Het is niet goed dat de mens alleen blijft, ik ga een hulp voor hem maken, hoorden we zojuist in de eerste lezing. En God schiep de vrouw als hulp voor de man, om zijn eten te koken, zijn kleren te wassen, zijn sokken te stoppen en om te zorgen voor zijn kinderen. Als ik dit zo zeg, dan krijg ik het denk ik wel aan de stok met de meeste vrouwen van vandaag, zeker met degenen die zich bezig houden met de emancipatie van de vrouw.
In de tijd dat het boek Genesis geschreven werd, was de joodse samenleving een echte mannenmaatschappij, waarin de vrouw echt op de tweede plaats kwam, zij was letterlijk het bezit van de man. In een groot deel van de Arabische wereld vindt je nog steeds een soortgelijke situatie.
In de joodse samenleving mocht een man wel zijn vrouw wegsturen, scheiden dus, met een scheidingsbrief, zoals we in het evangelie hoorden, maar andersom was ondenkbaar. Maar Jezus maakt duidelijk dat in Gods bedoelingen man en vrouw gelijk zijn, met gelijke rechten en gelijke plichten, Een verbond in liefde heeft van zichzelf iets blijvends.
Het is niet goed dat de mens alleen blijft, dat gaat veel verder dan het huwelijk: de ene mens heeft de andere nodig, zijn hulp, zijn diensten, om wat hij voor je doen kan.
Zeker in onze ingewikkelde maatschappij kunnen we niet zonder de diensten van anderen, de bakker, de slager, de buschauffeur, de boekhouder, en noem maar op. En zeker als je gebrekkig bent geworden, gehandicapt, oud, versleten, aan kun je niet zonder de diensten van anderen.
Een mens alleen kan het niet bolwerken in onze wereld. De ene mens heeft de ander nodig, maar niet alleen om zijn diensten, niet alleen om wat hij voor je doen kan, maar ook als partner, als vriend, als geliefde in de volle zin van het woord, en dat niet alleen in het huwelijk maar in heel de gemeenschap. De ene mens heeft de ander nodig om zijn genegenheid, zijn goedheid, zijn liefde aan te geven. En daarbij gaat het niet om de vraag: wat kan die ander voor mij doen, maar veel meer: wat kan ik voor die ander doen, voor die ander betekenen.
De ene mens heeft de ander nodig: vroeger hadden de plantagehouders slaven nodig, de fabrikanten arbeiders, de mevrouwen hun dienst-meisjes etc. Dat was gebruik maken van de ander, van de diensten van de ander, en heel vaak was het misbruik maken van de ander. Die mistoestanden van vroeger zijn dan wel verleden tijd, de mentaliteit is nog lang niet helemaal veranderd: het draait nog steeds veel te veel om de vraag: wat kan die ander voor mij doen, welke diensten kan hij mij leveren, wat kan ik aan hem verdienen. Maar de houding waartoe Jezus ons steeds weer oproept, nI. zorg en aandacht voor de ander, niet uit zelfzucht en egoïsme maar uit eerlijk meeleven en liefde, die komt er in onze zakelijke samenleving vaak bekaaid van af.
Een huwelijk loopt stuk als een van de partners alleen maar aan zijn eigen denkt, zijn belangen, zijn voordelen, zijn gemak, en dat ten koste van de ander. Dat zelfde geldt voor heel de samenleving.
Zevenentwintigste zondag door het jaar (1997)
B-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen