DE KLADBLAADJES VAN DE SINT
Soms kan iemand voor wie je grote bewondering voelt, je danig teleurstellen. Zo is mij vroeger ooit Sinterklaas heel erg tegengevallen. Ik zag dat hij in zijn grote boek losse kladblaadjes had liggen, en ik hoorde dat hij de namen van kinderen van wie hij zelfs bedgeheimen als duimzuigen kende, toch verkeerd uitsprak. Dat was een tegenvaller. Als het om Sinterklaas gaat of een andere bevriende persoonlijkheid dan zul je lang proberen om het gehoorde te vergoelijken. Ik vraag mij af wat u gedacht hebt bij het horen van het evangelie zojuist. Het begon zo leuk. Jezus toonde zich van zijn beste kant. Zachtmoedig en tolerant tempert hij de kwaadheid van de leerlingen. Maar enkele zinnen verder roept hij boosaardige beelden op; zelfverminking en de hel komen ter sprake. Als je oog je ergert, ruk het uit, want het is beter met één oog in de hemel rond te kijken dan met beide ogen de verschrikkingen van de hel te aanschouwen.\
DE JALOERSE TWAALF
Het was allemaal zo mooi begonnen. Johannes wil iets vertellen. De leerlingen waren voor het eerst zonder Jezus op stap geweest. Jezus had gezegd: “Nu probeer zelf maar eens om God te verkondigen en demonen te bezweren.” Nou dat was dus helemaal misgegaan. Er ontstond een opstootje en Jezus had tussenbeide moeten komen. Een vader had zich erover beklaagd dat de leerlingen zijn bezeten zoon niet hadden kunnen helpen. Dus een beetje foeterend knapte Jezus het zelf maar op. Het kalmeren van bezetenen was een immense krachtproef tussen de gestoordheid van de patiënt en het gezag van de genezer. Eigenlijk is dat vandaag de dag nog steeds zo. Maar Johannes wilde over deze solo-toer van de leerlingen nog iets anders vertellen. Ze hadden namelijk anderen aan de gang gezien met Jezus’ naam en met kwade geesten… en die hadden wel succes gehad! Dat steekt! Zij waren ervoor gewijd, zij waren door Jezus persoonlijk uitgezonden, en deze onbekenden stelen de show. Het wordt steeds duidelijker waarom de leerlingen tenslotte gefrustreerd en boos thuiskwamen!\
IN GODSNAAM
Jezus zegt iets dat Marcus heel belangrijk heeft gevonden voor zijn lezers. Niet alleen degenen die door Jezus zijn uitgezonden kunnen in zijn naam het kwaad bestrijden, maar ook degenen die zich op Jezus beroepen. De macht krijg je niet alleen als Jezus die geeft, maar ook als jij die in zijn naam neemt. Dat is inderdaad interessant voor de eerste generatie christenen, want het betekent dat ook zij nog in Jezus’ naam de satan kunnen weerstaan. Het geeft toekomst aan Jezus’ kracht. Inderdaad, Marcus moet aan zijn eigen lezers hebben gedacht. En dat maakt de brute taal die nu volgt begrijpelijker. Jezus roept beelden op van marteling en verminking. Met een molensteen als een reusachtige kraag in zee geworpen worden, een amputatie van hand, voet en oog… ze herinneren aan verhalen uit het joodse verleden.\
VERVOLGINGEN
Enkele eeuwen voor Christus organiseerde een verzetsgroep, de Makkabeeën, een opstand tegen de overheersers die de tempel hadden ontheiligd. Het kwam voor dat joden gedwongen werden om op het feest van Dyonisius met een krans van groen op het hoofd rond te lopen, en wat erger was, om varkensvlees te eten. Wie niet gehoorzaamden werden gemarteld; hun ledematen werden afgehakt. De eerste christenen - kleine mensen worden ze teder genoemd - kenden de dreiging van rechtbanken en beschuldigingen, van mensen die je probeerden van het geloof af te brengen en dreigen met foltering. Wees dan sterk en trouw. Dat wil Marcus zeggen. Want als God spreekt aan het einde der tijden, als de sterren in een vuurregen neerdalen, dan zal God je louteren met zout. Zout is een kostbaar en belangrijk element. Het werd gebruikt bij het sluiten van verdragen, bij het scheppen van vrede. En vrede zal tenslotte Gods laatste woord zijn voor zijn kleine en geplaagde mensen. Jezus’ toespraak ging over soorten van tegenstanders. Er zijn er die je gerust als medestrijders mag beschouwen, maar er zijn er ook die het op je idealen en je geloof hebben gemunt. Hen dreigt Jezus zelfs met de hel. De hel is een metafoor voor god-verlatenheid.\
HEL
De hel is het westelijke dal van Jeruzalem, het dal van Hinnom, het Gehenna, waar de smeulende vuilnisbelten herinnerden aan de barre dagen dat er aan afgoden kinderen werden geofferd; Hinnom is Gods afwezigheid. Op een of andere gruwelijke wijze bestaan kinderoffers nog steeds. Huiveringwekkend actueel is het beeld van kinderen die beroofd zijn van hun geloof in een goede God, in de zin van dit leven en het wonder van de liefde. Het zijn de tienduizenden kinderen op aarde van wie een voet is afgerukt of een hand; kinderen die blind geworden zijn omdat zij in aanraking kwamen met bommen. Miljoenen landmijnen zijn kwistig neergelegd, maar niet of matig opgeruimd. In de vredesweek hebben we aandacht aan hen besteed. Helaas is het nog niet gelukt om een wereldwijd verbod op landmijnen tot stand te brengen, maar gelukkig ligt dat niet aan onze regering. In de dagen van Jezus zelf waren er nog geen vervolgingen.\
NIEMAND HET GELOOF AFNEMEN!
De woorden die Marcus citeert zijn door Jezus in een andere context gebruikt. Ik vermoed dat het bepaalde Farizeeën waren die door hun wetten en hun houding anderen eerder het geloof afnamen dan versterkten. Dat maakte hem zo boos. Als mensen beroofd werden van hun geloof in een goede God, in de zin van bestaan.\
DE KUSJES VAN WILLEMIJN
Lieve kinderen. Zou God wel eens boos zijn? Ik geloof niet dat God zo driftig kan worden als wij. Maar soms denk ik: daarover zal God vast boos worden, als dieren worden mishandeld bijvoorbeeld of uitsterven. Jezus vertelde er een verhaaltje over. “Ja”, zegt ie, “God kan boos worden. Dan regent het vuur uit de hemel!” De mensen huiverden een beetje want voor onweer en bliksem waren ze allemaal wel een beetje bang. En weet je wáár God zo boos over kan zijn…? Als je andere kinderen hun geloof afneemt. Willemijn was driejjaar. Als zij met moeder in een winkel kwam, bij de slager bijvoorbeeld, dan wilde Willemijn alle kinderen die ze zag een kusje geven. Willemijn zat vol liefde. Maar ineens durfde ze niet meer want een moeder was heel boos geworden en had gezegd: “Jakkes wat vies, weg van mijn baby!” God is boos als je kinderen hun geloof afneemt Als je alleen maar films laat zien van mensen die vechten en pijn doen. Als je hun verwondering en knuffeldieren afneemt. Als ze geen hoop meer hebben, dan is God boos.