23e zondag door het jaar B

B-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen

‘De dorre vlakte wordt een vijver, het dorstige land één waterbron’ Zo dicht Jesaja over de Messiaanse toekomst. Nu Jezus Messias Zich openbaart, nu Hij de doofstomme geneest, ‘midden in de streek van Dekapolis’, wat nu Syrië is en Jordanië, waar talloze plaatsen aan de rijkdom herinneren van het vroegere christelijke leven en aan de reizen die Jezus er maakte, wordt deze profetie bewaarheid. ‘Dan gaan de ogen van de blinden weer open en zullen de oren van de doven geopend worden’, zingt Jesaja verder. ‘De lamme zal springen als een hert en jubelen zal de tong van de stomme

Maakt gij dat nog mee? Beleeft gij dat nog in de Kerk? Weet gij nog wat dat is in uw leven? Zien de anderen u ooit nog diep gelukkig omdat gij de Messias ontmoet hebt, omdat gij Hem regelmatig ontmoet? Delen zij ooit in uw vreugde? Zijt gij ooit bij hen van wie het evangelie vertelt: ‘Buiten zichzelf van verbazing riepen zij uit: ‘Hij heeft alles wel gedaan, Hij laat doven horen en stommen spreken’’?

Of hebt gij op alles één grote domper gezet? En is het u gelijk christen te zijn of niet? Is de Blijde Boodschap voor u het avondnieuws, even banaal, vernederend en monotoon? Het avondnieuws en het ochtendnieuws zijn het fragmentje dagelijkse geschiedenis van de mens met zijn goed en zijn kwaad. Het goede nieuws van het evangelie spreekt over het begin, de schepping, de nieuwe schepping die Jezus tot stand brengt. Weer staat de mens open voor zijn Schepper. ‘Effeta’, ‘ga open’, wordt ook tot u gezegd. Luister en spreek. Het dagelijkse nieuws maakt van u doofstommen. Het sluit de harten. Het maakt u blind. Het inspireert u tot zelfverdediging, tot bescherming van uw groep. Het doet u de schouders ophalen en berusten. Het toont meer kwaad dan goed. Het goede nieuws van het evangelie opent de harten. Het doet luisteren en spreken. Het maakt de blinden ziende. Het inspireert tot verdediging van de kleinen. Het breekt de groepen open. Het maakt rusteloos tot er rust is voor allen. Het toont en is alleen maar goed.

‘Hij heeft alles wel gedaan’. Over Jezus’ daden roepen de mensen van verbazing uit wat Mozes juichte over het scheppingswerk van God: ‘God bezag alles wat Hij gemaakt had, en Hij zag dat het heel goed was. Het werd avond en het werd ochtend; dat was de zesde dag’. God ‘rustte op de zevende dag van al het werk dat Hij verricht had. God zegende de zevende dag en maakte hem heilig’. Alle volgende dagen van Gods schepping moesten rustige werkdagen en heilige rustdagen zijn, telkens zes en één. Nooit moest er onrust komen. Avondnieuws en ochtendnieuws zou altijd goed zijn. Nooit goed en kwaad dooreen.

Jezus leeft tussen goed en kwaad. Hij leeft niet in de rust van het eerste paradijs. Maar wie Hem volgt, wie zijn opmerkingen over het leven en zijn stellingen tegenover leiders en volk beluistert en in zich opneemt, er naar gaat leven, wie zijn genezingen ziet en er de betekenis van gaat begrijpen, kortom wie zijn openbaring ernstig gaat nemen, ontdekt dat Hij de Kwade overwonnen heeft, dat Hij hem van in het begin weerstaan heeft, dat het kwaad in zijn hart geen plaats heeft en dat Hij het uitdrijft uit het hart van wie gelooft, uit de geest van wie begrijpt, uit het lichaam van wie Hem volgt. Hij is de levensboom en het ’levend water’. Wie zich rond Hem schaart verlaat de woestijn en vindt weer toegang tot het paradijs dat zich steeds uitbreidt: de Kerk van mensen met genezen hart en ziel en lichaam. met ‘open’ ogen en oren en mond, die verkondigen dat Jezus voor hen een openbaring is, dé openbaring is, Gods openbaring is. ‘Effeta’, ‘ga open’, luister, zie en spreek: Hij openbaart zich ook aan u.

Zoeken in Preken Online