CHRISTUS BEELD
Als wij het mysterie van Jezus-voor-Pilatus in beelden willen uitdrukken, moeten we minstens twee beelden schilderen. Het ene beeld zou er zo ongeveer moeten uitzien als de Christusafbeelding uit de tijd van Karel de Grote (rond 870), die zich bevindt op de omslag van een evangelieboek. De hele band van het evangelieboek is van goud, bezet met edelstenen. In het midden heeft de kunstenaar de gestalte van de ;Albeheerser’ gedreven. Met een blik vol majesteit kijkt de tronende Christus naar beneden. Om het hoofd heeft Hij een stralenkrans. De rechterhand is opgeheven om te zegenen. In de linkerhand houdt Hij een boek. Daarin staat op de opengeslagen bladzijde: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’. Christus is bovendien als Heer van hemel en aarde omgeven met hemellichamen, en de aardbol dient Hem als voetsteun. Dit beeld drukt inderdaad iets uit van het Christusgeheim. Maar als wij héél de waarheid omtrent Jezus Christus op het spoor willen komen, moeten wij nóg een afbeelding maken.
Ze zou er kunnen uitzien als die beroemde afbeelding van George Gross. Een maatschappijkritische en vaak cynische kunstenaar tussen de beide wereldoorlogen. De Christusafbeelding is helemaal in het zwart gehouden. Aan een scheefstaand kruis hangt een gewond Iets - je moet al twee keer kijken om te zien dat het een mens is. Om, zijn heupen heeft deze mens een uitgerafeld stukje doek, en de voeten zitten in veel te grote soldatenschoenen. Door de voeten en door de handen met hun verschrikkelijk gekromde vingers heen zijn lange spijkers gedreven. Het meest opvallende echter is het gasmasker dat de Gekruisigde draagt. Dat gasmasker maakt Hem tot iemand zonder gezicht en zonder naam - zoals die tallozen die in de loopgraven dit gasmasker moesten dragen.\
HEERLIJKHEID EN VERNEDERING
Als wij beide afbeeldingen naast elkaar leggen, kunnen wij ons nauwelijks een grotere tegenstelling voorstellen. Op de ene afbeelding de glans van goud, op de andere een bijna neergekrabbelde houtskooltekening, Aan de ene kant de Albeheerser, de koning der koningen, aan de andere kant een geschonden wezen, beeld van de gefolterde en vernederde mens - één uit miljarden, onherkenbaar. Wij vermoeden het mysterie van Jezus Christus pas, wanneer wij bede voorstellingen niet alleen naast elkaar zien, maar als wij ze over elkaar heen of liever door elkaar heen zien. Want in de met doornen gekroonde koning smelten beiden ineen: heerlijkheid en vernedering, macht en onmacht.
Deze Jezus staat voor Pilatus. Ten dienste vernederd, verkondigt Hij zijn overtuiging, rustig, zonder angst en haat. Hij getuigt over zichzelf als over Degene die gekomen is om ons mensen te zeggen dat God hen liefheeft en zich over hen ontfermt. Wie zich bij Hem aansluit, wie naar zijn woord luistert, wordt bevrijd uit de boeien van onheil, wordt in staat gesteld om te geloven, vindt zichzelf in het één-zijn-met god.\
MIDDEN IN DE GESCHIEDENIS
Het feest van Christus Koning spreekt veel mensen, vooral jongere generaties, nog nauwelijks aan. Maar als wij nader toezien, is de scène die het evangelie schildert, heel actueel. De eerste lezing van vandaag spreekt over de Mensenzoon als rechter en voltooier: dat is de noodzakelijke achtergrond. Maar het evangelie plaatst Jezus, de Messias, midden in onze geschiedenis: Jezus Christus en waarachtige christenen voor het gerechtshof van machten die onze wereld en onze geschiedenis beheersen.
Een vraag is: aan wiens zijde stellen wij ons feitelijk? Aan de zijde van hen die het voor het zeggen hebben en die misbruik daarvan maken óf van Hem die in uiterste onmacht de koninklijke kracht vond in woord en daad te getuigen: ’ - koning ben Ik. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen: om getuigenis af te leggen van de waarheid. Al wie uit de waarheid is luistert naar mijn stem’? Een beslissende vraag…