Wie ben ik ?

B-cyclus · Tijd door het jaar · 24e zondag · groen

Weet u nog van dat kinderversje toen je vroeger verstoppertje speelde? “Blijf zitten waar je zit en verroer je niet. Blijf zitten waar je zit…” Misschien zingt u het opnieuw na afloop van deze prediking, want het verhaal van deze morgen is weerbarstig.
Er was eens een koning in Israël. Hij had wat zijn hartje begeerde. Maar zijn vrouw, de koningin, vond haar tuin te klein. Nu liet ze haar oog vallen op de tuin van de buren en ze zeurde haar man aan z’n hoofd dat hij moest proberen die tuin te verkrijgen. De koning ging naar zijn buurman en hij zei: “Verkoop mij jouw tuin.” De buurman antwoordde: “Dat kan ik niet doen, het is familiegoed, overgegaan van vader op zoon. Ik kan hem niet verkopen.” En de koning kwam terug en vertelde het verhaal. Dan zegt de koningin: “Ik weet raad, je noemt dat majesteitsschennis, landverraad. Haal de rechter bijeen en roep hem voor het gerecht.” Zo gezegd, zo gedaan. De rechter zei ook - want de koning was streng en de koningin nog erger - “Dat is majesteitsschennis, landverraad.” En de man werd ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Koning Achab en koningin Jezebel hoorden van het gebeurde en ze namen wat hun hart begeerde, de tuin van de buurman. Maar er bestond nog gerechtigheid in die dagen. Daar komt de profeet van God, Elia, aan Hij komt naar koning Achab en zegt: “Schandalig wat je hebt gedaan, schandalig om zo het recht van je buurman te verkrachten. De honden zullen jou verscheuren en ook je vrouw; ze zullen haar bloed likken. Dat zal jullie einde zijn.”

Maar koningen laten zich niet gezeggen, en Elia moest rennen voor zijn leven. Als Jezus vraagt: Wie zeggen de mensen dat Ik ben?, luidt het antwoord: zo iemand als Elia! Blijkbaar nam Jezus geen blad voor zijn mond als het ging om gerechtigheid.
Zo iemand als Johannes de Doper! zeggen ze, want die kon er ook wat van. Ook hij was in aanvaring gekomen met de koning van zijn dagen, Herodes. Nu is er geen grond gestolen van de buren, nee, veel erger: deze koning heeft de vrouw van zijn broer uit zijn huis weg geroofd en is ermee getrouwd.
Johannes de Doper zegt: “Schandalig dat je op deze manier de rechten van je broer met de voeten treedt, want er hoort trouw te zijn tussen man en vrouw.” Maar ook Herodes pruimt dat niet, Johannes wordt gevangen en u weet: hij moet het met de dood bekopen.

Als Jezus vraagt: “Wie ben Ik?” Dan antwoordden ze: “Zo iemand als Johannes de Doper.” En als Hij ‘t aan zijn leerlingen vraagt dan zeggen ze: Jij bent de Christus, dat is Elia en Johannes de Doper in één persoon. Want jij bent te vinden aan de kant van de kleinen, jij doet je mond open als het gaat om gerechtigheid. Want gerechtigheid is toch wat materiële welvaart voor iedereen: ‘n huis, ‘n stukje grond, voedsel, kleding.
Gerechtigheid is bovendien sociale welvaart: ‘n paar relaties, man, vrouw, kinderen, vrienden. Daar kom Jij voor op, zeggen ze. Jezus antwoordt: “Hou op, zwijg stil, want het zal me niet in dank worden afgenomen. De Mensenzoon zal daarom veel moeten lijden, als Elia, als Johannes. Als iemand mijn volgeling wil zijn, dan zal hij omwille van zijn opkomen voor gerechtigheid, een kruis te dragen hebben. Want het verlangen, dat iedere mens een thuis heeft, het verlangen dat de grond van mensen niet meer vervuild wordt, het verlangen dat huwelijken heel blijven, het verlangen dat kinderen niet weglopen, het verlangen dat ouders hen niet mishandelen, het verlangen dat opa’s en oma’s niet alleen worden gelaten, dat je de lucht kunt blijven inademen, en dat nieuwgeborenen niet verminkt ter wereld komen, dat verlangen betekent: macht aan de kaak stellen, onrechtvaardigheid benoemen. En dat betekent lijden. Want ze zullen je weg roddelen, wegschrijven, weghonen.
Ze zullen zeggen: laat naar je kijken, je bent niet goed wijs. En misschien zullen ze je dan links laten liggen.

Elia, Johannes, Jezus, jullie, u en ik? Ontmaskeren wij de wapens van het eigen belang, van de economie en de winst, staan wij aan de kant van de slachtoffers?
Wij moeten hen, die in deze wereld geen naam hebben, een naam geven. Wij moeten hen zeggen wie ze zijn.
Blijf zitten waar je zit.., of niet?
Het is een weerbarstig verhaal. Misschien zou het iets zijn als we hen zouden steunen, die de moed hebben om op te komen voor allen, die in onze wereld naamloos zijn. Dan ben je op de goede weg.

Zoeken in Preken Online