22ste zondag B (2006)

B-cyclus · Tijd door het jaar · 22e zondag · groen

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, in de eerste lezing van vandaag prijst Mozes tegenover het volk de grootheid van God, maar ook de wijsheid van zijn geboden. Er is geen volk dat een God heeft, dat de mensen zo nabij is als het volk van Israël. Er is geen volk met zulke wijze geboden.
Maar aan wijze geboden heb je alleen maar wat als je ze onderhoudt. Dan zal God inderdaad met je zijn, zul je zijn liefdevolle zorg ondervinden.
En in de tweede lezing van vandaag zegt Paulus, dat wij niet alleen toehoorders moeten zijn, maar vooral uitvoerders. Anders bedriegen wij onszelf. Wij weten welke woorden wij hier gaan horen, Gods Woorden, als wij hier komen om ze te horen, laten wij ze dan inderdaad ook uitvoeren. Niet het horen brengt zegen, maar het uitvoeren.
Voor de keren, dat wij daar in tekort geschoten zijn, willen wij nu samen om vergeving vragen.\

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Heer onze God, uiterlijke eredienst kan U niet behagen. Gij wilt dat wij U dienen met het hart, dat onze gaven daden zijn. In Jezus, uw Zoon, hebt Gij ons de nieuwe wet voorgehouden van liefde en gerechtigheid. Geef ons de kracht, dat wij uw woord ten uitvoer brengen en U dienen in waarachtigheid. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … . Amen.\

PREEK

Broeders en zusters, er wordt door milieubewegingen al jaren lang geprobeerd iets aan een schonere wereld te doen. En zo’n bewegingen kun je nog vanuit het geloof onderbouwen ook. Want in het boek Genesis, het bijbelboek over de schepping, draagt God de mensen op de aarde goed te beheren. Wij moeten er geen rommeltje van maken. Een schone wereld is van belang voor onszelf en ook voor onze kinderen en kleinkinderen. Wij hebben de aarde maar even te leen, namelijk zolang als wij leven. Wij moeten haar weer doorgeven aan de mensen, die ná ons komen. Milieuvervuiling zou je kunnen vergelijken met het lenen van iemands auto, er dan even flink mee door het bos crossen, over allerlei modderpaden, om vervolgens de auto ongewassen terug te brengen. Nee, zo doen wij dat niet, zeker niet als christenen: geleende spullen maken wij schoon.
Milieuvervuiling heeft te maken met stoffen, gassen, chemicaliën, enz.. Die rommel komt van buitenaf in onze wereld, in ons lichaam ook, en maakt dat de wereld niet zo gezond is om in te leven. En soms wordt ook ons lichaam er goed ziek van.
Milieuvervuiling heeft te maken met een beweging van buiten naar binnen. Wij ademen vuile lucht in, drinken vervuild water op. Maar vandaag heeft Jezus Christus het over een ander soort vervuiling. Een die eigenlijk nog veel erger is. Een vervuiling in omgekeerde richting: van binnen naar buiten. Wij worden op iemand kwaad en gooien het boze woord eruit, naar buiten.
Jezus zegt vandaag in het evangelie het volgende: “Luistert allen naar Mij en wilt verstaan: niets kan de mens bezoedelen wat van buiten af in hem komt. Maar wat uit de mens komt, dat bezoedelt de mens”. En dan volgt die waslijst van kwade zaken: boze gedachten, ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, enz..
De vervuiling komt van binnen uit. Iemand zegt of doet iets wat jou niet bevalt. En dan begint het: er komt in jou een gedachte op: Wat verbeeldt hij zich wel! Dat is bekoring. Dat is nog geen zonde. Het hangt er vanaf wat je met die bekoring doet! Je kunt haar meteen naar de prullenbak verwijzen. Zo van: Ach, wij hebben allemaal onze fouten. En: Ik hoop dat ze ook een beetje geduld hebben met mijn fouten. Maar als je de bekoring niet afwijst, maar met haar op weg gaat, haar gaat voeden, dan wordt langzaam aan de zonde geboren. Ze wordt groter, sterker, ze is niet meer te houden en je woede springt naar buiten als een duveltje uit een doosje. Daarmee kun je een ander pijn doen, maar je vervuilt er ook je eigen hart mee. De woede komt wel naar buiten. Maar de smerigheid is in je hart ontstaan. Het is als met een pot olie. Je kunt haar leeggieten, maar er blijft altijd iets inzitten. De pot is zogenaamd leeg, maar tegelijk is zij toch vuil. Zo is het ook met ons hart. Je gooit het eruit, en tegelijk blijft het in je. Je beschadigt je ziel er mee. Je hebt dus genezing nodig. Er moet een Heiland aan te pas komen. Iemand, die jou weer heel maakt, gezond. Onder andere daarvoor zijn wij in de kerk samengekomen: om genezen te worden. Maar dat kan alleen als wij éérst toegeven, dat wij ziek zijn. Zoals wij bijvoorbeeld onze woede of ongeduld eruit hebben gegooid, zo moeten wij later ook durven uitspreken, dat wij verkeerd zijn geweest. Ook die goede gedachte begint binnen in ons. Wij spreken haar uit, maar er blijft iets binnen in ons achter èn … die gedachte is in ons gekomen door de heilige Geest. Hij werkt in ons. Hij geneest ons van binnen.
Broeders en zusters, aan een monnik, die teruggetrokken in een klooster leefde, werd eens gevraagd: “Wat is de zin van een leven in stilte en eenzaamheid?” De monnik was juist bezig een emmer water te putten. Daarom vroeg hij zijn bezoekers dichterbij te komen. “Kijk nu eens in de put. Wat ziet u daar?” Ze keken de diepte in, maar zagen alleen het kabbelende water. Korte tijd later zei de monnik: “Kijk nu nog eens naar beneden.” Opnieuw bogen de bezoekers zich over de rand van de put. “Wat ziet u nu,” vroeg hij? “Nu zien wij onszelf,” was het antwoord.
Daarop vervolgde de monnik: “Toen ik zojuist water uit de put haalde, was het oppervlak onrustig. Maar nu is het rustig geworden. Dat is de ervaring van de stilte: je ziet jezelf. En als je in jezelf tot rust gekomen bent, zie je niet alleen jezelf en de hele wereld met andere ogen, maar ook God.”
Beste medegelovigen, wij denken wel dat wij onszelf kennen, maar dat is niet zo. Wij kennen onszelf in ieder geval niet ten volle en een ander kennen wij nog véél minder. Laten wij de komende week eens de tijd nemen om het allerbelangrijkste te doen: God èn onszelf leren kennen. Wij zullen in God alleen maar goede dingen ontdekken; óók goede dingen in onszelf, maar ook zwakheid, ja, zonde zelfs. Gaan wij daarmee naar Jezus en zijn Kerk. Hij kan ons genezen, opdat wij méér mens worden, èn … daarmee ook méér menselijkheid in de wereld kunnen brengen.\

SLOTWOORD

De in 1914 geboren joodse vrouw Etty Hillesum, gestorven in 1943 in Auschwitz, heeft het volgende geschreven: “Er is geen andere weg naar vrede, dan dat ieder van ons inkeert in zichzelf en in zichzelf uitroeit en vernietigt al datgene, waarvoor hij meent anderen te moeten vernietigen. En laten wij er van doordrongen zijn, dat ieder atoompje haat, dat wij aan deze wereld toevoegen, haar onherbergzamer maakt dan ze al is”.
Broeders en zusters, een joodse vrouw schrijft dit. Moeten wij, christenen, dit inzicht dan niet nog veel meer met ons meedragen èn er naar leven!?
Laten wij iedere dag een moment van stilte, van bezinning, inbouwen, om God en onszelf beter te leren kennen. Doe het, alsjeblieft, anders is mijn moeite om de preek te maken voor niets geweest. Denk er aan: later in de hemel zal ik er achter komen of jullie het gedaan hebben of niet!

Zoeken in Preken Online