Ga open

B-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen

De lezingen van deze zondag zijn vol bemoediging: ‘Spreek tot allen die de moed verloren hebben: Vat moed en vrees niet, uw God komt om u te redden’, lezen wij in de eerste lezing. In het evangelie zien wij dan hoe God in Jezus gekomen is om mensen te redden. In die doofstomme neemt Jezus ieder van ons ter zijde en zegt: ga open. Tot ieder van ons zegt Jezus dat, want van nature zijn wij allemaal gesloten mensen, zo gesloten, dat wij ons zelf niet eens voor de werkelijkheid rondom ons ontsluiten kunnen. Om echt mens te kunnen worden hebben wij allemaal goede mensen nodig, die ons liefhebben, die tot ons zeggen, dat wij voor hen een waarde zijn. Wij hebben de bevestiging van de liefde nodig. Jezus is in de volste zin van het woord een therapeut, Hij weet de mensen te openen, Hij schenkt de mens weer terug aan zich zelf en aan de gemeenschap. Mensen die helemaal in zich zelf opgesloten waren, geeft Hij hun eigenwaarde terug, zodat zij weer volop kunnen leven. Tegen de kleine Zacheüs, die daar op zijn eigen houtje, ver van de mensen zat, zegt Hij - Hij noemt de mensen altijd bij hun naam -: ‘Zacheüs, kom uit je boom, Ik kom bij jou eten’. Aan die vrouw die al door vijf mannen verstoten was, vroeg Hij:

‘Geef mij te drinken’. Tot die man met zijn verschrompelde hand zegt Hij: ‘Kom in het midden staan’. En vandaag zegt Hij tegen deze doofstomme: ‘Ga toch open’. Door zijn menselijke nabijheid keert Hij zich helemaal naar deze gesloten mens, Hij steekt zijn vingers in zijn oren en raakt zijn tong met speeksel aan, zo wil Hij deze marginale mens opnemen in de liefde, een thuis geven binnen de menselijke gemeenschap.

Deze doofstomme staat hier als een beeld van ons zelf. Wij zijn stom geworden bij zoveel woorden, wij zijn doof geworden van al dat lawaai. Wij lijden op de eerste plaats onder de doofheid van ons hart. Ons hart is zo gesloten dat wij niet meer kunnen luisteren. Hoeveel mooie gesprekken mislukken omdat wij niet kunnen luisteren, omdat wij anderen voortdurend onderbreken, telkens weer in de rede vallen. Let er eens op: hoeveel wordt er tijdens een geanimeerd gesprek naar elkaar geluisterd? Wij sluiten ons hart voor de problemen van de anderen, wij zijn doof voor de oproep van de ander. Jezus zucht en zegt: ‘Ga toch open!'

Konden wij ons toch maar eens openen door eenvoudig te luisteren en te denken: Voor mij bestaat er nu geen belangrijker mens dan deze hier die met mij praat, er bestaat nu niets belangrijkers dan dat wat hij nu zegt. En als wij dan ook nog tussen de regels door zouden kunnen luisteren naar wat er in het diepste van die mens beweegt, naar wat hij zelfs aan pijn en zorg niet onder woorden kan brengen, zouden wij de mensen kunnen openen voor zich zelf en voor elkaar.

Wij lijden ook onder de stomheid van ons hart. Wij zijn vaak met stomheid geslagen, wij zijn niet bij machte iets te zeggen, omdat wij de moed niet hebben om te zeggen wat we denken. Wij sluiten onze mond en bijten op onze tong omdat wij ons bang afvragen: Wat zal de ander nu van me denken? Hoe zal hij dat opnemen? Wij zouden een heel stuk opengaan als wij aan de mensen niet alleen onze façade zouden laten zien, maar ook de diepte van ons hart. Jezus zucht en zegt: ‘Ga toch open'.

Wij kunnen ons zelf niet verlossen van onze doofstomheid, maar wij kunnen wel naar Jezus gaan. Waar wij ons hart voor Jezus openstellen, daar kan ons gehoor en onze spraak genezen worden. Alleen door goede mensen kunnen wij bevestigd worden, maar wij kunnen ons wel open stellen voor hun zorg en liefde. De klink van de deur van het hart staat alleen aan de binnenkant, als wij open doen, als wij genezen willen worden, dan kunnen anderen ons openen, want open ga je alleen door de liefde van anderen.

Zoeken in Preken Online