Vierendertigste Zondag door het jaar – B
Feest van Christus, Koning van het Heelal
PCB Brugge – zaterdag 23 en zondag 24 november 2024
Toespraak
Goede mensen,
het feest van ‘Christus-Koning’ neemt ons niet mee naar één of ander paleis van een wereldse Zonnekoning, in Versailles, in het Kremlin of het Witte Huis, of elders in de ‘Beau Monde’ van deze wereld. Nee, de evangelist Johannes die we zonet aan het woord hoorden, neemt ons vandaag mee naar de ambtswoning van Pilatus, de machtigste man in het land. Daar is een proces aan de gang, een ondervraging van een beklaagde, een zekere Jezus van Nazareth.
En we kunnen - wat uitzonderlijk is voor buitenstaanders - even een inkijk krijgen in zijn dossier, en hoe zijn levensloop was tot nog toe. En we krijgen ook te horen wat Hem ten laste wordt gelegd.
Ik lees u even voor:
Hij is geboren in een stal, ergens aan de rand van de stad der mensen.
Hij was ooit een vluchtelingenkind in Egypte.
Zijn leven lang had Hij geen steen om zijn hoofd op te laten rusten.
Hij liep rond op sandalen, Hij voelde zich thuis bij de armen,
hij was een broer en vriend van wie honger heeft, van daklozen, zieken en gevangenen…
‘Wat je aan hen doet, dat doe je aan Mij…’ heeft hij herhaaldelijk gezegd.
En: ‘Laat je hen in de steek, dan laat je Mij in de steek.’
‘Ja, ik ben koning’, zegt hij vandaag tegen de onderzoeksrechter Pilatus.
Maar hij voegt er aan toe: ‘Mijn koningschap is niet van deze wereld.
Want het beantwoordt niet aan de wereldse maatstaven,
aan de wetten en normen die gelden als het recht van de sterkste…’
Zijn koningschap had niets te maken met uitoefenen van macht,
met heersen, met pracht en praal, met indruk maken…
Hij wilde een dienaar zijn. Een naaste, een broer, een barmhartige Samaritaan.
Toeverlaat en teken van hoop voor de machtelozen op aarde.
Op Palmzondag is Hij de stad der mensen binnengereden,
niet als een Romeinse heerser hoog gezeten op een paard,
maar op een ezeltje, het lastdier van de arme mensen.
En ja, dat komt er van, als je zo averechts en tegendraads wil zijn,
En zo tegen het bestaande systeem van Kerk en Staat blijft schoppen.
Hij werd gevangen genomen, gekroond met doornen, met een kruis beladen,
ontdaan van alle menselijke waardigheid, bespot als koning zonder macht.
Hij is gekruisigd en gestorven als een rechteloze, arme sukkelaar…**
**Een vreemde koning is dat toch, als je het mij vraagt (zo dacht Pilatus).
En met al dat uitschot, al die gekwetste, uitgerangeerde mensen als onderdanen,
stellen zo’n koning en zo’n koninkrijk toch niet veel voor…
Goede mensen,
toch vieren wij vandaag het feest van deze ‘Christus Koning’. En wij geloven Hem op Zijn woord: ‘Ja, Ik ben koning, maar Mijn koninkrijk is niet van deze wereld…’
Maar wat voor ander soort koning was Hij dan wel, en waarom willen wij als christenen toch absoluut en consequent in Hem blijven geloven, en zo goed en zo kwaad als het kan Zijn leerlingen en volgelingen proberen te zijn?
Hij was de koning van het mededogen…
Mag ik u om dat duidelijk te maken een oud verhaal vertellen? Het gaat ‘Over een duif, een koning en zijn twee zonen’… Een koning had twee zonen. Hij was al oud, hij hield van beiden evenveel en wist niet wie hij tot zijn opvolger moest aanstellen. Daarom wilde hij hun kracht en kunde beproeven. Hij gaf zijn beide zonen elk een duif in handen en zei: ‘Ga naar een plek waar niemand je ziet en dood daar de duif.’ De ene zoon verdween zonder aarzelen achter een muur en doodde stiekem in het donker de duif die hij in handen had. De andere zoon liep heel de dag rond, op zoek naar een plek waar hij de duif ongezien kon doden. ‘s Avonds kwam hij terug naar het paleis, en gaf de levende vogel terug aan zijn vader. Deze vroeg verbaasd: ‘Kon je dan écht nergens een geschikte plek vinden om die simpele duif te doden?’ ‘Nee, vader’, zei hij. ‘Er was geen enkele plek waar ik niet steeds door iemand gezien werd.’ ‘Maar wie, mijn zoon, wie zag jou dan steeds en overal waar je ging?’ De zoon antwoordde: ‘Het was de duif die mij altijd maar bleef aankijken en in de ogen zien, vader. En ik kon het over mijn hart niet krijgen om dat weerloze dier te doden…’ Toen wist de koning meteen bij wie zijn volk in goede handen zou zijn. En dus maakte hij die zoon tot de nieuwe koning van zijn koninkrijk…’ (Geïnspireerd op E. Kaniok, Sleutels tot het hart. Uit: Stephan De Jong - Weg van wijsheid)
En zelfs tot op het kruis hield Hij dat mededogen vol…
En om helemaal duidelijk te maken wat voor soort koning Jezus was, en hoe Zijn manier van denken en doen, van kijken naar en omgaan met mensen was, neem ik u nog even mee naar Golgotha, een heuvel aan de rand van de grote stad Jeruzalem gelegen. Bij de kruisen die daar zijn opgericht, krijgen we één van de meest ontroerende dialogen van het hele evangelie te horen, een dialoog tussen Jezus en de ‘goede moordenaar’, zoals de traditie hem is gaan noemen. Je weet hoe het gaat: In één ogen-blik bevrijdde Jezus daar toen het bezwaarde hart van de misdadiger naast Hem. ‘Heden, vandaag nog, zal je met mij zijn in het paradijs…’ zei Hij. ‘Ik schenk je in Godsnaam vrede, verzoening, vergeving, rust voor je gekweld gemoed. Gods heiligmakende genade waar Ik zelf al Mijn hele leven lang van leef, is ook voor jou toegankelijk. Zelfs vandaag valt ze jou nog te beurt. Je zal met Mij zijn in het Koninkrijk van Mijn Vader.’ In een preek daterend uit de vijfde eeuw na Christus, ondervraagt de heilige Augustinus fictief die zogenaamde ‘goede moordenaar’. Augustinus vroeg zich af hoe het toch kwam dat die goede moordenaar meteen de Messias herkende in de vermorzelde verschijning van die gekruisigde man naast hem, hij die, van jongs af levend aan de onderkant van de maatschappij, toch onwetend was van de Wet en de Profeten, hij die waarschijnlijk nooit veel gebeden had of in de tempel was binnen geweest… Hoe kon het toch dat hij de Messias meteen herkende, daar aan het kruis, terwijl de schriftgeleerden van Israël en de Romeinse machthebbers niets van dat koningschap begrepen hadden, terwijl zijn naaste leerlingen in wanhoop gevlucht waren, terwijl niemand iets gezien had, omdat er misschien zijn hele leven lang aan de buitenkant ook niets koninklijks en messiaans aan Hem te zien was? Toen Augustinus aan de goede moordenaar die vraag stelde: ‘Hoe had jij hem zo direct herkend, daar aan het kruis..?’, was zijn antwoord simpel en eenvoudig: ‘Die Man, meneer, Hij keek me aan, en in die blik begreep ik alles. Al wat de mensen mij al of niet terecht aanwreven als mijn eigen stommiteiten, al wat ik had gedaan en misdaan, het verdween ineens allemaal in het stille, witte licht van Gods oneindige liefde en mededogen. ‘Vandaag nog kan je heilig zijn’, zei Hij – dat wil zeggen: ge-heeld en genezen. Vandaag nog kan je thuiskomen in Gods paradijs als nieuw-geboren… Wat er ook gebeurd is in je leven, je diepste, menselijke, koninklijke waardigheid is je niet ontnomen. God zelf staat daar garant voor’. Voor mij, meneer, was dat genoeg om voorgoed vrede in mijn leven te vinden…
Een koninklijke boodschap voor elk van ons vandaag…
Goede mensen,
dat Jezus in nood door een dreigende verstikkingsdood aan het kruis, verraden en in de steek gelaten door zijn meest intieme vrienden, toch nog Zichzelf kon vergeten en Zich in die onmenselijk-moeilijke omstandigheden nog met woorden van bevrijding en nieuw leven kon wenden tot een stervende misdadiger, en in dat wrak naast hem toch nog een mèns kon zien, ja zelfs een ‘paradijselijke mens’ – dat is waarlijk koninklijk. ‘Jij, mens’ zeggen tegen een gekwetste, ontmenselijkte ander, het is waarachtig rijkelijk-royaal. Zulke woorden van vergeving en troost zijn zondermeer woorden die alleen maar kunnen komen als verre echo’s uit een Koninkrijk dat niet van deze wereld is… Deze dialoog van de gekruisigde Jezus met die veroordeelde mens naast Hem, maakte een opening, een scheur, waardoor het licht van de genade in de gruwzame sfeer van de executie kon doorsijpelen. Want daar op Golgotha verstomde op dat moment alle retoriek en dogmatiek over God, en ook elk oordeel en alle veroordeling van mensen over mensen. Alleen de echte menselijkheid bleef over. De menselijkheid van de misdadiger die om genade smeekte, opende het koninklijke hart van Jezus, zodat Hij de verpletterende last van zijn lotgenoot kon wegnemen en zelf ook in al Zijn kwetsbaarheid en onmacht nog maar eens, en nu ten einde toe, Zelf heel erg menselijk werd. Er moet iets ongelofelijk krachtigs geweest zijn aan die blik in Jezus’ ogen, en tegelijk iets heel erg zacht en zalvend… Ja waarlijk, de Christus-Koning die wij vandaag vieren, was tot op het kruis de Koning van het mededogen. Vanaf die merkwaardige koningstroon in de vorm van een houten kruis daar op de heuvel van Golgotha, zegt Hij het ook telkens weer tot elk van ons: ‘Jij ook, jij bent een koningskind, een kostbare, kwetsbare mens, een echte paradijsvogel. Wie je ook bent, wat je ook doet of gedaan hebt: je bent en blijft een méns. Je hebt een onvervreemdbare koninklijke waardigheid. En niemand pakt jou die af. De dood niet, het geweld niet, de machten en krachten van deze wereld niet. Daar moet je blijven in geloven, want anders ben je voorgoed verloren… God zij dank dat het zo mag zijn, vandaag al, voor u en voor mij, en voor al wie willen meedoen in Zijn koninkrijk en mogen delen in Zijn koninklijke waardigheid. Amen! geert dedecker
Inzage in het dossier en de levensloop van de beklaagde…
Geboren in een stal, ergens aan de rand van de stad der mensen. Hij was ooit een vluchtelingenkind in Egypte. Zijn leven lang had Hij geen steen om zijn hoofd op te laten rusten. Hij liep rond op sandalen, voelde zich thuis bij de armen, was een broer en vriend van wie honger heeft, van daklozen, zieken en gevangenen…
Aperçu du dossier et de la vie de l’accusé
Né dans une étable, quelque part à la périphérie de la ville des hommes. Il était autrefois un enfant réfugié en Égypte. Toute sa vie, il n’a pas eu de pierre sur laquelle reposer sa tête. Il a marché avec des sandales, s’est senti chez lui avec les pauvres, était un frère et un ami pour ceux qui avaient faim, des sans-abri, des malades et des prisonniers…
Inspection of defendant’s file and life history
Born in a stable, somewhere on the outskirts of the city of men. He once was a refugee child in Egypt. All his life he had no stone to rest His head on. He walked around in sandals, felt at home with the poor, was a brother and friend to the hungry, to the homeless, the sick and the imprisoned…
Hij was de Koning van het mededogen…
Een oude koning had twee zonen, en wilde weten wie hij als zijn opvolger zou aanstellen. Ze kregen elk een duif in handen, die ze moesten doden zonder dat iemand het zou zien. De oudste kneep meteen achter een hoge muur de duif dood. De jongste kon het niet doen, omdat de duif hem altijd maar smekend bleef aankijken. Toen hij ’s avonds de levende duif aan zijn vader teruggaf, zei die: ‘Jij zult een goede koning zijn voor mijn mensen…’
Il était le Roi de la compassion
Un vieux roi avait deux fils et il voulait savoir qui serait son successeur. On leur donna à chacun une colombe à tuer sans que personne ne le voie. L’aîné écrasa immédiatement la colombe derrière un haut mur. Le plus jeune n’y parvint pas, car la colombe ne cessait de le regarder en suppliant. Le soir, lorsqu’il rendit le pigeon vivant à son père, celui-ci lui dit: ‘Toi, tu seras un bon roi pour mon peuple…’
He was the King of compassion….
An old king had two sons, and he wanted to know who he would appoint as his successor. They were each given a dove to kill without anyone seeing. The eldest immediately squeezed the dove to death behind a high wall. The youngest could not do it, because the dove kept looking at him pleadingly. In the evening, when he gave the live dove back to his father, the latter said: ‘You will be a good king to my people…’
En zelfs tot op het kruis hield Hij dat mededogen vol…
Hoe wist de goede moordenaar op Golgotha zo heel zeker dat de Gekruisigde naast hem de Messias was? Hoe had hij hem zo direct herkend, daar aan het kruis..? Hij zei: ‘Die Man keek me aan, en in Zijn blik begreep ik alles. Hij zei mij met Zijn ogen: Wat er ook gebeurd is in je leven, je diepste, menselijke, koninklijke waardigheid is je niet ontnomen. God zelf staat daar garant voor. Voor mij was dat genoeg om voorgoed vrede vinden in mijn leven…’
Et jusqu’à la croix, il a maintenu cette compassion….
Comment le bon meurtrier du Golgotha a-t-il pu savoir de manière aussi certaine que le Crucifié à ses côtés était le Messie? Comment l’avait-il reconnu si immédiatement, là sur la croix..? Il a dit: ‘Cet homme m’a regardé, et dans son regard j’ai tout compris. Il m’a dit avec ses yeux: ‘Quoi qu’il soit arrivé dans ta vie, ta dignité profonde, humaine, royale, ne t’a pas été enlevée. Dieu lui-même le garantit. Pour moi, cela a suffi pour trouver la paix dans ma vie pour toujours…’
And even to the cross He maintained that compassion….
How did the good murderer on Calvary know so very definitely that the Crucified One beside him was the Messiah? How had He recognized Him so immediately, there on the Cross..? He said: ‘That Man looked at me, and in His eyes I understood everything. He told me with His eyes: ‘Whatever has happened in your life, your deepest, human, royal dignity has not been taken away from you. God Himself guarantees that. For me, that was enough to find peace in my life forever…’
Een koninklijke boodschap voor elk van ons vandaag…
Vanaf dat kruis op Golgotha, zegt Hij ook telkens weer tot elk van ons: ‘Jij ook, jij bent een koningskind, een kostbare, kwetsbare mens. Wie je ook bent, wat je ook doet of gedaan hebt. Je hebt een onvervreemdbare koninklijke waardigheid. En niemand pakt jou die af. De dood niet, het geweld niet, de machten en krachten van deze wereld niet. Daar moet je blijven in geloven, want anders ben je voorgoed verloren…’
Un message royal pour chacun de nous aujourd’hui…
Depuis la croix du Calvaire, Il répète à chacun d’entre nous: ‘Toi aussi, tu es un enfant royal, un être humain précieux et vulnérable. Qui que tu sois, quoi que tu fasses ou aies fait. Tu as une dignité royale inaliénable. Et personne ne te l’enlève. Ni la mort, ni la violence, ni les pouvoirs et les forces de ce monde. Vous devez continuer à y croire, sinon vous serez perdu à jamais…’
A royal message for each of us today…
From that cross on Calvary, He also says to each of us again and again: ‘You too, you are a royal child, a precious, vulnerable human being. Whoever you are, whatever you do or have done. You have an inalienable royal dignity. And no one takes it away from you. Not death, not violence, not the powers and forces of this world. You must continue to believe in that, or you will be lost forever…’
Tekening: De Verrezen Heer achter de tralies -
door een mens in detentie uit de gevangenis van St Gillis.
Foto: Puy-de-Dôme Christus aan het kruis (detail), 12e eeuw
Man op zijn ezel in Atlas gebergte - Marokko
Jezus in gesprek met de goede moordenaar - stichtingsjefhutsch.nl
Tekening: De Verrezen Heer achter de tralies -
door een mens in detentie uit de gevangenis van St Gillis.