Het ‘einde van de wereld’ is een onderwerp dat de mensen van alle tijden in de ban houdt. De mens is altijd, min of meer bewust, op zoek naar sterke emoties, naar een zekere angstpsychose. Ook in onze tijd is er mogelijkheid om die gevoelens te voeden, door de mensen te bedreigen met de ondergang van de wereld. De dreiging van een atoomoorlog is reëel, de lucht- en de watervervuiling zijn werkelijkheden en oorlogen en natuurrampen zijn dagelijks brood: ze doen ons telkens weer opschrikken.
Het evangelie van deze zondag kan, voor een oppervlakkig toehoorder, die angst nog versterken. Bij de aankondiging van het einde van de wereld, gebruikt Jezus voorstellingen uit het Joodse wereldbeeld. De zon zal, zoals elk vuur, uitgedoofd worden; de maan zal geen licht meer geven en de sterren zullen als rijpe vruchten van het firmament vallen en het uitspansel zelf zal instorten. Dat zijn de beelden uit de tijd van Jezus. Tegenwoordig zou men heel andere termen gebruiken. Het gaat dus helemaal niet om een nauwkeurige beschrijving van wat er eenmaal zal gebeuren.
Met die beelden wil Jezus wel de ellende aantonen van de natuurcatastrofen van alle tijden, de paniek die een oorlog, een epidemie, een aardbeving met zich meebrengen. Maar juist door dat alles heen klinkt dan de boodschap van God dat Hij de mens in die nood en ellende niet in de steek zal laten. Hij zal de mens dan zeer nabij zijn. De beelden van Jezus staan in dienst van een uitspraak die geldt voor alle tijden: de toekomst van de wereld ligt in Gods hand. Ongelijk hebben dus de optimistische humanisten, die menen dat de mens, door eigen kracht zichzelf een paradijs op aarde kan scheppen. Ongelijk hebben ook de pessimisten, die menen dat de mensheid zichzelf kan uitmoorden en dat de mensen, op een of andere dag, de wereldbol uit elkaar zullen doen spatten. God zelf heeft deze wereld in handen en het bepalen van het einde van de wereld ligt alleen in zijn hand. Van de tijd en het uur weet niemand iets.
En als Marcus dan zegt dat de Mensenzoon met grote macht en heerlijkheid zal komen op de wolken, gebruikt hij het beeld van de profeet Daniël. ‘Op een wolk gezeten’ betekent dat Jezus zal komen met goddelijke macht bekleed. Na de verrijzenis is de goddelijkheid van Jezus alleen voor weinig uitverkorenen zichtbaar geworden. Bij de definitieve komst zal zijn heerlijkheid zichtbaar zijn voor alle mensen, gelovigen en ongelovigen. Met die komst begint dan - waarom wij dagelijks bidden - zijn Rijk. Van dat ogenblik af is God niet meer onzichtbaar, maar zal de mens God zien van aangezicht tot aangezicht. Hij zal voor God staan zoals Hij is. In deze wereld is het mogelijk dat je je voor Gods aangezicht verbergt, dat je de onzichtbare God voor dood houdt of aan zijn bestaan twijfelt. Nu kan iemand hoog in achting staan, ofschoon hij misschien een onmens is, hij kan gevierd worden ofschoon hij mensen verknecht of afperst. Maar voor het aangezicht van God zullen alle nevels optrekken en zullen de diepste gedachten van de mens zichtbaar worden.
Voltooiing en oordeel zijn in wezen eenzelfde gebeuren. Voltooiing zal er zijn voor ieder mens die leeft vanuit de gezindheid van Jezus. Zijn verlangens naar gerechtigheid en vrede zal hij in Jezus vervuld zien. Zijn inzet voor liefde en goedheid zal hij werkelijk voltooid zien. Een oordeel zal het zijn voor hen die zich schuldig hebben gemaakt aan hebzucht en ongerechtigheid, want in het licht van God zullen ze zichzelf zien zoals ze zijn, en hun duisternis zal het Licht niet kunnen verdragen.
Ondertussen leven wij in de spanning tussen God en afgoden, tussen ‘in de wereld zijn’ en ‘niet van de wereld zijn’, tussen ‘nu reeds kind van God zijn’ en het ‘nog niet van de voltooiing’. Wij mogen de wereld niet aan haar lot overlaten en toch leven we met het oog op de eeuwigheid.
Maar in die spanning moeten wij getuigenis afleggen van de blijde hoop die in ons leeft: de zekerheid dat de liefde steeds sterker zal zijn dan de haat en dat het rijk van God eens zal zegevieren over het rijk van de duisternis.
Zo is het evangelie over het ‘einde van de wereld’ voor ons in de kern geen dreigende boodschap, maar een blijvende boodschap: dat God, die Jezus uit de dood heeft opgewekt, ook deze wereld tot een nieuw bestaan zal opwekken. Hij zal voor ons een nieuwe hemel en een nieuwe aarde scheppen, waarin gerechtigheid, vrede en vreugde in heel hun volheid zullen standhouden.