Wat blijft?

B-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen

Wat blijft, als alles vergaat? De bloemen zijn uitgebloeid, de bladeren zijn van de bomen gevallen. Wat blijft na een doodsbericht? Wat blijft na al deze voortekens van de wereldondergang? Wat blijft als de zon uitdooft en de maan niet meer schijnt, als de sterren van de hemel vallen? Wat blijft als alles vergaat? Het niets? Wat betekent dat alles? Uit het niets geroepen door Gods scheppingswoord, leven wij een tijdlang, met veel lief en leed; dan komt de dood en de ondergang en aan het einde weer niets? Wat betekent dat, als niets blijft?

Laten we het maar nemen zoals het komt, zeggen de nuchteren, die de angst proberen te verdringen door een geveinsde onverschilligheid. Laten we er maar een einde aan maken, zeggen de wanhopigen: elk uur van de dag is er een Belg die zelfmoord pleegt en vijf proberen het. Laten we maar eten en drinken zeggen anderen, want morgen zijn we dood. Wat blijft als alles vergaat?

In deze pessimistische levenssfeer van angst en moedeloosheid geeft het evangelie ons moed en troost ons: ‘Hemel en aarde zullen vergaan, maar mijn woorden zullen niet vergaan!’ Het scheppingswoord dat ons uit het niets heeft geroepen zal blijven. Hij die mijn leven draagt, blijft.

Zoals een nachtegaal de mooiste liederen zingt in de nacht, zo zingen wij christenen liederen van hoop, bij het afscheid van een dode, bij het graf van een dierbare.

‘Kijk naar de vijgenboom’, zegt Jezus. De vijgenboom is in Israël de enige boom die zijn bladeren verliest, maar in de lente kan hij in één nacht weer volop in blad staan. Daarom is hij het aangewezen symbool om het nieuwe frisse leven aan te duiden. Zoals de lente na de winter onfeilbaar zeker doorbreekt, zo zullen wij voor Jezus staan om te delen in het frisse nieuwe leven.

Men vroeg aan Martin Luther King: ‘Wat zou je doen als morgen de wereld zou vergaan?’ Hij antwoordde: ‘Ik zou nog vlug een boompje planten. Een boompje van hoop in de zekerheid dat God de schepping in zijn hand houdt en dat het leven onverwoestbaar zeker zal zegevieren'.

Als mijn moeder een boek wilde lezen, begon ze altijd met de laatste bladzijde. Toen ik haar eens vroeg: ‘Waarom doe je dat, moeder?’ antwoordde ze: ‘Ik wil eerst weten of het goed afloopt’. Vandaag lezen we de laatste perikoop uit het evangelie van Marcus dit jaar, en ook als daar schrikwekkende dingen voorspeld worden, zo krijgen we toch de verzekering dat alles goed zal aflopen. Wij kunnen nog niet alle bladzijden van ons levensboek lezen, maar de laatste bladzijde kunnen wij toch al lezen: alles zal goed aflopen: kijk naar de vijgenboom!

Als je de belofte van de komende lente in je hart draagt, leef je zelf niet alleen hoopvol maar word je ook voor anderen een bron van hoop. Probeer in de nacht niet alleen een lichtpunt te zien, maar probeer ook voor anderen een lichtbaken te zijn. Want zo zegt Paus Johannes: ‘Duizend angsten kunnen onze hoop niet verij delen'.

Wat heeft het dan voor nut om naar tijd en uur te vragen? De Vader in de hemel weet het! Maar sinds Jezus uit de dood is opgestaan, is de eindtijd reeds begonnen, de tijd van hoop op een nieuwe toekomst. Daarom slaan wij christenen de pinnen van onze levenstent niet te vast in de grond, want onze tent zal afgebroken worden en wij zullen opgenomen worden in Gods woning. Sinds mensenheugenis is er leed, nood en angst, maar reeds bloeit de vijgenboom, als een verwijzing naar de Heer. Wij weten niet wat er allemaal komen gaat, maar wij weten wel wie komen gaat; Jezus de Heer!

Zoeken in Preken Online