3e Zondag B (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 3e zondag · groen

De afgelopen maanden, weken, dagen zijn we overdonderd bijna, door de vele toespraken van de deze week nieuw geïnstalleerde president van de Verenigde Staten. Goede woorden waren het. En hij bracht ze met overtuiging. En er zijn tenminste drie woorden die blijven hangen, deze drie woorden: “Yes, we can.” Ze klinken als een echo bij de naam Obama. Het zijn woorden die zelfvertrouwen uitstralen en hoop op een betere toekomst. Laat je niet ontmoedigen als de bergen die je wilt/moet beklimmen te hoog lijken. Een bemoedigende boodschap als je voor een enorme opdracht staat: “Yes we can,” “Ja, dat kunnen wij!”

Toen ik als puber een keer begon met het lezen van het Marcus-evangelie - ik dacht: laat ik in de Bijbel eens beginnen met mijn naamgenoot - was ik ook a.h.w. overdonderd, door de vele toespraken en uitspaken van Jezus. Ik herkende ze als goede woorden, die voor mij veel gingen betekenen. Ze brachten een gevoel van vertrouwen in mij boven, een soort basisvertrouwen dat nooit meer weggegaan is.

Maar er waren drie woorden die echt bleven hangen. Woorden die als een echo door m’n hoofd gingen. Ze staan aan het begin van het Marcus-evangelie, in het gedeelte dat we zojuist lazen. Deze drie woorden: “Komt, volgt Mij” [Mk 1,17]. Ze zijn richtinggevend geworden voor heel mijn leven. Daarom ook heb ik ze op het prentje laten drukken dat uitgegeven is bij m’n priesterwijding: “KOMT, VOLGT MIJ (Mk 1,17)”

Maar kan ik dat ook? Kunnen wij dat ook? Want het is nogal wat, wat in die paar regeltjes text in het evangelie staat: “En meteen lieten ze hun netten achter en volgden Hem” [Mk 1,18]. Die netten waren nota bene wel hun middelen van bestaan! En de vader van Jakobus en Johannes ziet zo even twee van z’n zonen uit het familiebedrijf vertrekken [Mk 1,20]. Ook in de eerste lezing gaat het er radicaal aan toe: God roept de profeet Jona om naar een grote, heidense stad te gaan om Gods woord te verkondigen en Jona staat op en gaat. En hij doet wat God van hem vraagt.

Hoewel… in de liturgieboekjes boekjes die in veel parochies gebruikt worden, staat er niet bij dat Jona voor de tweede keer aangesproken werd [Jon 3,1]. De eerste keer had hij helemaal niet gehoorzaamd. Integendeel, hij was weggevlucht. Als Gods woord voor de tweede keer tot hem gericht wordt, gaat hij maar, want anders komt hij misschien weer voor drie dagen in een grote vis terecht [Jon 2,1], of nog erger. Nee, echt van harte gaat Jona niet - en echt van harte verkondigt hij Gods woord ook niet. Hij gaat immers niet naar het centrum van de stad; hij blijft wat in een buitenwijk hangen en roept één keer wat hij nu eenmaal moet verkondigen [Jon 3,4]. Wat hem betreft wordt die hele heidense bende gewoon gestraft voor haar zonde [Jon 4,1-5]. Dat is rechtvaardig. En dan zijn we daar ook weer vanaf, zogezegd.

Nee, dan die apostelen, die meteen gehoor geven aan Jezus’ woord. Ze laten bezit en zelfs familie achter en volgen Hem. Toch zien we ook hier in de loop van het verhaal dat het zo simpel niet in elkaar zit. De apostelen zijn weliswaar enthousiast en toegewijd, maar ze begrijpen Jezus en Zijn boodschap keer op keer verkeerd. Hoewel Andreas de grote wondertekenen heeft gezien die Jezus verricht, heeft hij er geen vertrouwen in dat vijf broden en twee vissen voor Hem genoeg zijn om een menigte te voeden [Joh 6,8-9]. Jakobus en Johannes die ook vandaag geroepen worden en meteen meegaan, proberen achter de rug van de andere apostelen om een hogere positie te krijgen [Mk 10,35-41]. Om over Petrus nog maar te zwijgen, die spreekt wanneer hij moet luisteren [Mk 9,5-7] en z’n mond houdt als hij moet spreken [Mk 14,66-72] en protesteert als Hij hoort waar volgens Gods bedoeling Jezus’ weg op zal uitlopen [Mk 8,31-34].

In feite zijn wij in een gunstige positie om te leren te geloven en Jezus te verstaan. Feitelijk verkeren wij in gunstiger omstandigheden dan de profeten en de apostelen om te groeien in geloof en Jezus na te volgen. Weliswaar hebben wij Hem niet meer lijfelijk bij ons - tenzij in de sacramenten - maar wij hebben er 20 eeuwen over kunnen doen om Zijn woorden en tekenen te wikken en te wegen en de betekenis ervan voor ons eigen leven te ontdekken. Terugkijkend kunnen we leren van de fouten die de christenen vóór ons gemaakt hebben. Wij weten wie Hij is en dat we Hem op z’n woord kunnen geloven.

In die zin ligt er een parallel met zo iemand als president Obama: de meesten zijn hoopvol, de verwachtingen zijn hoog gespannen. Hij wordt zelfs afgeschilderd als de zwarte Messias. Maar pas achteraf zal blijken wat zijn woorden waard zijn geweest.

Wij stemmen ons leven niet af op de president van Amerika en - hopelijk - ook niet op andere mensen, groten of kleinen [Ps 146,3]. Richting voor ons leven vinden we bij Degene Die wij op Z’n woord kunnen geloven. Zijn woorden, Zijn boodschap zijn millennia proof. Zijn Geest en heel Zijn manier van leven zijn inderdaad eternity proof. Als dat zo is, komen die woorden “Komt, volgt Mij” wel binnen. Want, als dat voor ons de weg is voor tijd (nu) en eeuwigheid (hierna), kunnen wij die weg dan ook werkelijk bewandelen? Beantwoorden wij Jezus’ oproep “Komt, volgt mij” met “Yes, we can”?

Misschien moeten wij er nog drie woorden aan toevoegen: “Yes we can” + “met Gods hulp” d.w.z. met hulp, met de inspiratie en de kracht van de Heilige Geest. We moeten niet denken dat we alles zelf, alleen kunnen; daar worden we maar hoogmoedig en egocentrisch van. Laten we eveneens niet denken dat we alles zelf, alleen moeten doen; dat leidt maar tot eenzaamheid en frustratie. Het is niet voor niets dat Jezus in het meervoud spreekt: Komt, volgt Mij; we hebben elkaar nodig bij dat volgen van Jezus. Elkaar concreet een helpende hand toereiken, aandacht en een luisterend oor, tijd maken en ook elkaar bekritiseren als het nodig is. Dat je erkent dat je het niet alleen kunt is geen teken van zwakheid, maar een teken van wijsheid en van geloof. Bovendien zet dit inzicht je aan om voor een ander zelf zo goed als God te zijn.

Jezus Zelf komt ons tegemoet: in de Eucharistie en in de mens die naast ons is. Laten wij Hem volgen (komt, volgt Mij) bij alles wat we doen en laten, omdat we het kunnen (yes we can), omdat Hij ons helpt (met Gods hulp) - omwille van ons welzijn en ons heil. Amen.

Zoeken in Preken Online