In den beginne... (2003)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen

Mama, waar was ik toen ik nog niet in jouw buik zat?" “Wat gebeurt er, pap, als ik er niet meer ben?” en “Wat was er, opa, voor er mensen waren?” Moeilijke vragen. Je moet flink gestudeerd hebben, wil je er een wetenschappelijk doordacht antwoord op kunnen geven. Bijvoorbeeld over de oernevel van La Place of over de oerknal, waardoor alles begon of over de theorieën van Darwin over de evolutie, over de oersoep, waaruit de wereld ontstaan is en over nog veel meer….

Maar ja, je kunt nog zo geleerd zijn, maar een kind vraagt door en verder en misschien grote mensen ook wel: “Ja maar wie heeft dat dan in gang gezet?” En daarvoor dan…? En daarvoor dan?

Als kinderen zo’n vraag stellen, vragen ze niet om een wetenschappelijke these als antwoord. Ik denk, dat ze veel meer vragen naar de bevestiging van een gevoel, dat ze in zich hebben: het gevoel namelijk dat het leven een geheim in zich draagt, een mysterie is, waarop je niet zomaar een wetenschappelijk antwoord op kunt geven. Natuurlijk kan de wetenschap enorm veel en dagelijks wordt er weer veel bij bedacht en uitgevonden en sommige gelovige mensen zijn daar bang van en raken aan het twijfelen over hun geloof, want hoe meer de wetenschap weet hoe minder er plaats is voor God toch…? Een mooi voorbeeld daarvan is dat nog niet zo lang geleden de boeren baden om een goede oogst. Nu hoeft dat niet meer, want sinds de uitvinding van de kunstmest en van beregeningsinstallaties is de noodzaak daarvoor weggevallen. Kunstmest werkt immers gegarandeerd en dat bidden, dat moest je toch elke keer maar weer afwachten.

Hoe meer wetenschap hoe minder God hoe minder geloof…of is het toch anders?

Heeft geloven misschien helmaal niets met wetenschap te maken, want op de vraag waar de kindertjes vandaan komen kunnen we wetenschappelijk praten over zaadjes en eitjes, over embryo’s en wat al niet meer, maar je kunt ook spreken over kinderen die geboren worden uit liefde. Kijk en dan zit je op een heel ander vlak. Niet de taal van de wetenschap, maar de taal van de beleving, de ervaring, de taal van het gevoel en het geloof, waar woorden als hoop en vertrouwen, verlangen en geloof een grote rol spelen. Een taal die geen antwoord wil geven op een wetenschappelijke vraag, maar op vragen naar de zin en de betekenis van het leven.

Ook de eerste lezing, vandaag weer, is geen wetenschappelijk antwoord op de vraag waar de mensen vandaan komen, maar is een geloofswoord, waarin een gelovig en geïnspireerd mens beschreef hoe hij voelde dat God een rol speelde in zijn leven, zoals sommigen van ons, dat ook soms voelen, dat er meer is, dat God ons draagt, dat Jezus op een bijzondere manier God laat zien en ons nabij komt in brood en in wijn. Dat is geen wetenschap. Dat is gevoel en geloof en dat is niet iets tweederangs. Dat is misschien wel de kern van ons bestaan. De wetenschap weet veel op een bepaald gebied, maar de wetenschap is ook heel beperkt. Waar vertrouwen, geloof. Hoop en verlangen spreken moet de wetenschap heel even zwijgen en misschien wij ook wel uit eerbied en respect voor het geheim van het leven zo mooi dat het een geschenk zou kunnen zijn door God gegeven. Amen

Zoeken in Preken Online