22e zondag door het jaar (2009)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 22e zondag · groen

WOORD VAN WELKOM

Vandaag krijgen we te horen dat God zijn volk een lange lijst voorschriften en bepalingen mee krijgt. God laat zijn volk niet zomaar gaan. Het volk dat kiest om met Hem onderweg te gaan, geeft hij een groot aantal regels. Het zijn hulpmiddelen, ijkpunten om de ontwikkeling van je leven bij te kunnen houden.

We krijgen in de eerste lezing een stukje te horen van wat we het testament van Mozes kunnen noemen. In het evangelie horen we wat er mee gebeurd is, hoe het verworden is tot een dode letter, tot een muur tussen God en mensen. Christus heeft die muur afgebroken, opdat we God beter leren kennen. Niet het gezicht van geboden en verboden toont Christus, maar de liefde waarop alle regels en afspraken gevestigd dienen te zijn.
Mogen wij hier die liefde van de Vader ervaren.

HOMILIE

Waarom is de Bijbel zo’n dik boek geworden? Waarom staan er tientallen, ja honderden regels en geboden in? De Farizeeën kennen alle regels uit hun hoofd en proberen de mensen duidelijk te maken op welke wijze de gelovige Joden al deze regels moeten respecteren en volgen en handhaven. Zij zijn gidsen in wat een oerwoud van geboden en verboden is geworden. Dat is nodig bij zo’n dik boek: wat is het grootste gebod? Deze vraag die elders aan Jezus wordt gesteld, klinkt hier op de achtergrond weer mee in deze discussie met de schriftgeleerden en Farizeeën.
Toch is de wet voor het volk van God een bron van vreugde. Ze wordt in de Bijbel vaak bejubeld en bezongen. Het is voor het Joodse volk teken van Gods liefde voor zijn volk. Zij is teken van Gods nabijheid en een bron van leven: wie God wil kennen richt zich op zijn wet. In de woestijn trekt het Joodse volk van oase naar oase. De wet is zelf ook een oase waar men steeds weer naar terug gaat om te beseffen dat de levensweg die men gaat ook werkelijk zin heeft en een bestemming kent.
Het lijkt voor ons tegenstrijdig dat een wet bron van vreugde kan zijn. De wet is voor velen immers een belemmering voor ons om te doen wat je wilt. Of het nu gaat om de leerplicht die iemand verhindert zomaar een zeiltocht over de wereld te ondernemen of om regels rond drank en drugs waardoor je pas op zestien jarige leeftijd alcohol mag drinken: waarom kunnen mensen nu gewoon niet doen zij zin in hebben? Kunnen wij zelf niet bedenken wat goed voor ons is?
De wet is voor Israël een geschenk uit de hemel dat het volk in staat stelt samen te leven en in het Beloofde Land een kwaliteit van leven hoog te houden. Dit is blijkbaar niet van nature aan de mensen gegeven, maar dit moet geleerd worden en steeds weer opnieuw vastgelegd. Deze kwaliteit hangt samen met de zorg voor elkaar en met de overtuiging dat de mens andere mensen om zich heen nodig heeft om te groeien. De wet is op die manier bezien ook een instrument om de mens te leren kennen.
Een mens is geroepen zich te ontwikkelen en te groeien op allerlei gebieden. De talenten die een mens heeft liggen op allerlei terreinen: intellectueel, emotioneel, sociaal en op sportief vlak. Deze ontwikkeling wordt gesteund en gestimuleerd door de wet van God omdat deze de mens ervan bewust maakt dat hij/zij niet op zichzelf leeft, niet alleen voor zichzelf leeft maar ook voor en van anderen.
Israël heeft de wetten en geboden vele eeuwen bewaard, maar het lijkt er ook op dat een aantal schriftgeleerden en Farizeeën onderweg iets verloren heeft. Dat blijkt uit het gesprek dat zij voeren met Jezus over de vraag of diens leerlingen wel de gebruiken en regels kennen en navolgen. Natuurlijk hebben de Schriftgeleerden gelijk over de reinigingsrituelen, maar Jezus maakt hun duidelijk dat wie vraagt naar de regels en geboden ook moet kunnen uitleggen waar deze op gericht zijn. Voor Jezus is het duidelijk dat het doel van alle wetten en geboden de mens zelf is in zijn relatie tot de ander en tot God. Ieder gebod moet begrepen worden in zijn relatie tot het grootste gebod: God liefhebben en je naaste als jezelf.
Mozes houdt de geboden voor als ondergrond van de relatie tussen God en mensen en van mensen onderling: ze zijn een bron van wijsheid en van het verstandig omgaan met elkaar en met de dromen en de verlangens die mensen kunnen hebben. Jezus maakt het zijn gesprekspartners duidelijk dat men gericht dient te zijn op het innerlijk van de mens. De toewijding aan God en aan de naaste zijn de doelen van de wet en die vraag moet de mens zichzelf stellen: wat zijn mijn motieven en mijn persoonlijke houding ten opzichte van de ander. De wet nodigt dus uit tot een zelfonderzoek, tot een kritische beoordeling van je eigen manier van leven en je eigen innerlijk. Jezus is vanuit dat oogpunt veel strenger dan de schriftgeleerden, omdat het volgen van de wetten en regels niet voldoende is.
Deze week leek er een tegenstelling te komen tussen de zeildromen van een jong meisje en de wetten en afspraken die we hier te lande hebben. Ook hier speelt uiteindelijk het geluk van mensen waar de wetten op gericht zijn. Moet alles iedereen wijken voor die droom? Moet iedereen daarop gericht zijn: is dat wat van mensen gevraagd mag worden? De kwestie houdt ons allen een spiegel voor bij onze eigen ambities en dromen: welk doel is daarmee gediend? Leveren wij door onze dromen en ambities, door onze inzet en toewijding een bijdrage aan het algemeen geluk en welzijn?
Christus nodigt ons steeds weer uit tot dat kritische zelfonderzoek van onszelf. De wetten van God, de vele verhalen uit de Bijbel, bevatten talloze verhalen waarin de mens zijn/haar innerlijk kan spiegelen aan de roeping die God voor ieder mens heeft.
Amen

Zoeken in Preken Online