Zesentwintigste zondag door het jaar (2003)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

Wij zijn allemaal wel een beetje hekkensluiters, bewust of onbewust. Hekkensluiters niet in de zin dat we altijd achteraan lopen, de laatsten zijn om het hek te sluiten, dat is de letterlijke betekenis. Maar in de zin dat we alles graag met hekken afsluiten, dat we terreinen afbakenen met de boodschap: dit is voor jou verboden toegang, hier mag jij niet komen. Of andersom: we bakenen terreinen af om te zeggen: dit is jouw gebied, daar mag jij niet buiten komen. Jij moet in jouw hokje blijven.
Als er een nieuw huis gebouwd gaat worden, dan is de eerste handeling dat er een groot hekwerk rond de bouwplaats wordt opgetrokken. Dat heeft een tweeledig doel: enerzijds ter bescherming van alle spullen die er opgeslagen liggen, om ongewenste gasten met lange vingers te weren van de bouwplaats, anderzijds ter bescherming van voorbijgangers of nieuwsgierigen die zich zouden kunnen bezeren op de meestal wat rommelige bouwplaats.
Als het huis klaar is, wordt er een muur omheen gebouwd, of een hek of een stevige heg van coniferen of andere struiken. En de boodschap is ook overduidelijk: dit is ons terrein , wie hier niets te zoeken heeft, moet wegblijven. Als een kind geboren is, doen wij eigenlijk iets soortgelijks. Er wordt er ook al gauw een hekje omheen gezet, ik bedoel de box waarin de meeste kinderen heel wat uurtjes in doorbrengen in hun eerste levensjaar. Ook dat is ter bescherming van het kind. Zo gauw het ook maar een beetje kan kruipen, wil het ook overal naartoe en overal aanzitten en dan zou het zich lelijk kunnen bezeren. En als het kind heeft leren lopen en buiten mag spelen, dan komt er een groot hek rond het huis om te voorkomen dat het de straat op gaat. Ook ter bescherming van het kind.
We zijn hekkensluiters, we sluiten alles af met hekwerken vaak in letterlijke zin, maar ook in figuurlijke zin En zolang we dat doen ter bescherming van mensen, kan dat heel goed zijn, soms echt noodzakelijk, zeker als het gaat om zwakke mensen of kleine kinderen, maar het kan ook heel benauwend en frustrerend werken. Het kan zelfs in bepaalde omstandigheden heel onrechtvaardig zijn.
In het evangelie hoorden we hoe Jezus’ leerlingen een beetje verontwaardigd reageren als buitenstaanders in Jezus’ naam mensen beter gemaakt hebben. In hun ogen gingen die buiten hun boekje: dat was hun terrein, daar hadden die anderen niets te zoeken. Maar Jezus zegt eigenlijk: doe niet zo bekrompen, geef ze toch wat ruimte. Zolang ze iets goeds doen, is het toch altijd de moeite waard.
Eigenlijk zegt hij tegen ons: wees toch een beetje ruimdenkend, claim niet te vlug dat iets jouw terrein is, zeker niet als het gaat om goed zijn en goed doen aan anderen, geef niet toe aan een soort hokjesgeest waarin ieder op zijn eigen plek moet blijven, dat kan voor het geheel heel schadelijk zijn.
Als kinderen klein zijn, en dus heel kwetsbaar, moet je ze beschermen tegen gevaren van die grote buitenwereld. Maar de kunst van opvoeden is ook ze de ruimte te geven om die grote wereld met al haar mogelijkheden en onmogelijkheden te verkennen om te leren hoe er mee om te gaan. Ouders die te beschermend zijn voor hun kinderen maken het hun veel en veel moeilijker om echt volwassen te worden.
Te vaak worden er in de samenleving hekken en hekwerken opgetrokken alleen om eigen belangen, eigen voordelen, eigen welvaart te beschermen. Willen we onze samenleving echt leefbaar maken voor iedereen, dan moeten we geen hekkensluiters zijn maar juist mensen zijn die hekken open zetten, dan moeten we open staan voor elkaar, elkaar ruimte geven. En anderen ruimte geven, betekent heel vaak: zelf tevreden zijn met wat minder ruimte. Daar ligt de kunst van leven en samen leven, de kunst om steeds het goede te willen voor iedereen.

Zoeken in Preken Online