Onze lieve Heertje, geef mooi weertje,
geef mooi dag, dat het zonnetje schijnen mag.
Onze lieve Heer, dat is een typische katholieke manier van spreken. In de meeste protestantse kringen spreekt men van de Here God, dat klinkt veel eerbiediger, veel afstandelijker ook, en het past ook helemaal in de sfeer van de vreze des Heren. In katholieke kringen gaan we vaak wat meer familiair om met God en dat vind je terug in de titel onze lieve Heer, of onze lieve Heertje.
Nu wordt die titel voor God gebruikt maar ook voor Jezus Christus. Enerzijds kan dat wel eens verwarrend zijn, over wie gaat het nu, anderzijds is het ook niet zo vreemd: in Jezus is God in de wereld verschenen, Hij is a.h.w. Gods gezicht.
Als wij God of Jezus onze lieve Heer noemen, dan heeft dat toch vaak een wat eenzijdige betekenis. Vaak wordt onze lieve Heer gezien als een halve Sinterklaas, van wie we alle goeds hopen te ontvangen, niet alleen kracht en heil, niet alleen genezing en uitkomst, maar ook mooi weer, of regen op zijn tijd, of het slagen voor een examen. Een lieve Heer, die je alles mag vragen. Dat mag ook best, maar het mag niet het enige zijn.
Ik vraag me ook af of Jezus zelf wel zo gelukkig is met die benaming. Was Jezus wel zo’n lieve Heer? Wie is Jezus eigenlijk, daar gaat het om in het evangelie van vandaag. Vroeger kwam je wel eens plaatjes tegen waarop Jezus afgebeeld stond als een hele lieve maar zoetelijke man. Zo’n lieve Heer is Jezus beslist niet.
Uit de evangelieverhalen komt hij naar voren als een hele uitgesproken en felle persoonlijkheid. Zijn kritiek op de joodse leiders en de schriftgeleerden was keihard en ongezouten: daar zat echt niets liefs in.
Als wij in ons gewone spraak gebruik iemand een lieve man of een lieve vrouw noemen, dan is dat iemand die hartelijkheid en vriendelijkheid uitstraalt, iemand die op een fijne manier meeleven en medelijden betoont aan anderen, die hen helpt en troost, iemand die liefde geeft, iemand om van te houden.
In die zin was Jezus zonder meer een lieve mens, iemand met wie de mensen graag te doen hadden omdat hij goed was en goed deed, aan zieken en gebrekkigen. “Alles heeft hij, welgedaan”, wordt er vaak gezegd in het evangelie
Maar Jezus was veel meer dan een lieve man die veel goed deed. Hij was een profeet, een man met een zending, met de opdracht om mensen de juiste weg te wijzen door het leven, een man die geen blad voor de mond nam en dat werd hem niet altijd in dank afgenomen.
Hij was echter ook meer dan een profeet, zoals we die uit het oude Testament kennen. Petrus besefte dat toen hij zei: jij bent de Christus, jij bent de beloofde Messias, jij komt het koninkrijk van God vestigen, met jou begint een nieuwe tijd. En Petrus dacht aan een soort glorietijd, voor Jezus maar ook voor hemzelf.
Hij snapt er niets van als Jezus dan dingen zegt die helemaal niet bij een glorietijd horen, maar het tegendeel: namelijk dat lijden en dood hem te wachten stonden. Dat kan niet, dat mag niet, dat hoort niet. Goed bedoeld, maar hij krijgt ongenadig op zijn kop van Jezus. Ga weg, satan, jij laat je leiden door al te menselijke overwegingen. Onze lieve Heer was even helemaal niet lief voor die Petrus.
Ik denk dat we allemaal wel iets van die Petrus hebben. We dromen van een wereld van vrede en gerechtigheid en zeker ook dat wijzelf daarin een goed plekje zullen hebben maar het moet wel op een gemakkelijke manier kunnen. Moeilijke dingen moet je zoveel mogelijk uit de weg gaan.
Maar Jezus maakt ons duidelijk dat dit niet altijd mogelijk is, niet voor hemzelf en niet voor ieder die zijn volgeling wil zijn. “Als je mij volgen wilt, dan moet je jezelf verloochenen, dan moet je je kruis aanvaarden.” En dat zijn woorden die we niet zo graag horen.
Maar als we dromen van het koninkrijk van God op aarde, als we hopen dat het kwaad in de samenleving uitgebannen wordt en dat mensen elkaar aanvaarden en respecteren, dan moeten we er wel samen aan werken, ook als dat even niet zo gemakkelijk gaat.
Als we Jezus onze lieve Heer noemen, kan kunnen we dat alleen dan terecht doen als wijzelf zijn liefde daadwerkelijk tot de onze maken, als we zelf lieve mensen zijn voor elkaar.
Vierentwintigste zondag door het jaar (2006)
B-cyclus · Tijd door het jaar · 24e zondag · groen