Broeders en zusters in Christus,
In 1973 overleed de Franse filosoof Gabriel Marcel. Hij heeft eens gezegd:" mijn toekomst is de ander". Op het eerste gezicht lijkt die uitspraak haaks te staan op het leven van alledag. Als kind begint het al op school. Je moet je best doen, goede cijfers halen voor je toekomst. Ook kinderen moeten al heel vroeg presteren. Gedrag van concurrentie en rivaliteit wordt vaak nog aangemoedigd. Na school en opleiding begint het zoeken en als het mee zit, het vinden van een baan en het maken van carrière. Ik heb mijn eigen toekomst in handen. Vaak is er voor de ander geen plaats. Die moet op weg naar de top gepasseerd worden. Het gaat immers om het hebben van de topfunctie.
Gabriel Marcel spreekt over de dimensie van het “hebben”.
“Ik heb” en “ik bezit”. Ik wil de dingen om mij heen kennen en begrijpen.
“Begrijpen” ook in de meest letterlijke betekenis van de dingen grijpen, vastpakken, in de greep krijgen en bezitten. De mens wil de dingen en processen in de wereld begrijpen en beheersbaar maken in wetenschap en techniek. Dat kan een zegen zijn. Maar wetenschap en techniek worden tot vloek als ze gebruikt worden voor het uitoefenen van macht. Dat gebeurt als de mens denkt dat alles te kennen en te beheersen is en hij met de medemens omgaat alsof het een ding, een nummer is.
Gabriel Marcel werkt in de Eerste Wereldoorlog bij het Rode Kruis voor de opsporing van vermisten. Hij beseft dat bij de kaartsystemen met nummers en gegevens, het steeds om mensen gaat, om meer dan gegevens van de burgerlijke stand. Om mensen, geliefden, naar wie een familielid met de laatste hoop navraag komt doen.
Dan komen we in een wereld terecht waar niet alles draait om het eigen ik, om het hebben en macht.
Sommige mensen worden heel abrupt door een sterfgeval, ziekte of een verbroken relatie geconfronteerd met de vraag naar de zin van hun bestaan: waar ben ik in mijn leven mee bezig? Zijn de dingen die ik zo belangrijk vind, nu werkelijk de grootste waarden in het leven. Of wil ik op zoek gaan naar een diepere dimensie in mijn bestaan, zoeken naar zin, tot bezinning komen. Pas op de plaats maken en inkeren in mijzelf. Wat is er voor nodig opdat ik mij kan ontplooien tot een mens in de diepste betekenis. Dat vraagt om een openheid die niet gevonden kan worden in de dimensie van hebben en bezit.
Daarom stelt Marcel tegenover de dimensie van het “hebben” het “zijn”. De vraag naar het zijn, naar het wezenlijke. Wie ben ik ten diepste? Om mijzelf te kennen en mij te kunnen ontplooien als mens in de diepste betekenis, heb ik de ander nodig.
Ik kan mij alleen zinvol verwerkelijken als ik begaan met de ander, met hem of haar meevoel. Niet op een oppervlakkige wijze, van buitenaf, maar door me in de ander te verplaatsen, me in te leven in de ander. Als ik beschikbaar ben voor de ander en de ander altijd op mij kan rekenen zoals in een relatie of vriendschap. Ik ben er, ik wil er zijn voor jou. In het verlengde hiervan mogen we denken aan de onvoorwaardelijke beschikbaarheid van God en zijn Naam: ik zal er zijn.
De samenwerking met de ander mag natuurlijk nooit ten koste gaan van de ander.
Ik mag de ander niet tot een stuk van mijzelf maken. Ook al heb ik met iemand heel lang en heel intens een relatie, ik zal de ander nooit ten volle kennen. Dat kan niet en dat hoeft ook niet. Zoals ik voor mijzelf tenslotte een geheim ben, zo is de ander dat zeker voor mij.
Het is nu juist liefde dat ik de ander respectvol aanvaard in zijn fundamentele anderszijn, in zijn geheim dat hij voor mij is. In samenwerking met de ander zijn wij op weg om werkelijk mens te worden. Mijn toekomst is de ander.
U begrijpt dat dit denken van hebben en zijn alles te maken heeft met de bijbelse boodschap. Enkele weken geleden hoorden we in het evangelie Jezus spreken over zijn lijden, dood en verrijzenis. Zijn discipelen begrijpen het niet, want die zijn met hun hoofd bij heel andere dingen, namelijk de vraag wie de meeste van hen is.
Het is de vraag die ons mensen niet vreemd is: wie is de grootste, de belangrijkste de sterktste. De vraag naar bezit en macht.
Ook vandaag horen we dat Jezus over zijn lijden spreekt.
En nu vragen de twee discipelen, Jacobus en Johannes of zij aan de rechter- en linkerhand van Jezus mogen zitten in zijn heerlijkheid. Met andere woorden:
mogen wij op de belangrijkste plaatsen zitten. Dat is een vraag, gedacht vanuit een wereld van macht en aanzien.
In het rijk van gerechtigheid gelden andere waarden. Wie daar groot wil zijn, zal hier dienaar moeten zijn. Hij zal niet de weg mogen gaan van macht en aanzien, maar die van er zijn, beschikbaar zijn voor de ander, in bezorgdheid en liefde.
Over de vraag van Jacobus en Johannes kan Jezus niet beslissen. De heerlijkheid van Jezus is direct afhankelijk van God. Jezus kan geen beslissingen nemen over zaken waarover God alleen zeggenschap heeft. Maar Jezus wijst ons wel de weg die we moeten gaan om deel te krijgen aan het rijk van gerechtigheid. Niet de weg van hebben en macht, maar van gave, opoffering, loslaten.
Jesaja spreekt over een lijdende knecht van God, die zich opoffert en plaatsvervangend lijdt. Dit beeld van de lijdende dienstknecht hebben de evangelisten toegepast op Jezus.
Het is vandaag wereldmissiedag. We spreken tegenwoordig terecht van missie- en ontwikkelingswerk. Want het oude idee van missie als alleen maar heidenen bekeren, is gelukkig voorbij. Als we eerlijk zijn, moeten we toegeven dat er vroeger vaak missie bedreven is vanuit een superioriteitsgevoel. De in onze ogen ongecultiveerde volken, moesten het christendom aannemen en werd de Westerse cultuur opgedrongen. Ik moet de ander respecteren en aanvaarden in zijn eigenheid, zijn anderszijn. Zo moet het ook wereldwijd zijn met volken en culturen. De Westerse wereld gaat langzamerhand beseffen dat de landen in de derde wereld recht hebben op hun eigen cultuur en op hun anderszijn.
Vandaag zal in de hele wereld een collecte gehouden worden voor de 1100 armste parochies in de wereld. Ben Lex, de directeur van Missio, de pauselijke missiewerken, geeft een voorbeeld van projecten die gesteund worden.
Zoals geloofsgemeenschappen in Noord- Oost Brazilië. Er heerst droogte. De mensen zijn arm, maar het is indrukwekkend hoe ze elkaar vasthouden en toch hoopvol de toekomst tegemoet gaan. Omdat er ook daar een tekort aan priesters is, ondersteunt Missio de toerusting van vele vrijwilligers die er met veel inzet voor zorgen dat mensen samen blijven komen om te vieren, katechese te krijgen en elkaar te bemoedigen. De prioriteit ligt heel praktisch bij de opvang van straatkinderen.
Hier zien we dat mensen, omdat ze met elkaar en op elkaar hopen, een toekomst hebben. Laten we deze mensen bemoedigen en ondersteunen in hun solidariteit, waar wij zoveel van kunnen leren. Maar we moeten ook beseffen dat we alleen met hen solidair kunnen zijn als wij in onze maatschappij van welvaart, de juiste keuzes maken voor een rechtvaardige verdeling. Als we minder willen kijken naar onze idolen van macht en meer in liefde en overgave naar de minste, de mens zonder aanzien, de behoeftige. Alleen dan kunnen wij aan een wereld bouwen waarin iedereen een toekomst heeft.
Mijn toekomst is de ander (2006)
B-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen