Evangelieprikje (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

Roepen, echt hard roepen, omdat je weet dat je leven er kan van af hangen, we zien het soms in films, TV-series, het nieuws, …. hopelijk niet in eigen leven. Die roep om leven horen we vandaag ook in het evangelie. Een blinde man roept vol vertrouwen tot Jezus. Vol vertrouwen, dat mag blijken uit de aanspreektitel die hij Jezus geeft of is dat gewoon om te slijmen? De man heeft waarschijnlijk al van alles gedaan om genezen te geraken van zijn blindheid, maar niets hielp. En dat hoort hij dat die Jezus langs komt en hij zet alles op alles opdat Jezus hem zou horen en zien. Allemaal heel menselijk. Zelfs de omstanders die hem toesnauwen dat hij moet zwijgen, doen iets zeer menselijk: nu ze Jezus in hun midden hebben, willen ze Hem voor zichzelf houden, niet delen met een blinde. Iedereen ging er in die tijd toch van uit dat een blinde iemand was die gestraft was door God? Waar haalt die zondaar het recht vandaan ook maar te durven denken dat Jezus hem wil helpen? Zwijgen moet ie. Maar Jezus hoort zijn schreeuwen en stopt. Jezus staat stil bij het geroep van een bedelaar, door blindheid aan de kant van de weg en van de samenleving gezet. Hij doorbreekt de muur die zijn fans tussen Hem en de blinde wilden optrekken. Dat Jezus naar hem wil luisteren, geeft de blinde al zoveel vertrouwen dat hij zijn mantel, vermoedelijk zijn ganse bezit, zijn enige bescherming tegen de kou ’s nachts, durft weggooien. Deze man denkt dat hij, in tegenstelling tot de rijke jongeling, niets te verliezen maar alles te winnen heeft bij Jezus.
Wat een vertrouwen! Jezus vraagt hem wat Hij voor hem kan doen. Het antwoord is logisch: dat hij weer kan zien. En Jezus geeft hem het zicht terug zeggende dat zijn vertrouwen hem gered heeft. Ziedaar dit prachtige verhaal.

Het mooie van veel bijbelverhalen is dat ze zo menselijk zijn dat het niet echt moeilijk is om ons er in te verplaatsen. Stel je voor dat Jezus vandaag in jouw dorp, in onze parochie te gast zou zijn. Stel je voor dat de parochieploeg een bijeenkomst met Jezus zou moeten organiseren in deze kerk. Het zou toch maar logisch zijn dat de leden van de parochieploeg, de leden van de Kerkraad, de medewerkers van de parochie, de gelovigen die elke week trouw in de mis zijn zeker een plaats krijgen. Zelfs de bisschop verdient een ereplaats. En de overige stoelen zouden wellicht gevuld mogen worden met anderen. Zouden de arme, sjofele mensen die misschien hun geloof kwijt gespeeld zijn door de ontgoochelingen in het leven een plaats krijgen? Ik denk dat we hier bij een belangrijke vraag uit dit verhaal aanbeland zijn: waken we er als Kerkgemeenschap over dat we Jezus niet enkel voor onszelf opeisen? Houden wij al volgelingen van Jezus oog en oor open voor mensen aan de kant? Laten we Jezus zelf nog kiezen of Hij barmhartig en genadig mag zijn, of moet Hij onze kerkelijke regeltjes volgen? Echte liefde laat mensen vrij, als we Jezus graag zien, kunnen we dus niks anders dan ook Hem vrij te laten.

Het is een mooie vraag voor de missiemaand. Soms hoor je wel eens klagen over missionarissen die naar andere landen gaan, terwijl er hier priesters te kort zijn. Zijn mensen die dit zeggen niet als de volgelingen in het verhaal die Bartimeüs het zwijgen opleggen? In een samenleving waar godsdienst enkel nog iets privé is, blijven wij luidop zeggen dat wij ons geloof willen delen omdat je fantastisch nieuws nooit alleen voor jezelf mag houden.

Maar er is nog een tweede belangrijke personage in het verhaal: Bartimeüs. Van hem kunnen we zeker leren dat we ook in de grootste nood op Jezus mogen vertrouwen. Hij leert ons zelfs alles achter te laten en zijn leven in Jezus handen te leggen. Wie van ons durft dat? Nochtans is in dit verhaal de blinde de enige die ziet waar het in het geloof uiteindelijk om gaat: vertrouwen hebben in Jezus. In een samenleving die roept dat je alleen maar jezelf mag vertrouwen, is het moeilijk die andere roep van Bartimeüs te horen, een roep uit de diepste ellende maar die toch spreekt van een immens vertrouwen. Mogen wij steeds meer de weg van Bartimeüs gaan: van blindheid naar zien wat echt belangrijk is, van eindeloos durven vertrouwen op Jezus en de laatste zekerheid die we hebben, durven loslaten. Het is een moeilijke wag maar ook een weg die bevrijding brengt en die je intens gelukkig kan maken. Kijk maar naar de mensen die een stukje of helemaal hun eigen leven durven loslaten om het te delen met anderen. Mogen we groeien in dat vertrouwen.

Zoeken in Preken Online