Respect en dienstbaarheid als weg naar vrede (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

Vandaag eindigt de Vredesweek. Het thema van dit jaar luidt: ‘De ander, dat ben jíj’.
Allereerst klinkt hierin de persoonlijke oproep aan ieder van ons om ons steentje bij te dragen aan vrede, en niet te denken dat wij daarin toch niets te betekenen hebben. Ons gebed, onze vriendschap en oprechte interesse in de ander zijn de beste instrumenten tot vrede. Bij een andere gelegenheid wil ik dit graag met concrete voorbeelden toelichten.

Daarnaast wijst het thema ‘De ander, dat ben jíj’ ons er op dat wij heel vaak over een ‘ander’ spreken zonder een relatie met die ander aan te gaan. De ander is dan niet meer dan een abstracte aanduiding voor een vreemde, terwijl alleen sprake is van het woord ‘jij’ als we iemand rechtstreeks aankijken en aanspreken. Om maar een voorbeeld te noemen: het is heel gemakkelijk om slechte dingen over Marokkanen te zeggen, en die kunnen nog waar zijn ook. Tegelijkertijd weet iedereen die de moeite heeft genomen om met een paar Marokkaanse mensen of zelfs maar met één een vriendschapsband aan te gaan, al was het maar als hartelijke en oprecht geïnteresseerde buren, dat dit een wereld van verschil maakt. Dan gebeurt er iets, dat de relatie met die ene mens ver overstijgt. Voortaan denken we dan nooit meer over ‘de Marokkanen’ zonder ook aan deze concrete mens te denken en vanuit zijn of haar perspectief en leefwereld.

In onze Nederlandse samenleving wordt heel veel gesproken over integratie, volgens velen te veel. Bisschop van Luijn van Rotterdam schrijft hierover in het kader van de Vredesweek dat integratie alleen maar kan als je de ander als mens serieus neemt en niet alleen eisen stelt als: Jij moet je aanpassen, maar de ander ook als mens in staat stelt om volledig deel te nemen in onze samenleving, de ander ook voor vol aanziet.

In heel dit onderwerp ligt een oerbijbelse notie opgesloten, namelijk dat we de ander beschouwen als een mens als wijzelf.
Dit is het ene oerbijbelse principe - dat van de eerbied - dat richting geeft aan onze omgang met de ander, ieder ander, die daarmee onze naaste wordt. Het andere principe - van dienstbaarheid - is een toespitsing daarvan: de speciale zorg en aandacht voor de medemens in nood, de plicht om op te komen voor wie niet of onvoldoende voor zichzelf op kan komen. Bijbels gezien wordt dan gesproken in de categorieën van vreemdeling, weduwe en wees, terwijl in onze wereld tot op vandaag duidelijk wordt dat het in concrete situaties ook kan gelden voor zieken, voor ouderen of nog weer anderen.

Op deze weg zijn en blijven wij allemaal leerling, geen van ons heeft in de omgang met de naaste de ideale houding al bereikt, zeker waar in onze wereld de ijzeren wetten gelden van ‘voor jezelf opkomen’ en daaruit haast naadloos volgt de strijd om wie de eerste is, wie de grootste, wie de macht heeft. Helaas vormen leerlingen van Jezus, toen en nu, daarin geen uitzondering. Als wij werkelijk leerling van Jezus willen zijn, als we hem willen navolgen, vraagt dit van ons dat we ons door hem laten onderrichten.

Het contrast is in het evangelie van vandaag wel heel groot. Jezus probeert hen te onderrichten over lijden, dood en opstanding van de Mensenzoon, en zij maken intussen ruzie over de vraag wie van hen de grootste is. Als antwoord zet Jezus een kind in hun midden, en stelt dat wie zich over dit kind ontfermt, daarmee laat zien dat hij de boodschap van Jezus begrepen heeft, en daarmee feitelijk God zelf opneemt. Het gaat er niet zozeer om officiële mensen, ook niet vertegenwoordigers van Jezus met veel aanzien te ontvangen als wel om hartelijke aandacht voor de kleinen van deze aarde. Wie de grootste wil zijn, moet dienaar worden van alle anderen. Uit de harde woorden van de eerste lezing uit het boek Wijsheid blijkt dat je in onze wereld dan nog het risico loopt dat mensen zelfs aan pure goedheid aanstoot nemen. Uiteindelijk heeft die houding van mensen bij Jezus geleid tot zijn lijden, dood en opstanding. En als we eerlijk zijn … herkennen wij dan niet soms onze eigen houding tegenover onze medemens? Aan ons daarom de opdracht en de uitdaging
om anders te leven, als zijn leerlingen, als mensen van God.


Ik wil afsluiten met een gebed, toegeschreven aan de heilige Franciscus van Assisi. Dat het historisch niet van Franciscus kan zijn, is niet belangrijk. Wie er goed naar luistert, kan zich wel voorstellen dat mensen hierin zijn geest herkennen, van die kleine man die ten tijde van de kruistochten door de vijandige linies heen ging om de sultan te ontmoeten.


Heer, maak mij een instrument van uw vrede:
laat mij liefde brengen waar haat is,
eenheid waar mensen verdeeld zijn,
vergiffenis aan mensen die zwak zijn;
laat mij hoop geven aan wie wanhoopt,
geloof aan wie ten onder gaat aan twijfel;
laat mij licht brengen waar het duister is,
en vreugde waar mensen bedroefd zijn.

Heer, help mij
niet zozeer om zelf gelukkig te zijn
als wel om anderen gelukkig te maken;
niet zozeer om zelf begrepen te worden
als wel om anderen te begrijpen;
niet zozeer om zelf getroost te worden
als wel om anderen te troosten;
niet zozeer om bemind te worden
als wel om te beminnen;
want het is in geven dat ik ontvang,
in vergeven dat ik vergeven word,
en in sterven dat ik eeuwig leven vind.

Zoeken in Preken Online