(Voor reinheid zie Bijbelse begrippen)
Deuteronomium is geschreven alsof de Joden op het punt staan het Beloofde Land binnen te trekken. Je zou het de voorwaarden kunnen noemen waaronder zij dat mogen. Zij hebben het overleefd. De tocht door de woestijn, de bedreigingen van vijandige koningen, honger en dorst, en dat alles omdat hun JHWH hen begeleidde. Hem moeten ze blijven dienen en daartoe geeft Mozes de Wet nog eens in een soort samenvatting, voor de tweede keer: Deutero nomium, met Griekse woorden. Ze mogen aan die Wet niets veranderen, want het zijn Gods geboden, ze zijn wezenlijk voor Zijn volk.
Gods geboden en de regels zijn niet alleen bedoeld om te overleven, gezond in leven te blijven, maar ook om het contact met JHWH te onderhouden. “U zult de Heer, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en me al uw krachten” is een van de kernpunten in Deuteronomium. De regels en geboden zijn richtpunten die een lijn vormen, die degene die ze in ere houdt, op God richten. Zo iemand is rein, op God gericht.
Alle andere volken zullen de Israëlieten prijzen om hun Wet, want geen volk heeft een God die zo dichtbij is. Dat weten de Israëlieten en zo kennen zij hun psalm 15: “Wie Heer mag te gast zijn in uw tent?”/“Heer wie mag toeven binnen uw tent, wie wonen op uw heilige berg?” De Joden zijn toch een bijzonder volk dat één, unieke, Heer kent, één Harmonie van Hemel en aarde, die ook nog eens zo kort bij Zijn volk is dat Hij het in Zijn woning wil hebben. Waarom wil HijZ dat? Omwille van maximale verbondenheid, maximale liefde. Is er een ander volk dat zo’n God kent?
Zó kent ook Jezus zijn God en hij houdt de Wet in ere om zich op Hem gericht te houden. Hij zal er geen moeite mee hebben om zijn handen met een beetje water te wassen voor het eten en het voedsel van de markt te wassen voordat hij het eet, ofschoon dat niet met zoveel woorden in Deuteronomium staat. Ook al wast hij vuile handen eerst - zo te zeggen - met water en zeep, daarna zal hij een beetje water gebruiken als voorbereiding op het eten van voedsel dat hij heeft gekregen van de schepper. Een kleine rite om te bedenken wat je gaat doen, een inleiding op het bidden voor het eten, erkenning van zijn Vader; zijn hart is op Hem gericht. Dat is de reinheid waar het om gaat. Maar als de Farizeeën en een paar Schriftgeleerden uit Jeruzalem aanspraak maken op de overlevering van de vaderen en daaraan hun regelzucht verbinden, vliegt hij op: hun hart is niet bij de zaak, zij zijn niet op God gericht, op zijn Abba, maar op uiterlijkheid en misbruiken zo de traditie en ook de Wet. Zij bewijzen lippendienst. Zij zijn niet uit op een plaats in de tent van de Heer. Zij staan buiten met de rug naar de tent.
Wellicht herkennen ouderen (?) onder ons dit. De sfeer was vroeger vaak dat, als je deed wat je moest doen volgens de voorschriften van de kerk, dat ‘het’ dan dus goed was. Terwijl je eigenlijk nauwelijks wist waarom die voorschriften zo waren en hun betekenis, wat zij moesten opwekken, hun inspirerende werking niet op tafel kwam. Daartegen kwam verzet.
Regels zijn er om de lijn er in te houden; normen zijn er om de waarden te honoreren. Maar als regels niet meer met de lijn verbonden zijn en normen niet meer naar waarden verwijzen, zijn ze leeg; ze hebben geen aansluiting met wat je eigenlijk wilt vanuit je zelf, vanuit je binnenste.
Jezus zegt dat ook en hij benadrukt het sterk: “Luistert toch”: hetgeen jou bepaalt is niet wat van buiten komt maar wat van binnen in je is; dat maakt uit of je onrein of rein bent, of je op God bent gericht of niet. Het gaat om je hart. God kijkt op de eerste plaats naar het hart, naar je bedoeling van wat je doet. Uit boze gedachten, ontucht, diefstal enz. blijkt dat je onrein bent, dat je een alleen maar een mensenhart hebt en niet het hart van een Godskind; reinheid blijkt niet uit het al of niet hanteren van reinheidsregels De regel is mensenwerk. Het op God gericht hart is een godsgeschenk.
“De woorden die ik tot u heb gesproken zijn geest: ze zijn leven” hebben we de vorige week gelezen. Paulus hanteert als vrucht van de geest o.a. liefde, geduld, vriendelijkheid, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (Gal 5,22v). Daaruit blijkt of je rein bent, op God gericht, of je heel vertrouwelijk “Abba” kunt zeggen, net zoals Jezus, samen met Jezus. Hij is de reinste. Mozes sprak namens JHWH. Jezus spreekt vanuit zijn Abba, vanuit zijn Binnenste.
Ik hoop dat e.e.a. ook jongeren aanspreekt. Conventionaliteit, iets doen omdat het altijd zo is geweest, zonder dat de bedoeling nog functioneert - dat ‘mot’ je niet. Iemand die niet eerlijk is, wil je niet. Als je iets doet zó als de ouderen het deden, wil je wel weten waaróm ze het zo deden. Dan kun je desnoods iets anders doen maar wel hetzelfde bedoelen. Als je weet waarom je ouders bidden voor en na het eten, dan ….
Wie mag te gast zijn in uw tent? Wie mag bij U binnen komen? Zullen we ons even tijd gunnen?