22e zondag door het jaar (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 22e zondag · groen

De eerste lezing van deze zondag is ontleend aan het boek Deuteronomium, een Grieks woord dat tweede Wet betekent. In feite is het een kopie van bestaande wetten die uit andere boeken opnieuw zijn samengebracht. En dan moeten we kopie niet verstaan als een exacte weergave van een tekst maar als het herschrijven en aanpassen ervan aan de eisen van de tijd. Dat was het werk van gespecialiseerde vaklieden, bijna de enigen die konden lezen en schrijven en die bovendien behendig rekening hielden met de verlangens van mensen die macht hadden, politiek of religieus.

En daarmee hebben we een heel korte beschrijving van het ontstaan van de bijbel: geen sprake van God die teksten dicteert maar wel naamloos en invloedrijk personeel dat van bestaande heel oude teksten, voorspellingen, uitspraken, enz. telkens opnieuw “verbeterde”, dat is aangepaste, uitgaven bezorgde, en die toeschreef b.v. aan bekende profeten. En zo kon het komen tot woorden vol grootheidswaan die we horen op het einde van de eerste lezing: “Of is er een andere grote natie die zulke volmaakte voorschriften en bepalingen heeft als de wet die ik u heden geef?” Een tekst waar veel Amerikanen zich in terugkennen.

Ook de lezing uit het evangelie van Marcus laat zien waartoe men komt als men zich beroept op zulke vermeende heilige overleveringen.

Marcus schreef zijn evangelie voor niet-joden en daarom gaf hij een voorbeeld van overleveringen: het reinigen van vingertoppen voor het eten, het afwassen van bekers, kruiken en koperen vaatwerk.

Farizeeën en schriftgeleerden spraken Jezus er op aan dat zijn leerlingen zich niet hielden aan die overleveringen. Jezus gaf een heel fel antwoord: “Gij laat het gebod van God varen en houdt vast aan overlevering van mensen. Niet wat van buiten komt maakt de mens onrein maar wat uit zijn hart en zijn mond komt.”

Bijbelwetenschappers kunnen het nu regel voor regel bewijzen: de bijbel is mensenwerk, en iets heet openbaring omdat het ooit zwart op wit is vastgelegd in geschreven of gedrukte teksten.

Voor Jezus echter betekende openbaring een intensieve interactie met God, geroepen en geraakt worden door God, ervaren dat de grond waarop je staat, heilige grond is. Dát maakt Jezus zo sterk, zo aantrekkelijk en ook: zo kwetsbaar: “Waar haalt hij het vandaan? Wat verbeeldt hij zich wel? We kennen toch zijn hele familie.” Dát bracht hem op het kruis: “Anderen heeft hij gered maar zichzelf kan hij niet redden”. En toch: “Vader, in uw handen beveel ik mijn Geest.”

Als in onze dagen iemand zich onverklaarbaar gelukkig voelt, sterk en zich gedragen en omgeven voelt door iets te groot voor woorden, dan heet dat werking van endorphins, een chemische stof in onze hersens, dat is alles. Kan best zijn.

En toch ontdekt iedereen die een beetje mens is bij tijd en wijle een mysterie dat ons omringt en dat we niet los willen laten. En nog sterker: dat ons niet loslaat.

Jezus wist niets van endorphins, wel wist hij zich tot op zijn botten gekend door zijn Vader. Binnen of buiten de kerk, met of zonder de bijbel, het kan ook onze ervaring zijn. Soms zelfs bij het schoonmaken van potten en pannen! Of: “Op stal en in de keuken”, zoals Meister Eckhart (1260-1328), een ervaringsdeskundige, het beschreef.

Zoiets wens ik u graag toe.

Zoeken in Preken Online