Een mijnramp, een treinongeluk, ernstige overstromingen, het zijn rampen die regelmatig wel gebeuren. Maar meestal is het iets ver van ons vandaan. Maar als iemand te horen krijgt dat hij kanker heeft en dat er niets meer aan te doen is, dan is dat voor die persoon ook een ramp. Of als iemand door een hersenbloeding gedeeltelijk het gebruik van je ledematen kwijt raakt, dan is dat voor hem of haar ook een ramp.
En elke ramp, in het groot of in het klein, is altijd een beetje het vergaan van de wereld, van dat stukje wereld waarin iemand zijn eigen vertrouwde plek heeft. Elke ramp, in het groot of in het klein, heeft altijd iets schokkends, een aardbeving in het klein, zowel voor de slachtoffers als voor degenen die met hen verbonden zijn door banden van familie of vriendschap.
En elke ramp stelt mensen voor een uitdaging: Wat doe je eraan? Wat doe je om te voorkomen dat zo’n ramp weer opnieuw gebeurt? Natuurlijk weten we best dat sommige rampen gewoon niet te voorkomen zijn, andere rampen echter vaak wel dank zij verbeterde inzichten. Dank zij de moderne techniek en de hedendaagse medische wetenschap kan veel onheil voorkomen worden. Maar ik denk dat er een veel belangrijkere uitdaging is: niet zozeer de vraag: wat doe ik eraan, om een dergelijke ramp te voorkomen maar veel meer: wat doe ik ermee? Hoe ga ik ermee om? Want elke ramp brengt een hoop ellende, een hoop lijden, met zich mee. voor de betrokkenen zelf, voor hun omgeving.
Hoe ga ik daarmee als iemand die mij heel dierbaar is opeens de boodschap krijgt: je hebt kanker? Hoe pak ik het op? Wat doe ik ermee als ik in mijn omgeving een ramp zie gebeuren, in welke vorm dan ook. als mensen vlak in de buurt in een crisis terecht komen. Zeg ik: o wat erg maar blijf ik verder passief aan de kant staan? Of kijk ik de andere kant op onder het mom van: ik kan er niet tegen, of: daar heb ik toch niets mee te maken, of probeer ik een helpende hand toe te reiken om het leed te verzachten. De onderliggende vraag aan ieder van ons is: ben je een mens die echt meevoelt met het lief en leed van anderen, of laat het je allemaal koud?
Een ramp, lijden, pijn, het heeft geen zin van zichzelf, maar het kan een zin krijgen door de manier waarop mensen ermee omgaan. Maar het vraagt wel dat je meevoelt, je betrokken voelt. Als vrienden van je, of familie, iets overkomt, dan voel je dat veel meer dan wanneer een vreemde hetzelfde overkomt. Dat is heel normaal, maar het probleem van onze tijd is wel dat we steeds vaker vreemden worden voor elkaar, steeds vaker langs elkaar heen leven en dus voelen we minder met anderen mee. Bovendien dreigen we allemaal een beetje gevoelloos te worden door de toenemende verzakelijking en algehele verharding van de samenleving, en ook door het feit dat de T.V. zoveel narigheid over ons heen stort, dat we er gewoon immuun voor worden.
Het probleem is ook dat meevoelend zijn een hele lastige eigenschap is, laten we eerlijk zijn. Het leven is veel gemakkelijker als je ongevoelig bent voor wat anderen overkomt. Het leed van anderen meevoelen, is ook er constant mee belast zijn, niet alleen met dat gevoel van pijn, van medelijden, maar ook met die roep die er in zit om hulp te geven, ook een grote machteloosheid. Een meevoelende mens zijn is zeker niet altijd gemakkelijk, maar het kan ook heel verrijkend zijn, het kan je een soort innerlijke blijheid geven. Als je merkt dat gedeelde smart toch een beetje halve smart wordt, als je ziet hoe mensen, met wat hulp, toch hun kruis kunnen dragen, als je ervaart hoe mensen bij een ernstige crisis in hun leven, hele grote en indrukwekkende mensen blijken te zijn, mensen waar je zelf rijker van wordt, dan kun je alleen maar blij zijn dat je daarbij een beetje, misschien een heel klein beetje, aan hebt meegeholpen. Dan kun je dankbaar zijn dat je het hebt mogen doen. Leed en verdriet zullen er altijd wel zijn.
Rampen in het groot of in het klein, zullen zich altijd wel voor doen, we leven nu eenmaal in een wereld en in een lichaam waarin van alles mis kan gaan. Dat de wereld vergaat voor mensen, dat is niet iets van een verre toekomst, in het klein gebeurt het gisteren, vandaag en morgen, ver weg en heel vlak bij. Maar zolang er meevoelende mensen zijn, zolang mensen hun meeleven en medelijden laten uitmonden in daden van hulp, zolang is er hoop voor de wereld, voor onze wereld. Zolang mensen de oproep van Jezus Christus verstaan en iets voor elkaar willen doen, zolang kunnen zelfs rampen iets goeds voortbrengen.
Drieëndertigste zondag door het jaar (2000)
B-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen