29e zondag door het jaar (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 29e zondag · groen

Beste dorpsgenoten,

Gisteren luisterde ik naar een Engels liedje: Unquiet thoughts, onrustige gedachten.

Dat is een goede beschrijving van wat er bij mij omging toen ik de lezingen doornam die u zo juist gehoord heeft.

In de eerste lezing: “De Heer heeft besloten zijn dienaar te vernederen en hem te doen lijden.”

En in het Evangelie: " Geef dat in uw glorie een van ons aan uw rechter- en de ander aan uw linkerhand moge zitten."

Ik wist niet wat er mee te doen of wat er over te zeggen. Toen kwamen er onverwacht een paar ervaringen uit de afgelopen week naar boven die mijn geest een heel andere richting gaven.

Die zal ik met u delen.

Dinsdagavond luisterde ik naar een lezing. Een jonge vrouw uit een stad in de buurt sprak over haar werk met moeilijk opvoedbare jeugd: de kansen, de mislukkingen, de volharding. Ze sprak niet over God of godsdienst wel gebruikte ze heel vaak het woord trouw. Trouw is een woord dat in de bijbel ontelbare keren voorkomt, bijna even vaak als het woord God. Trouw staat voor God, mag je zeggen. Dat is wat anders dan " De Heer heeft besloten zijn dienaar te vernederen en hem te doen lijden", woorden uit de eerste lezing. Zij vertelde hoe dank zij haar trouw, soms pas op de lange duur, na heel veel geduld, hopen en wanhopen, uiteindelijk iemand vaste grond onder voeten kreeg. God resoneerde mee in haar verhaal. In de rondvraag werden vooral verwijten gemaakt: over ouders die niet deugen, over het slechte onderwijs, over gebrek aan inspanning van de kant van de kerken, over de kwalijke invloed van de media. Niemand had God horen meeklinken.

Een jonge ondernemer die onder medische controle staat, vertelde me dat de dokters wel iets nieuws ontdekken waar mogelijk iets hapert. Hij haalde zeker niet zijn schouders op voor wat hij weer gehoord had in het ziekenhuis. Daar liet hij het niet bij. Hij vertelde ook hoe het ging met vrouw en kinderen en ook al zei hij het niet, ik kon horen dat zijn gezin hem droeg en hem vertrouwen gaf. Ook zijn woorden klonken in de verre verste niet religieus en toch luisterde ik naar iemand die op vaste grond stond.

Wie is de God die besluit zijn dienaar te vernederen en hem te laten lijden? Waar is de God aan wiens rechter- of linkerhand je wilt zitten? Dat is een God over wie al veel en lang gepraat is, wiens burgerlijke stand je kent, een God op een troon en wat zou het zijn om naast hem te zitten. Zo’n God hoort inderdaad in de hemel thuis, ver van ons af.

Is er dan een ander soort God, wiens naam niet valt, die niet te vangen is in grote woorden, maar die wel harmonieus meeklinkt in wat wij doen en zeggen, die is als gist in het deeg, zout in de pap, die je proeft als iets lekker smaakt. Voor zo’n God hoef je niet naar de kerk te gaan, meestal vind je hem daar niet eens.

Jezus, een mens als wij, was in staat die andere God op te pikken in het dagelijkse leven, zoals Jezus leefde voel je dat iemand met hem meeleefde, als hij zong hoorde je een stem meeklinken, als hij je aanraakte, voelde je hoe zacht die handen waren.

Dat is de God die ook ons nabij wil zijn, niet met grote letters, grote woorden, strenge geboden. Hij is overgelukkig als wij blij zijn, als wij ons veilig voelen, als we te eten hebben, als iemand van ons houdt. Dan is hij nabij. Dan heeft hij zijn hemel gevonden. God als een lieve, bescheiden gast, die niet opvallend links of rechts naast ons hoeft te zitten.

Als we ergens om willen bidden laat het dan zijn om aandacht, genade dat we goed luisteren en kijken en ons laten aanraken.

Dan verstaan we waarom we na 2000 jaar nog praten over Jezus.

Dat het zo moge worden.

Zoeken in Preken Online