan Jezus toe, die er aan toevoegt: “Dat is de hele wet en de profeten.”

Als we onze ogen open houden voor wat er bij ons in de buurt en in onze tijd gaande is, dan hoeven we niet langer door een bril te kijken waar we niets door zien.

Dan hoeven we niet steeds die oeroude teksten om te ploegen als doodgeploegde Peelgrond.

Een manier om het anders te doen, af en toe misschien, zou dit kunnen zijn: u heeft een onderwerp, of een vraag. Die kunt u met mij delen en ik kan proberen er iets zinnigs over te zeggen. Dan zitten we in elk geval op verse grond, misschien zelfs Maasgrond! Daar nodig ik u graag toe uit. U kunt het aanwerk maken voor een nieuwe bijbel.

Ik eindig met een paar regels uit de bundel Laatste gedichten van de dichter Hans Andreus:

Maar, onvoorstelbaar naamloze, jij die
bekleed werd en omkleed met zoveel namen
waar niemand meer van weet of weten wil,

laat soms me even merken dat je er bent,
niet in een blinkend inzicht, bliksemflits,
maar als een lichtheid in mij ademend.

Ademen, dat doen we ontelbare keren per dag: weten we wat we dan allemaal binnenhalen met alle wezens die met ons in koor mee in- en uitademen…?

Om stil van te worden!
Dat het zo moge worden.

Zoeken in Preken Online