Vijfentwintigste zondag door het jaar (2003)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

Er waren eens drie jongetjes aan het opscheppen over hun vader. Mijn vader is hoofd van de afdeling en heeft wel 20 man onder zich, zei de eerste. Mijn vader heeft wel vijftig man onder zich, zei de tweede, hij is directeur van de fabriek. O, zei de derde, bij mijn vader werken er wel 200 man onder hem. En wat doet hij dan? Hij is schoonmaker. Dan heeft hij toch geen 200 man onder zich. Jawel, hij werkt op de bovenste verdieping van een groot kantorenflat. Al die anderen werken onder hem. Prachtig relativerend, daar kunnen we allemaal veel van leren.
We denken zo dikwijls in termen van boven of onder anderen staan, van meer of minder macht hebben, van voornamer of minder voornaam. Als we met zijn allen wat meer de betrekkelijkheid van boven en onder, van hoger of lager zouden beseffen, dan zou dat een vreedzame samenleving zeer bevorderen. Zolang rivaliteit, prestatiedrang, machtszucht het leven beheersen, zal jaloezie een splijtzwam zijn die mensen verdeelt en tegen elkaar opzet.
Rivaliteit is best goed in de sport of in de handel maar nooit in de gewone menselijke verhoudingen. Prestatiedrang is tot op zekere hoogte best goed, maar ze mag nooit het hele leven beheersen. Als we dat met zijn allen echt zouden beseffen, zou de samenleving heel wat gezonder en gelukkiger zijn. Maar het vraagt wel een grote omslag in ons denken.
In het evangelie hoorden we hoe Jezus een heel andere kijk op dingen had dan de gemiddelde burger, dan zijn leerlingen. Ze geloofden in Jezus als de beloofde messias, maar ze dachten daarbij aan een soort nieuwe koning David, een man met macht bekleed die de joodse staat zou herstellen en de Romeinse bezetters het land uit zou gooien.
Maar als Jezus dan praat over lijden en dood die hem te wachten staan, kunnen ze daar niets mee, dat past niet in hun denken. Ze dromen er juist van dat ze een beetje in zijn macht zullen delen als het nieuwe koninkrijk werkelijkheid geworden is. En dan zie je hoe ook meteen een stuk rivaliteit naar boven komt: ik ben voornamer dan jij, ik ben groter dan jij. Ze hadden een woordenwisseling gehad over de vraag wie de grootste was.
Maar Jezus zet heel hun manier van denken op zijn kop: als je de eerste wil zijn moet je de laatste van allen zijn en de dienaar van allen. Niet eerst aan jezelf denken, aan je eigen belangen, je eigen voordelen, maar rekening houden met anderen, zorgen voor anderen. Als het nodig is jezelf een beetje ondergeschikt maken aan anderen. Dat is zijn visie op zijn eigen leven, op zijn eigen taak, het ook de visie op en het ideaal van een goede en gelukkige samenleving.
Hij noemt dat het rijk van God: de situatie zoals God die bedoeld heeft voor alle mensen. Nu kun je zeggen: dat is het onmogelijke vragen, die houding kan geen mens opbrengen, dat blijkt ook wel, kijk maar om je heen. Er zijn er zeker wel die zeggen: ik ben wel goed maar niet gek, ik ga me niet ondergeschikt maken aan anderen, je moet op de eerste plaats voor jezelf opkomen. Toch gebeurt het, in allerlei vormen en gradaties. Dan denk ik aan echtparen die voor elkaar leven, die alles doen om elkaar gelukkig te maken.
Dan denk ik aan ouders die zich soms veel ontzeggen om toch maar goed voor de kinderen te kunnen zorgen. Dan denk ik aan de vele vrijwilligers, die zich dienstbaar maken aan de medemens. En dan kun je zeggen: ja maar, die vinden het fijn om dat te doen, die vinden er voldoening is, maar die houding kun je niet van iedereen vragen.
Toch zouden we allemaal wat gelukkiger in het leven kunnen staan als we de belangen van anderen wat zwaarder zouden laten wegen, als we zelf een stapje terug zouden doen ten gunste van anderen. Het zal een moeilijke opdracht blijven, men denkt er meestal anders over. En toch, als we zeggen te geloven in Jezus, moeten we ook proberen zijn levenshouding van dienstbaarheid na te volgen. We worden er alleen maar beter van.

Zoeken in Preken Online