Hij die de gestalte van God had
Hield zijn gelijkheid aan God niet vast
Maar deed er afstand van.
Hij nam de gestalte aan van een slaaf
En werd gelijk aan een mens.
En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd
En werd gehoorzaam tot de dood – de dood aan het kruis.
Deze korte hymne van Paulus heeft een grote rol gespeeld in de manier waarop men later over Jezus ging denken. De traditionele uitleg, die ook op het eerste zicht het meest voor de hand ligt, is deze: Jezus leefde als een goddelijke persoon, maar besloot op een bepaald moment zichzelf te vernederen door een mensengestalte aan te nemen en als een slaaf te leven. Om het in de kleuren van de icoon te zeggen: de rode, goddelijke Christus sloeg een groene menselijke mantel om. Heel zijn aardse optreden moet je dan begrijpen als het telkens doorbrekingen van het aardse en alledaagse dankzij zijn goddelijke macht.
Hoe eenvoudig en helder de uitleg ook is, toch klopt hij waarschijnlijk niet. Want Paulus gebruikt in zijn brief deze korte hymne om vanuit zijn Joodse achtergrond de figuur van Jezus te beschrijven. Over die Jezus zegt de tekst: ‘dat hij de gestalte van God had’ en daarbij denkt Paulus aan het boek van de Schepping waar staat dat de mens geschapen is naar het beeld van God. Dé mens, Adam, was door God geschapen naar zijn evenbeeld, staat in de tekst, maar de mens heeft zich hoogmoedige en zelfgenoegzaam gedragen alsof hij God was. Jezus daarentegen ging de weg van de gehoorzaamheid en eenvoud. Paulus plaatst met andere woorden tegenover Adam, de oude mens, Jezus of de nieuwe mens. Hij was geen God die eventjes zijn identiteit aflegde en enkele jaren voor mens kwam spelen, maar de eigenlijke mens. En zo wordt ook het vervolg van de hymne duidelijk: “Daarom heeft God Hem hoog verheven”. Niet Hij zelf deed dit. Het was Gods kracht die Hem doordrenkte en groot maakte.
Precies omdat Jezus een weg van nederigheid en eenvoud ging (zoals de Dienaar van Jahwe in de profetieën van Jesaja) was er een ruimte waarin God in Hem kon werken en werd Jezus voor ons de Christus. Alles wat Jezus heeft gezegd en gedaan getuigt van deze ruimte gevende openheid.
Zo wordt in een tekst, die reeds voor de brieven van Paulus bestond, bezongen hoe Jezus aan de aarde en aan ons leven een nieuwe zin heeft gegeven.
En wij zingen deze hymne aan het einde van het kerkelijke jaar als lofzang voor Hem en als opdracht voor onszelf. Niet je prestaties, niet wat je hebt of bent of meent te zijn, maakt je leven waardevol. Ons leven is vluchtig en van een wegstromende schoonheid, onze liefde een machteloos grijpen naar elkaar in een eeuwig hopen om thuis te komen. Wat geeft aan ons leven dan die diepte, ongeacht of het tijd kreeg om open te bloeien of tot presteren in staat was, normaal of gestoord was? Terugkerend naar de hymne over Jezus zou ik zeggen: alleen de mens die zichzelf ontledigt, die zich op geen enkele manier een aureool wil aanmeten, en die in dit leeg worden en afleggen van alle verwaandheid ruimte laat om doordrenkt te worden door een kracht die hem gegeven wordt, ontdekt de echte waarde. Biddend onze zo gekoesterde eigenmacht uit handen geven en een leegte scheppen waarin ons verlangen tijd krijgt om te rijpen. Een weg gaan van loslaten en overgave om zo vanuit een ontvangen kracht uiteindelijk voor anderen bevrijdend zijn. Dat is de weg die Jezus ons toont.