Encycliek Benedictus (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 4e zondag · groen

Afgelopen woensdag om twaalf uur ’s middags verscheen de lang verwachte eerste encycliek van paus Benedictus XVI. Tien minuten later had ik het document van het internet opgevist (www.vatican.va) en afgedrukt. Omdat de tekst nog niet beschikbaar is in het Nederlands, wil ik hem hier in het kort aan u presenteren. Een encycliek is een pauselijke rondzendbrief over geloof en zeden, en wordt aangeduid met de eerste woorden van de Latijnse titel. In dit geval luiden die woorden: Deus caritas est, God is liefde, drie woorden uit de eerste brief van Johannes. In deze brief prijst de paus de positieve kanten van de erotische liefde en de menselijke verlangens, die gekoppeld zijn aan de liefde van God voor ons en aan de naastenliefde zoals Jezus ons die leerde.
Liefde is het fundament van ons leven, en zonder liefde kan een mens niet harmonisch uitgroeien. Wie in zijn eerste levensjaren geen of te weinig liefde aan den lijve heeft ondervonden, is gehandicapt voor de rest van zijn leven wat betreft zijn gevoelsleven en wat betreft de mogelijkheden om relaties aan te gaan. Liefde is ook het fundament van ons geloof, maar, schrijft de paus: ‘In een wereld waarin de naam van God soms wordt verbonden met wraak of zelfs met de plicht tot haat en geweld, is dit een boodschap met een grote actualiteitswaarde en een heel concrete betekenis.’ ‘God is liefde’, die drie woorden zijn de test om de valse God van de ware God te onderscheiden. Alles wat gezegd of gedaan wordt in naam van God, maar niet is ingegeven door liefde en niet bijdraagt tot meer liefde, moet afgewezen worden. Kruistochten die gehouden werden in naam van God, oorlogen die werden gevoerd door soldaten met koppelriemen waarop de woorden stonden ‘God met ons’, terroristische aanslagen in naam van God, godsdienstoorlogen zoals in Noord-Ierland, brandstapels voor mensen die anders geloven of anders liefhebben - het heeft alles niets met God te maken, maar is duivelswerk onder het mom van dienst aan God.
De paus onderscheidt twee soorten van liefde, die wezenlijk bij elkaar horen. Hij gebruikt daarvoor twee Griekse woorden, eros - waar ons woord erotiek vandaan komt, de lichamelijke liefde - en agapè, dat je zou kunnen vertalen met geestelijke liefde. ‘De liefde wordt een echte ontdekking van de ander. De liefde wordt nu zorg van en voor de ander. Ze zoekt niet langer zichzelf - de onderdompeling in de roes van het geluk - maar juist het welzijn van de beminde ander… Het is duidelijk dat de liefde in banen geleid moet worden en zuiver moet zijn, om te voorkomen dat ze slechts een vluchtig pleziertje is. Want zij kan het hoogtepunt van ons bestaan zijn, een voorproefje van een zaligheid waarnaar heel ons wezen verlangt.’ Wat een verademing om in een officieel kerkelijk document nu eindelijk eens een positieve benadering van de menselijke seksualiteit te lezen. Tegelijk klinkt de waarschuwing om het menselijk lichaam niet als gebruiksartikel te behandelen. De paus geeft toe dat de kerk schuldig is aan een negatieve houding tegenover lichamelijkheid en seksualiteit: ‘Tegenwoordig wordt het christendom vaak bekritiseerd omdat het afkerig tegenover het lichaam zou hebben gestaan. Het is waar dat die neiging bestaan heeft. Maar de hedendaagse lichaamsverheerlijking is ook misleidend. Liefde, teruggebracht tot alleen seks, is een handelsartikel geworden, een ding dat kan worden gekocht en verkocht. Of anders gezegd: de mens is zelf een ding geworden.’ ‘Hoe meer de eros en de agapè - de lichamelijke en de geestelijke liefde -, in al hun verschillen, een passend geheel vormen, hoe dichter we de ware liefde naderen.’ In dit verband herinner ik me het verhaal van een mevrouw, die me ooit vertelde, dat ze na de liefdesdaad met haar man telkens God dankte voor dit geluk.
In het tweede deel van zijn encycliek zegt paus Benedictus, dat de liefde voor God en de liefde voor de mens één zijn. Als je leeft in de liefde van God volgt daaruit dat je je medemensen laat delen in die liefde. De paus komt in dit verband met een uitspraak, die niets aan duidelijkheid te wensen overlaat: ‘Een eucharistie die zich niet vertaalt in een concrete praktijk van de liefde, beknot zichzelf’. En een eind verderop in de tekst werkt hij dit gegeven nog verder uit: ‘De liefde beoefenen ten aanzien van weduwen en wezen, gevangenen en zieken, en van al wie op de een of andere manier in nood verkeren, behoort tot de kern van ons geloof, net zoals de dienst van de sacramenten en de verkondiging van het evangelie.’
Hart hebben voor mensen in nood betekent ook dat we moeten meewerken aan een meer rechtvaardige samenleving. Maar de verantwoordelijkheid van de politiek is niet voldoende, want, schrijft de paus, ‘Er zal altijd lijden zijn dat troost en hulp vereist. Er zal altijd eenzaamheid zijn. Net zo goed als er altijd situaties van materiële nood zullen zijn waarvoor hulp onontbeerlijk blijft, in de zin van concrete liefde voor de naaste. De staat kan niet het essentiële garanderen waaraan de lijdende mens - elke mens - behoefte heeft: de persoonlijke en liefdevolle toewijding.’
De dienst van de liefde is een verantwoordelijkheid van iedere christen, maar net zo goed een opdracht van de Kerk als geheel. ‘Het programma van de christen - het programma van de barmhartige Samaritaan, het programma van Jezus - is “een hart dat ziet”.’ Maar, waarschuwt de paus in dit verband, naastenliefde is er niet om mensen op een of andere manier in te pakken. De liefde voor onze medemens is gratis. Ze wordt niet gebruikt om andere doelstellingen te bereiken. (…) Wie de naastenliefde beoefent in naam van de Kerk zal nooit proberen het geloof van de Kerk op te leggen aan anderen. Hij weet dat de naastenliefde, omdat ze puur en gratis is, de beste getuigenis is van de God in wie wij geloven en die ons aanzet om lief te hebben. De christen weet wanneer het tijd is om over God te spreken, en wanneer het beter is om over Hem te zwijgen, en niets anders dan liefde te laten spreken.’
Beste mensen, ik heb enkele fragmenten uit de encycliek ‘God is liefde’ van paus Benedictus voorgelezen, met tussendoor wat verbindende woorden van mijzelf. Ik hoop dat u dit hebt opgevat als een positieve boodschap, waarin we opnieuw doordrongen raken van de liefde die God voor ons heeft. God heeft ons gewild, God ziet ons graag, God kan niet leven zonder ons. Zijn liefde kan zichtbaar en voelbaar worden in de liefde die wij ontvangen van onze geliefden en die wij schenken aan onze geliefden, zonder bijbedoelingen en zonder hebzucht. En dankzij de liefde van God krijgen wij energie en lef om ons in te zetten voor onze naasten, die het vaak minder getroffen hebben dan wijzelf. Laten wij dankbaar en vol goede moed aanstonds ons geloof belijden in onze God, die liefde is.

Zoeken in Preken Online