Afgelopen zomer, in het begin van de vacantie, was ik samen met mijn vrouw enkele dagen op pelgrimage in Lisieux, in Normandië. Het plaatsje dat wereldfaam geniet dank zij de grote heilige: Thérèse de Lisieux, Thérèse de l’Enfant Jésus.
De stad Lisieux, die in de Tweede Wereldoorlog, bij de Landing in Normandië, grotendeels in puin geschoten werd, heeft als door een wonder de herinneringsplekken van de H. Theresia ongeschonden mogen bewaren. Men kan dus nog door het stadje wandelen op de voetsporen van Theresia, haar ouderlijk huis bezoeken, toen zij nog Thérèse Martin heette, de tuin waar zij haar vader vertelde dat ze carmelites wilde worden, de kathedraal waar nog staat aangegeven in welke zijkapel zij iedere dag de H. Mis bijwoonde, het indrukwekkende, stille klooster van de Carmelitessen, op ieder moment van de dag vol biddende mensen, en de kolossale bedevaartsbasiliek, even buiten het centrum boven op een heuvel, even groot als de Sacré-Cœur van Parijs, van kilometers ver in de omtrek te zien.
En dan vraag ik me af: wat maakt nu het meeste indruk? De kolossale basiliek met plaats voor duizenden pelgrims? Of het anonieme kloosterleven van een kleine Carmelites? Wat zoeken, en vinden al die pelgrims die met bussen vol naar Lisieux trekken, wat vinden hier al die biddende mensen in de kapel van de Carmelitessen, wat beweegt al die vrijwilligers die in het ouderlijk huis van Thérèse, in de grote basiliek, in de ontvangsthuizen, pelgrims opvangen, begeleiden, hand- en spandiensten verrichten van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, wat beweegt al die mensen? Toch niet de kolossale afmetingen van die gigantische basiliek? Toch niet de betekenis van Thérèse in de wereldgeschiedenis? Nee, de grootheid van Theresia is juist haar kleinheid, haar bescheidenheid, het kleine in dat zustertje Thérèse, eigenlijk nog een kind toen ze daar in het klooster intrad, Thérèse de l’Enfant Jésus. Haar wereldfaam ligt in haar verborgen leven. Haar beroemdheid is haar anonimiteit. Haar grootsheid is haar kleinheid. Haar dienstbaarheid in het klooster, waar ze zich volledig wegcijferde. Haar vroege dood, op 24-jarige leeftijd overleden aan tuberculose. Haar geschriften en haar gedichten, waarin ze met vreugde en onbevangenheid de liefde van Christus bezingt. Haar belofte, dat ze vanuit de hemel aan ons zal blijven denken, en een regen van rozen over de aarde zal uitstrooien.
En dan kom je in andere kerken in Frankrijk. En dan valt telkens weer op in hoeveel kerken er een beeld van Theresia van Lisieux staat, – dat zustertje met een kruisbeeld en een bos rozen in de handen –, en hoeveel kaarsjes erbij branden.
En dan denk ik: hier ligt het antwoord op de vraag die Jezus ons vandaag stelt: “wie is de grootste in het Rijk der Hemelen”? Ja, wie de kleinste is. Niet wie zichzelf naar voren schuift. Nee, wie het aandurft om klein te zijn. Wie het aandurft om dienaar te zijn.
Dát moet ergens de geheime aantrekkingskracht zijn van een heilige als Theresia van Lisieux. Want al die pelgrims, al die mensen die naar Lisieux komen, die voelen heel goed aan hoezeer Theresia een authentieke heilige is, die zo dicht bij ons staat, in haar eenvoud, haar jeugdigheid, haar blijdschap … en ook haar twijfels. Die voelen heel goed aan dat, hoe meer je dienstbaarheid toont, hoe groter je bent in authenticiteit.
Een kort mensenleven had Theresia, volstrekt onbelangijk in de geschiedenis, een kortstondige levensflits. Maar juist in die kortstondigheid, in dat onbelangrijke, in dat verborgene, in dat stille Camelitessenleven, werd zij een paukenslag, een kentering in de wereldgeschiedenis.
Onze God houdt van dit soort heiligen, heiligen die al onze wereldse waarden, alles wat wij belangrijk vinden in het leven, onderste boven gooien. Want dat soort heiligen zijn er tallozen geweest. De martelaren, die principiële martelaren, die zich hebben laten opofferen, in de ogen der mensen volstrekt nutteloos. De kloosterlingen, die wij vorige week bij Musica Sacra op de voorgrond plaatsten, mannen en vrouwen die alles wat overbodig is hebben afgelegd om te komen tot de kern van het bestaan, en nog slechts leefden in dienstbaarheid. En al die talloze heiligen die menselijk gezien, nauwelijks telden, maar grote populaire heiligen geworden zijn. Want de mensen voelen heel goed aan wat authentiek is.
Onze God houdt van rechtvaardigen die temidden van de wereld, andere waarden huldigen dan “lekker genieten”, “enkel opkomen voor zichzelf”, “zich opdringen”, “belangrijk zijn”. En, wanneer lijden of tegenslag ons treffen, God de schuld geven, God voor ons karretje spannen, God afwijzen, zoals de goddeloze doet in het boek van de Wijsheid, in de eerste lezing. Onze God houdt van mensen die Zijn Weg gaan, Zijn Weg aanvaarden. Zoals Jezus de Weg naar Jeruzalem gaat, de weg van altruïsme, dienstbaarheid, aandacht voor de ander. Zoals Jezus de Weg naar Jeruzalem gaat, en deze aankondigt als een weg van lijden en overgave, terwijl de Apostelen nog discussiëren over de vraag wie straks de leuke politieke en bestuurlijke baantjes krijgt. Ze hadden het kunnen weten, maar ze hebben nog steeds niet geleerd dat Jezus deze menselijke waarden onderste boven gooit. Ze hádden het moeten weten, en ze zwijgen daarom gegêneerd, wanneer Jezus hun de vraag stelt: “Waar hebben jullie onderweg over gediscussieerd?” Wie mag de grootste zijn? Een kind ….
Wanneer men door het grote portaal de kolossale basiliek in Lisieux binnengaat, dan ziet men op het grote tympanon boven het portaal een groot beeldhouwwerk: Jezus die in het midden, tussen de 12 Apostelen, een kind plaatst, en in de steen staat gebeiteld: “Wie nederig is als dit kind, die is de grootste in het Rijk der Hemelen”. Het Evangelie van vandaag …!
Onderste boven (2006)
B-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen