Onze opdracht is de laatste zijn

B-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

‘Als iemand de eerste wil zijn, dan moet hij de laatste zijn en de dienaar van allen.’ Die uitspraak van Jezus is een zware opgave. Zij gaat immers helemaal in tegen ons gevoel en onze ervaring. Wil niet elke mens, van nature uit, de eerste en de grootste zijn? Zelfs de kleine kinderen hebben die neiging. Zij gaan tegen de muur staan, rekken hun tenen en roepen: ik ben de grootste! In de wereld van de groten is dat hetzelfde. Julius Caesar zei reeds dat hij liever de eerste was in een dorp dan de tweede in Rome. Iedereen van ons herinnert zich de groteske uitroep van Mohammed Ben Ali: ‘I am the greatest!’ En, laten we maar heel eerlijk zijn: wie van ons wil niet bovenaan staan? Jezus ontkent die drang niet, maar Hij leidt hem in een andere richting. Daarom zegt Hij aan de apostelen: Als je in Gods ogen de grootste wilt zijn, dan moet je de dienaar worden van allen. Dat is alleen mogelijk als we de Heer Jezus liefhebben. Wij weten dat Jezus de dienaar van allen geworden is en dat Hij niet gekomen is om gediend te worden. Eigenlijk komt het er in de navolging van Christus op aan, jezelf op de tweede plaats te stellen en de andere te laten voorgaan. De laatste plaats innemen is dan zelfs geen falen of niet aankunnen. Er is, integendeel, veel geloof en liefde voor nodig. Mensen die dat aandurven zijn zeker liefdevolle mensen en in de ogen van Jezus zijn ze werkelijk groot. Voor zulke mensen wordt elke rangorde bijkomstig. Voorrechten, privileges en ereplaatsen zijn niet meer belangrijk. Belangrijk is: te mogen leven uit de gezindheid van de Heer.

Hoe concreet en levensnabij deze dienstbaarheid is, maakt Jezus aanschouwelijk door een hulpbehoevend kind in het midden te plaatsen. Hij identificeert zichzelf met dat kind: ‘Wie zulk een kind opneemt, neemt Mij op.’ Het zwakke en het kleine opnemen is opkomen voor de mens die zichzelf geen recht kan verschaffen. Om het meest zwakke te beschermen is moedige inzet nodig. Het vraagt zelfverloochening om op de achtergrond te blijven en de kleine mens op de voorgrond te schuiven.

Het is opvallend dat Jezus hier één kind neemt, terwijl kinderen meestal in groep samen zijn. Toch is het niet helemaal vreemd, want elk kind telt mee. In het christendom is elke mens de moeite waard. God staat achter elke man, achter elke vrouw en achter elk kind. Als we zo het leven van Jezus doordenken, wordt het duidelijk dat Hij heel weinig met aparte mensen bezig was. Hij geeft wel eens zijn middagrust prijs voor een vrouw uit Samaria, Hij offert zijn nachtrust eens op voor Nikodemus, de rechtsgeleerde. Hij gaf zijn vriendschap aan twee vrouwen: Maria en Marta. Hij nam de blinde alleen ter zijde. Voor Jezus heeft iedere mens, wie hij ook is, een onvervangbare waarde. Voor velen ‘er zijn’ betekent voor Jezus zich aan ieder heel persoonlijk wijden.

Daarin bestaat ook de navolging van Christus. Wij trachten onze zorg te besteden aan elk kind, aan elke zieke en aan iedere bejaarde. Elk van hen komt op de eerste plaats, terwijl wij zelf in dienende liefde achter hen verdwijnen.

Nu begrijpen we ook waarom Marcus deze Jezus-woorden in verband bracht met het lijdensverhaal. Misschien wordt het ook duidelijk waarom deze leerlingen, die uit waren op prestige en eer, deze woorden nog niet konden begrijpen. Afstand doen van erkenning en lof om anderen te doen gelden betekent een heel stuk sterven aan de diepste kern van ons wezen. Maar wie dat probeert, zal ervaren dat er dan nieuw leven ontluikt, dat nu reeds vrede, vreugde en zekerheid voortbrengt, als voorsmaak van eeuwig leven. Wie zo leeft, deelt onvermijdelijk in de verrijzeniskracht van de Heer zelf.

Zoeken in Preken Online