4e zondag door het jaar (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 4e zondag · groen

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, welkom, hier in het huis van God.
Sommige dingen in het leven zijn voor ons, mensen, te groot. Wij kunnen bijvoorbeeld niet zonder hulpmiddelen in de zon kijken. Het licht van de zon is te sterk voor ons. Wij moeten op z’n minst onze hand voor onze ogen houden om dan door een spleetje naar de zon te kunnen kijken.
In het boek bijbelse Exodus, 33, 20, zegt God tegen Mozes, dat niemand Hem kan zien èn in leven blijven. Zijn heerlijkheid is te groot voor ons.
In de eerste lezing van vandaag horen wij de Joden in de woestijn dan ook een beetje jammeren, dat zij de stem van God niet meer willen horen, zijn vuur niet meer willen zien. Het is tè overweldigend. Zij ervaren dat God heel erg groot is en zijzelf maar heel erg klein.
En dan zegt God tot de Joodse mensen, dat Hij uit hun eigen midden mensen zal doen opstaan, die namens Hem zullen spreken. Hij zal hun zijn woorden in de mond leggen.
Als dat zo is, hoeven wij niet te veel uitkijken naar opzienbarende tekenen, maar de werking van God in mensen zien te herkennen. Ja, wij mogen zelf dergelijke mensen zijn. Wij zijn de mond en de hand en de oren en de ogen van God. Hij wil heel graag van ieder van ons gebruikmaken om zijn Koninkrijk van liefde, vrede en eenheid in deze wereld te vestigen. Wij bidden wel “Uw Rijk kome”, en God zal zeker een heel grote steen bijdragen, maar wij zullen daar zelf ook heel erg hard aan moeten meewerken. Wij zullen zelf mensen van liefde, vrede en eenheid moeten proberen te zijn.
Vragen wij God, dat Hij ook op ieder van ons zijn heilige Geest wil leggen, opdat wij Gods werken tot stand kunnen brengen en zo voor mensen om ons heen levende tekenen van Gods aanwezigheid in deze wereld kunnen zijn.\

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. God, onze Vader, nooit houdt Gij op tot ons te spreken bij monde van uw profeten: maar in Jezus, uw Zoon, is uw Woord ons het meest nabij. Hij bevrijdt ons uit de slavernij van angst en schuld. Maak ons hart bereid Hem te ontvangen en laat ons gehoor geven aan zijn boodschap. Hij die met U … . Amen.\

PREEK

Broeders en zusters, proberen wij ons even voor te stellen, dat wij er bij waren, toen Jezus Christus optrad in de synagoge van Kafarnaüm. Een normale zondagsdienst, dezelfde luisteraars als altijd, er is alleen een gastpredikant. Niet dat men dan meteen iets uitzonderlijks verwacht, maar naar een nieuweling luistert men in het begin altijd even beter. Zo zal het ook zijn geweest in Kafarnaüm met dit verschil dat het nu héél anders afliep. De mensen waren buiten zichzelf van verbazing.
Waarmee kan een predikant indruk maken? Met wat hij zegt èn met zijn persoonlijkheid. Wel, Jezus Christus wekte de verbazing van de mensen door beide. De mensen zagen in dat het in zekere zin om een nieuwe leer ging. Nog nóóit had iemand met zoveel gezag tot hen gesproken.
Wij weten natuurlijk niet precies wat Jezus Christus in die sabbatsdienst tot de Joodse mensen heeft gezegd, maar wij mogen er zeker van zijn dat het niet alleen maar heel mooie woorden waren, maar dat de mensen in positieve zin een beetje van hun stuk waren geraakt, in beweging waren gebracht, door heel de boodschap van Jezus Christus, zijn leer dus, en door zijn uitstraling. Er ging een kracht van Hem uit. Het onzichtbare, goddelijke licht dat van Hem afstraalde, scheen op de aanwezige mensen.
De mensen merkten, dat Jezus een walmende vlaspit niet zou doven. Dat wil zeggen, dat als Hij ook nog maar een beetje goede wil in iemand zag, een beetje geloof, dan wilde Hij die persoon opzoeken en helpen om God te vinden en echte vriendschap met medemensen te kunnen sluiten.
Zij merkten dat Hij het geknakte riet niet zou afbreken. Als wij een geknakte bloem zien, dan vinden wij dat een ontsiering van het geheel. Zo zijn er ook mensen, die vinden dat een medemens, die iets verkeerds heeft gedaan, iets wat een beetje ernstiger is, dat die persoon storend werkt in de familie- of vriendenkring, in de straat, en dan wordt zo iemand gemeden, en soms zelfs weggetreiterd. Zij voelden, dat Jezus Christus eerbied had voor elke mens, ongeacht zijn levensstaat. En wat Hij zei onderstreepte Hij met zijn eigen gezag, zijn eigen macht. Hij ging die mensen opzoeken, deelde in hun leven en liet hen delen in zijn eigen leven.
Hij bewees zijn gezag m.b.v. de man, die in de macht was van een onreine geest. De mensen van Kafarnaüm waren wel gewend aan zijn aanwezigheid, aan het kabaal dat hij af en toe maakte. Maar nu staan er opeens twee machten tegenover elkaar: de goede macht treedt de kwade tegemoet. En met enkele woorden, “Zwijg stil, ga uit hem weg”, toont Jezus Christus zijn superioriteit, zijn overwicht. En dan zijn de mensen - terecht - buiten zichzelf van verbazing. Gods heerschappij over de kwade machten breekt aan. En door deze genezing blijkt ook, dat Jezus Christus de Heiland is, de geneesheer naar lichaam èn ziel.
De Joden beseften, dat Jezus Christus Iemand was, die Gods heilige Geest in zich droeg. Hij is natuurlijk aan God gelijk en toch … als God-mens op aarde spreekt Hij in opdracht van de hemelse Vader. Hij trekt de mensen dan ook niet naar zichzelf toe, maar brengt hen naar de Vader.
Hij liet de mensen ervaren, dat Gods-dienst, dienst aan God, geen last is, maar geborgenheid. Er is Iemand, die alle haren van ons hoofd heeft geteld. Er is Iemand, die op onze kromme lijnen recht kan schrijven. En daarom is elk menselijk leven waardevol. Van elk menselijk leven is iets moois te maken als we die mens maar benaderen met heel veel liefde en heel veel geduld en begrip.
De mensen, die er toen bij waren, waren diep getroffen en als iets dergelijks in onze Kerk gebeurde, zouden wij hier nu ook niet zo rustig zitten. Maar daardoor zou ons geloof nog niet overbodig worden! Het wonder van de uitdrijving bracht de mensen niet meteen tot God. Zij waren alleen maar buiten zichzelf … van verbazing. Maar kwamen zij ook allemaal tot geloof in Jezus Christus!? Zouden zij dan enige tijd later hebben geroepen “Kruisig Hem!?” Het verborgen goddelijke licht had wel op hen geschenen en zij waren onder de indruk, maar zij hadden het licht niet tot in hun hart laten doordringen.
Wij zijn hier in de Kerk … als gelovigen, maar soms zijn wij toch ook een stelletje ongelovigen. Er hoeft maar iets te gebeuren, een kleine beproeving, een paar problemen, en wij zijn al van ons stuk gebracht. Wij twijfelen en beklagen onszelf. Mensen vragen zich af, omdat er soms zulke erge dingen in het leven gebeuren, of God wel bestaat!? Hoe vaak hoor je niet - ook oudere - mensen zich afvragen of er wel een hemel bestaat, een leven na de dood!?
Laten wij de komende week eens wat extra werken aan de kwaliteit van ons geloof in Jezus Christus als Zoon van God en Heiland van de wereld.
Die kwaliteit kunnen wij verbeteren door eens wat extra in de heilige Schrift te lezen. Daar komen wij in contact met die nieuwe leer, die ons leven een nieuwe richting, een nieuwe zin, kan geven. De kwaliteit van ons geloof kunnen wij verbeteren door tot Jezus Christus persoonlijk te bidden, door niet alleen Maria bij haar naam te noemen, maar ook haar Zoon. Erkennen wij Hem als de Zoon van God en Hij zal ons erkennen als kinderen van God, als zijn broeders of zusters. En wij kunnen de kwaliteit van ons geloof verbeteren door het werk van God in de mensen om ons heen te herkennen en te waarderen. Dan zien wij dat God niet hoog en droog in de hemel zit, niet ver van ons af, maar dat Hij om ons heen werkzaam is.
Proberen wij mensen te worden met een groot geloof. Dan zal er ook van ons een kracht uitgaan.\

SLOTWOORD

Er was eens een joodse tsaddik - dat is een soort heilige, maar dan eentje die niet officieel erkend is - die zo diep in gebed kon verzinken, dat hij er bijna niet meer uit te krijgen was.
Nu was een leerling van de tsaddik zo jaloers op hem, dat hij tegen de tsaddik zei: “Meester, het ontbreekt mij aan de tijd om zo intens te bidden. Ik moet elke dag naar de markt om mijn kost te verdienen. Hoe kan ik dan nog tot bidden komen?”
Toen antwoordde de tsaddik: “Het inspannen van de paarden, het afladen van de koopwaar, de handel, de terugreis; als je dat allemaal eens in gedachten deed, dan was je in één uur klaar.”
“Maar dat is toch onmogelijk,” zei de leerling, “ik moet er toch zelf heen met heel mijn handel!”
“Dat heb ikzelf ook gemerkt,” antwoordde de tsaddik, “ik meende dat ik mijn gebed wel in gedachten kon doen, maar nu ben ik er achter dat je slechts kunt bidden met heel je hebben en houden.”
Beste medegelovigen, we hebben het gehad over het enorm krachtige geloof van Jezus Christus. Ook wij kunnen zulk een groot en krachtig geloof krijgen als wij daar heel vurig om vragen. Met heel ons hebben en houden, met heel ons mens-zijn, vanuit de diepte van ons hart, moeten wij dat aan God vragen, Hem erom smeken! Waarom? Omdat het geloof ons in staat stelt grote dingen te doen. Grote dingen, dat kunnen kleine dingen zijn, maar dan met heel veel liefde en heel veel geduld. Dat is wat onze wereld beter kan maken. Niet de miljarden van minister Bos of van president Barack Obama, maar de liefde, de vrede, het geduld in de eenheid, die wijzelf met de hulp van Gods uitstralen. Barack Obama zegt dat er verandering moet komen. Ja, inderdaad, verandering… in onszelf allereerst en die verandering mogen wij dan doorgeven aan anderen. Laten we daar aan werken, ieder voor zich en wij allemaal samen.

Zoeken in Preken Online